<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:9075</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-27T11:12:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/645277 / KG ZA 22-821</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:9075">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:9075</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-27T11:12:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:9075 Rechtbank Rotterdam , 25-10-2022 / C/10/645277 / KG ZA 22-821</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:9075:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Gevorderd contactverbod voor zus wordt toegewezen. Uitzondering dat contact geoorloofd is wanneer de gezondheidstoestand van moeder dat vergt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:9075:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="0f463b9f-81ad-499d-b0c5-509427c14afc" format="image/png" scale="100" width="13" /></imageobject></inlinemediaobject>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="c77fca53-94fd-4202-bb4f-6e0ea85a6b5b" format="image/png" scale="100" width="523" /></imageobject></inlinemediaobject>
vonnis
</para>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Team handel en haven
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer / rolnummer: C/10/645277 / KG ZA 22-821
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in kort geding van 25 oktober 2022
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1
</nr>
[eiser01] ,
</title>
    <parablock>
      <para>
wonende te [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
2.
<emphasis role="bold">
[eiser02]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
wonende te [woonplaats02] ,
</para>
      <para>
eisers,
</para>
      <para>
advocaat mr. A.A. Bart te Veenendaal,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
wonende te [woonplaats03] ,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
advocaat mr. K. Walburg te Alkmaar.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
Partijen worden hierna eisers en gedaagde genoemd. Afzonderlijk worden eisers aangeduid als [eiser01] en [eiser02] .
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 30 september 2022, met producties 1 tot en met 8;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de conclusie van antwoord, met productie 1;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de mondelinge behandeling van 11 oktober 2022;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de pleitnota van eisers.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
Ten slotte is vonnis bepaald.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De feiten
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
Partijen zijn familie van elkaar. [eiser01] en gedaagde zijn broer en zus. [eiser02] is de echtgenote van [eiser01] . De ouders van [eiser01] en gedaagde huurden met ingang van 1 juli 2009 een zelfstandige woonruimte in de woning van eisers. Sinds het overlijden van de vader van [eiser01] en gedaagde huurt hun moeder de woonruimte zelfstandig.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
Sinds een aantal jaar is de verhouding tussen partijen verslechterd. Sindsdien hebben een aantal incidenten plaatsgevonden tussen hen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
Op 11 augustus 2022 heeft de raadsman van eisers gedaagde een sommatiebrief gestuurd, waarin, voor zover van belang, het volgende is vermeld:
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
(..)
</para>
        <para>
“Cliënten accepteren dit niet langer. Ik sommeer u namens hen om zich in het vervolg te onthouden van iedere vorm van dreigingen, kwaadsprekerijen, smaad, laster, afdreiging of pogingen daartoe
</para>
        <para>
jegens hen en u ook van uitlatingen over eisers tegenover derden te onthouden.
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
U gaat de grenzen van de zorgvuldigheid en de betamelijkheid die u jegens anderen in het maatschappelijk verkeer in acht dient te nemen, ver te buiten. De manier van uw handelen is grievend
</para>
        <para>
en beschadigend, niet alleen in effect maar dat is kennelijk ook uw bedoeling. U stuurt cliënten
</para>
        <para>
veelvuldig e-mails, neemt nota bene contact op met haar personeel, beledigt, beschuldigt en bedreigt
</para>
        <para>
hen doelbewust, terwijl u zich er bewust van bent dat uw manier van handelen diep ingrijpt op de
</para>
        <para>
persoonlijke en professionele integriteit van cliënten. Deze manier van doen overschrijdt alle grenzen.
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Inmiddels is ook de politie bij u langs geweest voor een zgn. stopgesprek, waarin u is aangegeven om
</para>
        <para>
te stoppen met dit soort misdragingen. Het is namelijk niet alleen in strijd met de maatschappelijke
</para>
        <para>
betamelijkheid maar u komt daarmee ook op het terrein van het strafrecht. U heeft de politie
</para>
        <para>
toegezegd hiermee te zullen stoppen.
</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Cliënten hebben er spoedeisend belang bij dat zij niet langer worden blootgesteld aan beledigende,
</para>
        <para>
beschuldigende, intimiderende, respectloze, smadelijke, lasterlijke, ondermijnende en bedreigende
</para>
        <para>
uitingen. Als u zich daar nog éénmaal aan schuldig maakt, heb ik opdracht om u direct te dagvaarden
</para>
        <para>
in Kort Geding en een contactverbod op straffe van forse dwangsommen tegen u te eisen. Tevens zal
</para>
        <para>
dan ook een verdere aangifte worden gedaan en zal alle schade op u worden verhaald.”
</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
3.
</nr>
Het geschil
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <parablock>
        <para>
Eisers vorderen gedaagde te verbieden om nog op enigerlei wijze contact te
</para>
        <para>
zoeken met eisers en met derden, anders dan de instanties die hierover gaan, te weten politie
</para>
        <para>
en justitie en Veilig Thuis, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per overtreding met een maximum van € 50.000,-, met veroordeling van gedaagde in de kosten van dit geding.
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
Gedaagde voert verweer.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
4.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <paragroup>
      <nr>
4.1.
</nr>
      <para>
Het spoedeisend belang van eisers bij hun vordering vloeit voort uit de aard van de zaak.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2.
</nr>
      <para>
Een contactverbod maakt inbreuk op het fundamentele recht van iemand om zich vrijelijk te bewegen en contacten te leggen. Voor toewijzing van een dergelijke maatregel moet voldoende aannemelijk zijn dat zich feiten en omstandigheden hebben voorgedaan en/of zich dreigen voor te doen die een zodanige inbreuk op dit recht rechtvaardigen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.3.
</nr>
      <para>
De noodzaak voor het gevorderde contactverbod heeft gedaagde op zichzelf niet weersproken. Gedaagde onderkent zelf dat het nodig is om een periode geen contact te hebben met eisers. Een contactverbod houdt in dat gedaagde op geen enkele wijze contact mag opnemen met eisers. Partijen zijn het er echter over eens dat contact tussen hen mogelijk moet zijn voor zover dat noodzakelijk is in verband met de gezondheid van de 90-jarige moeder van [eiser01] en gedaagde. Het gevorderde contactverbod wordt daarom toegewezen met als uitzondering dat contact tussen eisers en gedaagde is geoorloofd wanneer de gezondheidstoestand van de moeder van [eiser01] en gedaagde dat vergt.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.4.
</nr>
      <para>
Gevorderd is een contactverbod voor onbepaalde duur. Gelet op de eisen van proportionaliteit en omdat het verbod een inbreuk maakt op de persoonlijke vrijheden van gedaagde, wordt het contactverbod opgelegd voor de duur van zes maanden na betekening van dit vonnis.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.5.
</nr>
      <para>
Als prikkel tot nakoming wordt een dwangsom opgelegd. De gevorderde dwangsom wordt beperkt en gemaximeerd op het in de beslissing te vermelden bedrag.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.6.
</nr>
      <para>
Eisers vorderen tevens een verbod dat gedaagde geen contact meer opneemt met derden, uitgezonderd politie, justitie en Veilig Thuis. Dit verbod wordt afgewezen, omdat de vordering te onbepaald is en eisers geen handvatten hebben gegeven om een eventueel verbod in dit verband specifieker te maken.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.7.
</nr>
      <para>
Onderwerp van discussie is ook of [naam01] , de ex-echtgenoot van gedaagde, debet is aan de huidige verstoorde verhouding tussen eisers en gedaagde. Uit de bespreking van de zaak tijdens de zitting is gebleken dat de grieven van eisers zich met name tegen [naam01] richten. Dit kan echter in deze procedure geen rol spelen, omdat [naam01] geen partij is.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.8.
</nr>
      <para>
Gelet op de familieband tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
5.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De voorzieningenrechter
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
5.1.
</nr>
      <para>
verbiedt gedaagde gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis op enigerlei wijze contact op te nemen met eisers, met uitzondering van de gevallen waarin contact tussen eisers en gedaagde noodzakelijk is in verband met de gezondheidstoestand van de moeder van [eiser01] en gedaagde;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt gedaagde om aan eisers een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere keer dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.3.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.4.
</nr>
      <para>
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.5.
</nr>
      <para>
wijst het meer of anders gevorderde af.
</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2022.3608/1980
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>