<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:8626</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-19T12:08:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-327807-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:8626">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:8626</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-19T12:03:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:8626 Rechtbank Rotterdam , 18-10-2022 / 10-327807-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:8626:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevel gevangenhouding; crypto-data ANOM-platform; verweer dat FBI en Nederlandse diensten het platform hebben opgericht en aldus strafbare feiten hebben gepleegd, leidt niet tot invrijheidstelling verdachte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:8626:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM                                                                -3-</emphasis>
  </para>
  <para>Strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Rotterdam</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>parketnummer	: 10-327807-21</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>bevel gevangenhouding van de raadkamer d.d. 18 oktober 2022</title>
    <bridgehead role="bold">(artikel 65 Wetboek van Strafvordering)</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de verdachte: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte], </para>
      <para>inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:</para>
      <para>
        [adres verdachte],</para>
      <para>nu gedetineerd in P.I. Rotterdam, [detentieadres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman mr. H. Raza.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechter-commissaris heeft op 07 oktober 2022 de bewaring bevolen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft de gevangenhouding van de verdachte gevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft de opheffing subsidiair de schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>Na onderzoek is gebleken dat de verdenking, de ernstige bezwaren en de grond(en) als bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering, die tot het bevel tot bewaring van verdachte hebben geleid, ook op dit moment nog bestaan, maar dat dit niet langer geldt voor de gronden vluchtgevaar en onderzoek; deze komen te vervallen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In aanvulling hierop overweegt de rechtbank het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de processtukken hebben Amerikaanse opsporingsautoriteiten ontsleutelde communicatie afkomstig van gebruikers van het ANOM platform met de Nederlandse opsporingsautoriteiten gedeeld. Volgens de processtukken is het [account 1] toe te schrijven aan de verdachte en blijkt uit de communicatie dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de handel van de in de vordering omschreven verdovende middelen. De raadsman heeft gesteld dat de verdachte ontkent dat het [account 1] van hem is. Verder heeft de raadsman gesteld dat dit platform is opgericht door de FBI in samenwerking met Nederlandse diensten. Deze Nederlandse diensten hebben zich daardoor (mede)schuldig gemaakt aan het plegen van strafbare feiten, waaronder uitlokking. De verdachte dient onmiddellijk in vrijheid te worden gesteld, aldus de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer begrijpt de raadsman zo, dat als de rechtbank van oordeel is dat als er voldoende ernstige bezwaren zijn dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van het [account 1], hij ook dan in vrijheid dient te worden gesteld vanwege de strafbare feiten waaraan de Nederlandse opsporingsautoriteiten zich hebben schuldig gemaakt, met als gevogl dat het bewijsmateriaal onrechtmatig is verkregen en er aldus ook bij nader inzien geen ernstige bezwaren kunnen worden aangenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat uit het proces-verbaal van bevindingen van 19 april 2022 ([proces-verbaalnummer 1]) voldoende ernstige bezwaren blijken dat de verdachte de gebruiker is van het [account 1], terwijl de zus van de verdachte vermoedelijk de gebruiker is van het [account 2]. Dat beiden zeer waarschijnlijk in de in de vordering vermelde periode handelden in verdovende middelen althans daartoe voorbereidingen hebben getroffen, kan onder andere blijken uit de analyse van de crypto-data als beschreven in het proces-verbaal van 16 april 2022 ([proces-verbaalnummer 2]). Nu hier sprake zou kunnen zijn van een verwervingsdelict, zijn er ook ernstige bezwaren voor witwassen van de in de vordering genoemde bedragen en de genoemde Rolex.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De processtukken geven spaarzaam inzicht in de herkomst van de ANOM-crypto-data. Dat de FBI, zoals de raadsman heeft gesteld, het ANOM platform in samenwerking met Nederlandse diensten heeft opgericht en daardoor of daarbinnen strafbare feiten heeft gepleegd, blijkt vooralsnog niet, al zal de rechtbank dat zeker niet uitsluiten. Toch zal de rechtbank de verdachte niet in vrijheid stellen. Dat hij is uitgelokt is niet gebleken en zelfs al zou hij zijn uitgelokt, dan nog levert dat geen schending van beginselen van een goede procesorde of onrechtmatige opsporing op. “Daarvan is sprake ingeval de verdachte door een opsporingsambtenaar dan wel door een persoon voor wiens handelen de politie of het openbaar ministerie verantwoordelijk is, is gebracht tot het begaan van het strafbare feit waarvoor hij wordt vervolgd, terwijl zijn opzet tevoren niet reeds daarop was gericht” (Tallon-criterium, onder andere in HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0655). Van schending van het Tallon-criterium kan alleen sprake zijn als de verdachte door of vanwege opsporingsdiensten is gebracht tot andere handelingen dan waartoe zijn opzet in het algemeen was gericht. Als de verdachte in het algemeen opzet heeft op bepaalde misdrijven, is uitlokking tot een concreet feit niet onrechtmatig. Nu niet is gebleken dat de verdachte door het oprichten van het ANON-platform is gebracht tot de (voorbereiding van) handel in verdovende middelen in het algemeen, is, bij deze stand van het onderzoek, geen sprake van onrechtmatige opsporing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is voorts van oordeel dat er concreet gevaar voor herhaling bestaat en overweegt daartoe als volgt. De ernstige bezwaren betreffen feiten die zijn gepleegd in een omgeving waaraan men zich niet gemakkelijk kan onttrekken. Verder is de verdachte in 2017 veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar voor een vergelijkbaar delict. Blijkens het uittreksel van zijn justitiële documentatie is de straf na aftrek van voorarrest geëxecuteerd in de periode 04-01-2018 t/m 28-06-2019. De chats waarop de ernstige bezwaren zijn gebaseerd dateren in elk geval van 11 februari 2021. Daaruit kan blijken dat de contacten mogelijk al (veel) eerder zijn gelegd. Dat brengt mee dat vermoedelijk ongeveer anderhalf jaar na uitzitten van een gevangenisstraf en mogelijk al eerder de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan (voorbereiding van) handel in verdovende middelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenslotte is de rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernstige bezwaren ten aanzien van de omvang van de (voorbereiding van de) handel het strafvorderlijk belang zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van de verdachte bij invrijheidstelling en zal daarom het mondeling verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a, 78 en 80 van het Wetboek van Strafvordering in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van<emphasis role="bold"> 90 (negentig) dagen;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 18 oktober 2022 door: </para>
      <para>mr. J.L.M. Boek,	voorzitter,</para>
      <para>mr. B.A. Cnossen en mr. A. Anakhrouch, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van M.J.M. de Bie, 	griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>