<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:7991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-27T10:39:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/639387 / HA ZA 22-461</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_internationaalPrivaatrecht">Civiel recht; Internationaal privaatrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7991">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-27T10:37:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:7991 Rechtbank Rotterdam , 21-09-2022 / C/10/639387 / HA ZA 22-461</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:7991:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incidenten. Bevoegdheid. Rechtbank is onbevoegd jegens gedaagde 1 vanwege arbitrageovereenkomst  Rechtbank is internationaal bevoegd jegens gedaagde 2. Bevoegdheidsregels afdeling 1.1.1 Rv gebaseerd op Europese bevoegheidsregels uit Brussel I bis - VO.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:7991:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="cbe5a131-22bf-4c96-8f22-98197c9e8a04" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ef36bd41-6fa4-4e3e-b2a4-92465d1d4d64" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/639387 / HA ZA 22-461</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 21 september 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">CORNHOUSE B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. R. Sinke te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de vennootschap naar buitenlands recht,</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GOLD FARMS IMPORT-EXPORT S.L.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Valencia, Spanje,</para>
    </parablock>
    <para>2. de vennootschap naar buitenlands recht,</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GOLD FOODS S.R.L.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Santa Cruz, Bolivia,</para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseressen in het incident,</para>
      <para>advocaat mr. J.A.A. van de Ven te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Cornhouse en Gold Farms en Gold Foods genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 31 december 2021, met producties 1-15;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het herstelexploot van 20 april 2021; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het exploot van anticipatie van 23 mei 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie houdende beroep op onbevoegdheid van de rechtbank van Gold                 Farms, met producties 1-5;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie houdende beroep op onbevoegdheid van de rechtbank van Gold Foods, met één productie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident van Cornhouse tegen Gold Farms;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident van Cornhouse tegen Gold Foods.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten slotte is vonnis bepaald in de twee incidenten.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.	De vordering in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Cornhouse vordert in de hoofdzaak dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>gedaagden hoofdelijk veroordeelt om aan haar te betalen:</para>
        <para>1. de hoofdsom ad € 254.449,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;</para>
        <para>2. de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf de dag der dagvaarding althans vanaf een in goede justitie te bepalen datum;</para>
        <para>3. de buitengerechtelijke kosten ad € 2.775,00;</para>
        <para>4. de kosten van de conservatoire beslagen P.M.;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en voor recht verklaart:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>dat gedaagden hoofdelijk of ieder afzonderlijk aansprakelijk zijn voor alle door Cornhouse geleden schade ten gevolge van de tekortkoming in de nakoming en/of de onrechtmatige daad verband houdende met (de overeenkomst voor) de levering van Boliviaanse pinda’s;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>met veroordeling van gedaagden in de kosten van de procedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Hieraan legt Cornhouse– kort samengevat – het volgende ten grondslag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Gedaagden zijn tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst tot levering van een lading pinda’s met een toegestaan (laag) aflatoxinegehalte en/of zij hebben onrechtmatig gehandeld. Bij één lading is een vervalst certificaat afgegeven terwijl bij de andere lading ondanks het certificaat het aflatoxinegehalte te hoog is. Er is sprake van non-conformiteit en van een toerekenbare tekortkoming. De afnemer van Cornhouse, Supperfood B.V. (hierna: Supperfood), heeft Cornhouse aansprakelijk gesteld, nadat de Zweedse afnemer van Supperfood de van de pinda’s gemaakte pindakaas heeft moeten terugroepen omdat een te hoog aflatoxine gehalte was gebleken. Cornhouse heeft conservatoir beslag gelegd onder vermogensbestanddelen van gedaagden in Nederland die rusten onder Tybex Warehousing B.V. (hierna: Tybex) en Giesko Coldstore B.V. (hierna: Giesko).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het geschil in de incidenten</title>
    <bridgehead role="italic">In het door Gold Farms opgeworpen incident</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Gold Farms vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van de vordering van Cornhouse, met veroordeling van Cornhouse bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Hieraan legt Gold Farms – kort samengevat – het volgende ten grondslag. </para>
        <para>De rechtbank is onbevoegd omdat partijen een overeenkomst tot arbitrage hebben gesloten.</para>
        <para>Cornhouse heeft volgens die overeenkomst een arbitrageprocedure aanhangig gemaakt bij Netherlands Oils, Fats and Oilseeds Trade Association (hierna: NOFOTA). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Gold Farms betwist de bevoegdheid van de NOFOTA-arbiters niet en heeft in de arbitrageprocedure inhoudelijk verweer gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Cornhouse refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In het door Gold Foods opgeworpen incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Gold Foods vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van de vordering van Cornhouse, met veroordeling van Cornhouse bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Hieraan legt Gold Foods – kort samengevat – het volgende ten grondslag. </para>
        <para>De rechtbank is onbevoegd omdat Cornhouse slechts (verbintenissen uit) een overeenkomst heeft met het Spaanse Gold Farms en niet met haar. Cornhouse heeft geen conservatoir beslag gelegd op goederen van Gold Foods– de goederen onder Tybex en Giesko zijn niet van Gold Foods – en de bevoegdheid van de rechtbank om kennis te nemen van de vorderingen kan daarom niet worden gebaseerd op artikel 767 Rv. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Gold Foods heeft geen woonplaats in het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie. Zij is gevestigd in Bolivia. Daarom kan bevoegdheid niet gebaseerd zijn op artikel 7 lid 1 van Brussel I bis Verordening. Ook is geen sprake van verbintenissen uit overeenkomst met Cornhouse waarbij Gold Foods betrokken is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Cornhouse concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Gold Foods in haar incidentele vordering, althans tot afwijzing daarvan, met veroordeling van Gold Foods in de kosten van het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Op de argumenten die Cornhouse in dit incident heeft aangevoerd wordt hierna bij de beoordeling, voor zover zij daarvoor relevant zijn, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling </title>
    <bridgehead role="italic">In het door Gold Farms opgeworpen incident</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat zij arbitrage zijn overeengekomen. Gelet hierop en omdat Gold Farms zich vóór alle weren op dit beding heeft beroepen, verklaart de rechtbank zich onbevoegd. Bespreking van de internationale bevoegdheid van de rechtbank kan dan ook, ook al is dit een internationale zaak, achterwege blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Als de in het ongelijk gestelde partij in dit incident zal Cornhouse in de proceskosten van dit incident worden veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van Gold Farms worden tot aan deze uitspraak begroot op:</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">salaris advocaat		€ 563,00	</emphasis>	(1 punt in liquidatietarief II) </para>
        <para>totaal			€ 563,00</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Tegen de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de proceskostenveroordeling is geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat deze zal worden toegewezen. Datzelfde geldt voor de gevorderde rente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Uit de uitspraak van 10 juni 2022 van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:853), onder nummer 2.3, leidt de rechtbank af dat in dit vonnis geen aparte beslissingen hoeven te worden genomen over nakosten en wettelijke rente daarover.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In het door Gold Foods opgeworpen incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Ook hier is sprake van een internationale zaak, omdat Gold Foods buiten Nederland haar woonplaats heeft. De rechtbank is derhalve ambtshalve gehouden te onderzoeken of zij internationaal bevoegd is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De rechtbank stelt daarbij voorop dat een arbitragebeding <emphasis role="italic">alleen</emphasis> aan bevoegdheid in de weg staat, als daarop <emphasis role="italic">voor alle weren</emphasis> een beroep wordt gedaan (artikel 1022 Rv). Daarvan is geen sprake. Anders dan Cornhouse meent, is er dan ook geen reden om de zaak aan te houden in afwachting van een oordeel van een arbiter over de vraag of de arbiter zich bevoegd acht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Volgens artikel 6 van Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (Brussel I bis-Vo) moet de vraag naar de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter worden beoordeeld op grond van de Nederlandse bevoegdheidsregels. Deze zijn neergelegd in afdeling 1.1.1 Rv; zij zijn gebaseerd op de Europese bevoegdheidsregels uit Brussel I bis-Vo.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Cornhouse heeft al in de dagvaarding gesteld dat het gaat om ladingen die verscheept zijn naar Rotterdam (onderdeel 1 van de dagvaarding, vierde en vijfde volzin; onderdeel 4, laatste volzin). Deze omstandigheid is niet betwist door Gold Foods, zodat deze vaststaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De rechtbank is, gelet daarop, van oordeel dat zij op grond van artikel 6, aanhef en onder e Rv, internationaal bevoegd is, zodat de vordering van Gold Foods tot onbevoegdverklaring van de rechtbank moet worden afgewezen. Immers, het schadetoebrengende feit – de (af)levering van (naar wordt gesteld) ondeugdelijke zaken – heeft zich (mede) in Rotterdam voorgedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <parablock>
        <para>Als de in het ongelijk gestelde partij in dit incident zal Gold Foods in de proceskosten van dit incident worden veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van Cornhouse worden tot aan deze uitspraak begroot op:</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">salaris advocaat		€ 563,00</emphasis>		(1 punt in liquidatietarief II) </para>
        <para>totaal			€ 563,00</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de hoofdzaak tegen Gold Farms</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De rechtbank zal zich onbevoegd verklaren in het geschil tegen Gold Farms.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <parablock>
        <para>Als de in het ongelijk gestelde partij in de hoofdzaak zal Cornhouse in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gold Farms in de hoofdzaak worden tot op deze uitspraak begroot op nihil. </para>
        <para>Ten onrechte is door de griffier tweemaal griffierecht geheven zodat het door Gold Farms betaalde griffierecht zal worden teruggestort door de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de hoofdzaak tegen Gold Foods</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Gold Foods heeft nog niet voor antwoord geconcludeerd. De rechtbank zal de zaak daarom naar de rol verwijzen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het door Gold Farms opgeworpen incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering toe;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Cornhouse in de proceskosten, aan de zijde van Gold Farms tot op heden begroot op € 563,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na het vonnis;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad; </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">in het door Gold Foods opgeworpen incident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt Gold Foods in de kosten van het incident, aan de zijde van Cornhouse tot op heden begroot op € 563,00<emphasis role="italic">;</emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak tegen Gold Farms</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd in het geschil tegen Gold Farms;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>veroordeelt Cornhouse in de proceskosten, aan de zijde van Gold Farms tot op heden begroot op nihil;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>bepaalt dat het door Gold Farms betaalde griffierecht zal worden teruggestort door de griffier;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak tegen Gold Foods</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 2 november 2022 conclusie van antwoord;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos. Het is ondertekend door de rolrechter en door deze in het openbaar uitgesproken op 21 september 2022.</para>
        <para>3246/1407</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>