<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:7943</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-26T16:14:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9603263 CV EXPL 21-5561</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Dordrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7943">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7943</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-26T16:14:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:7943 Rechtbank Rotterdam , 22-09-2022 / 9603263 CV EXPL 21-5561</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:7943:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>wettelijke aansprakelijkheid ouder voor een minderjarig kind strekt zich niet uit tot nakoming van door een derde (stiefvader) onbevoegd gesloten overeenkomsten buiten het zicht van die ouder en buiten de instemming van die ouder</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:7943:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Dordrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9603263 CV EXPL 21-5561</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 22 september 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Yuverta</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Houten,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Trust Krediet Beheer B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1) <emphasis role="bold">[gedaagde 1]</emphasis>, als wettelijk vertegenwoordigster van [naam 1],</para>
      <para>    woonplaats: [woonplaats gedaagde 1],</para>
      <para>    niet verschenen,</para>
      <para>2) <emphasis role="bold">[gedaagde 2], </emphasis>als wettelijk vertegenwoordigster van [naam 1],</para>
      <para>    woonplaats: [woonplaats gedaagde 2],</para>
      <para>    zonder gemachtigde,</para>
      <para>gedaagden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen blijven hierna Yuverta, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het tussenvonnis van 23 juni 2022 en de daarin genoemde stukken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte van Yuverta, met bijlagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Deze zaak draait om het volgende. De dochter van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is vanaf schooljaar 2017/2018 ingeschreven bij het [naam school]. Yuverta, tot </para>
        <para>1 januari 2021 Stichting Wellant genaamd, heeft een aan de dochter verstrekte iPad voorgefinancierd. Yuverta legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tekort schieten in de nakoming van hun betalingsverplichting uit de tussen partijen op </para>
        <para>9 juli 2018 gesloten overeenkomst ‘betalingsregeling iPad’.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten aanzien van [gedaagde 1]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Tegen [gedaagde 1] is verstek verleend. Door haar is niet weersproken dat zij als wettelijk vertegenwoordigster kan worden gehouden aan de overeenkomst die door haar huidige partner ten behoeve van haar dochter is gesloten met Stichting Wellant. </para>
        <para>Daarnaast komen de gevorderde hoofdsom, rente en incassokosten de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en deze worden dan ook toegewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde 1] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Yuverta tot vandaag vast op € 105,78 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht en € 75,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt). Dit is totaal € 308,78. Voor kosten die Yuverta maakt na deze uitspraak moet [gedaagde 1] ook een bedrag betalen, namelijk € 37,50. Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt in zoverre, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ten aanzien van [gedaagde 2]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde 2] betwist dat hij verantwoordelijk is voor de kosten van de iPad. Zijn dochter woont sinds 29 maart 2018 niet meer bij hem, maar bij haar moeder en stiefvader. Hij wist niets van de iPad en is pas bij de dagvaarding bekend geworden met de zaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van haar vordering op [gedaagde 2] heeft Yuverta slechts aangevoerd dat [gedaagde 2] als wettelijk vertegenwoordiger tot betaling gehouden is. De aan de vordering ten grondslag gelegde overeenkomst ‘betalingsregeling iPad’ is echter niet door [gedaagde 2] of [gedaagde 1] ondertekend. Wel is vanaf het mailadres [e-mailadres] een elektronische handtekening geplaatst door [naam 2]. Dit is de huidige partner van [gedaagde 1]. Aldus moet het er in de relatie tussen Yuverta en [gedaagde 2] voor gehouden worden dat de dochter van [gedaagde 2] onbevoegd is vertegenwoordigd door [naam 2]. Zonder bijkomende omstandigheden, die echter niet zijn gesteld, valt niet in te zien waarom wettelijke aansprakelijkheid van een ouder voor een minderjarig kind zich ook uitstrekt tot nakoming van door een derde onbevoegd gesloten overeenkomsten buiten het zicht - de dochter was niet meer bij [gedaagde 2] woonachtig ten tijde van het sluiten van de overeenkomst door [naam 2] - en buiten de instemming van die ouder. Daar komt nog bij dat Yuverta bij ontvangst van het “transactiebewijs”, waarop naam, handtekening en e-mailadres van [naam 2] staan vermeld, heeft kunnen en moeten zien dat mogelijk een ander dan een wettelijk vertegenwoordiger de overeenkomst had ondertekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat de vordering van Yuverta jegens [gedaagde 2] moet worden afgewezen. Yuverta moet daarom de proceskosten van [gedaagde 2] betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [gedaagde 2] tot vandaag vast op een bedrag van € 50,- aan reis-, verblijf- en verletkosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] om aan Yuverta te betalen € 429,94, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 354,63 vanaf 16 december 2021 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten aan de kant van Yuverta tot vandaag, vastgesteld op € 308,78, en in de na vandaag te maken proceskosten, begroot op € 37,50 aan salaris voor de gemachtigde en als niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis is voldaan en het vonnis is betekend, te vermeerderen met de explootkosten van deze betekening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst af de vordering van Yuverta ten aanzien van [gedaagde 2];</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>veroordeelt Yuverta in de proceskosten aan de kant van [gedaagde 2], tot vandaag vastgesteld op € 50,-.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. dr. P.G.J. van den Berg en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>745</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>