<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:7798</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-21T15:11:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/643040 / KG ZA 22-703</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7798">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7798</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-21T15:11:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:7798 Rechtbank Rotterdam , 14-09-2022 / C/10/643040 / KG ZA 22-703</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:7798:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Verstek. Vervangende toestemming verkoop en levering woning. Artikel 3:300 lid 1 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:7798:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="92d9d8d0-de53-43e5-a670-22043263063b" format="image/png" scale="100" width="13" /></imageobject></inlinemediaobject>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="64b73ca0-c320-426c-9f1d-97217db15767" format="image/png" scale="100" width="523" /></imageobject></inlinemediaobject>
vonnis
</para>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Team handel en haven
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer / rolnummer: C/10/643040 / KG ZA 22-703
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in kort geding van 14 september 2022
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiseres01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
wonende te [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
advocaat mr. D. de Heuvel te Papendrecht,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
volgens de BRP wonende te [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
feitelijk in detentie verblijvende te [plaats01] , Polen,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
niet verschenen.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 29 augustus 2022 betekend aan het adres van gedaagde in [plaats02]
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 29 augustus 2022 en het exploot van 30 augustus 2022, beide betekend aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie te Rotterdam
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 29 augustus 2022 betekend aan het adres van de ontvangende instantie te [woonplaats02] , Polen
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 29 augustus 2022 betekend aan het detentieadres van gedaagde
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het in de Staatscourant nr. 23371 op 1 september 2022 gepubliceerde openbaar exploot van oproeping
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
producties 1 tot en met 3 van eiseres
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de mondelinge behandeling gehouden op 7 september 2022.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
Ten slotte is vonnis bepaald.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek wordt verleend.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
Het in het petitum onder I en II, eerste zinsnede, gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen. Eiseres vraagt voorts in het petitum onder II, laatste zinsnede, toestemming tot reële executie. Dit deel van de vordering wordt toegewezen op grond van het bepaalde in artikel 3:300 lid 1 BW. Het deel van de vordering in het petitum onder II, laatste zinsnede, dat ziet op de toekenning van de onder- en overwaarde van de woning aan eiseres wordt afgewezen bij gebrek aan motivering.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
Gelet op de relatie tussen partijen worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
3.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De voorzieningenrechter
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
verleent aan eiseres vervangende toestemming voor de verkoop en levering van de woning [adres01] te [postcode01] [plaats02] ,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
machtigt eiseres tot het te gelde maken van de woning [adres01] te [postcode01] [plaats02] en bepaalt dat dit vonnis zo nodig in de plaats treedt voor de voor het opmaken van de notariële leveringsakte vereiste wilsverklaring, medewerking en/of handtekening van gedaagde voor eigendomsoverdracht en levering van de woning,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.5.
</nr>
      <para>
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.6.
</nr>
      <para>
wijst het meer of anders gevorderde af.
</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2022.1734/1573
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>