<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:7618</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-23T10:44:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">643034 / HA RK 22-827</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7618">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7618</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-13T12:18:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:7618 Rechtbank Rotterdam , 30-08-2022 / 643034 / HA RK 22-827</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:7618:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Het verzoek behelst geen feiten en omstandigheden, die het verzoek tot wraking onderbouwen. Het wrakingsverzoek is daarom kennelijk ongegrond. Voor een behandeling van het verzoek ter zitting bestaat geen reden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:7618:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 643034 / HA RK 827</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 30 augustus 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. H. Bedee</emphasis>, senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team bestuur 1 (hierna: de rechter).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij deze rechtbank is in behandeling het door verzoeker ingestelde bestuursrechtelijke beroep tegen de beslissing van 17 november 2021 van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) op het door verzoeker gemaakte bezwaar tegen de beslissing van de SVB van 27 maart 2020. Die procedure heeft als kenmerk ROT 21/5965.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij brieven van de griffier van 8 augustus 2022 zijn verzoeker en de SVB uitgenodigd voor de behandeling van het beroep ter zitting van 15 september 2022. Daarbij is meegedeeld dat het beroep op die zitting zal worden behandeld door de rechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij brief van 12 augustus 2022 heeft verzoeker meegedeeld dat hij niet akkoord gaat met behandeling van het beroep door de rechter. De wrakingskamer beschouwt dit schrijven van verzoeker als een verzoek tot wraking van de rechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevinden alle hiervoor genoemde stukken.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In de eerste plaats is aan de orde de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan, namelijk zodra de feiten en omstandigheden waarop het wrakingsverzoek is gegrond aan verzoeker bekend waren geworden, zoals artikel 8:16 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vereist.</para>
        <para>De wrakingskamer is van oordeel dat dit het geval is, omdat de naam van de rechter bij brief van de griffier van 8 augustus 2022 aan verzoeker bekend is gemaakt (welke brief verzoeker een of twee dagen later per post zal hebben bereikt) en verzoeker het wrakingsverzoek heeft ingediend op 12 augustus 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Vervolgens is aan de orde de vraag of het wrakingsverzoek met feiten en omstandigheden is onderbouwd, zoals artikel 8:16, lid 1 en lid 3 Awb vereist.</para>
        <para>De wrakingskamer is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe het volgende. Verzoeker heeft aan zijn verzoek tot wraking het volgende ten grondslag gelegd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“…..</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">eisende partij [naam verzoeker] gaan niet akkoord met behandeling casus door uw Bestuursrechter mr Bedee.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verwijs u naar onrechtmatig niet behandeld Klaagschrift. en lopende artikel 12 Straf recht vervolging tegen beklaagde UWV juristen en betrokken rechters Rechtbank Rotterdam.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">mr Bedee spant conform wetboek van Strafrecht artikel 96 samen met overheid organen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">…..”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In de door verzoeker bij het wrakingsverzoek overgelegde stukken wordt de naam van de rechter alleen genoemd in een klachtenformulier van 25 mei 2022, met als omschrijvingen ‘foute bestuursrechter’, ‘valsheid in geschrifte’ en ‘verzoek om casus over te dragen aan het Openbaar Ministerie …. met verzoek om straf rechtsvervolging versus uw bestuursrechter ….. mr Bedee”.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Dit alles behelst geen feiten en omstandigheden, die het verzoek tot wraking van de rechter onderbouwen. Verzoeker heeft helemaal niet uitgelegd wat hij bedoelt en waarom hij vindt dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het wrakingsverzoek is daarom kennelijk ongegrond.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in</para>
        <para>de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor</para>
        <para>het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het</para>
        <para>vorenstaande niet toegekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer zal verzoeker om deze redenen, met toepassing van artikel 8, lid</para>
        <para>2, aanhef en onder a van het Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam, niet-ontvankelijk</para>
        <para>verklaren in het wrakingsverzoek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van rechter           mr. H. Bedee.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema, voorzitter, mr. M. Fiege en </para>
      <para>mr. A. Buizer, rechters. </para>
      <para>Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. M. Fiege in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2022 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier en door hen ondertekend.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>