<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:7552</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-09T12:03:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/635107 / HA ZA 22-241</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7552">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7552</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-09T12:02:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:7552 Rechtbank Rotterdam , 07-09-2022 / C/10/635107 / HA ZA 22-241</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:7552:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eisers niet-ontvankelijk in verzet tegen waarmerking hypotheekakte als Europese executoriale titel. Artikel 8 lid 4 Uitvoeringswet verordening Europese executoriale titel. Heroverweging van waarmerking van een hypotheekakte niet mogelijk, alleen mogelijk in geval van gerechtelijke beslissingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:7552:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="fd7b5664-1eea-4217-9378-8b4ec23fbcfc" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6fdc7c67-441f-4de0-9132-d6e327206765" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/635107 / HA ZA 22-241</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in verzet van 7 september 2022 (bij vervroeging)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr> [eiser 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2</emphasis>.	<emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>eisers in het verzet,</para>
      <para>advocaat: mr. A. Ramsaroep te 's-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 3] ,</para>
      <para>gedaagde in het verzet,</para>
      <para>advocaat: mr. E.B. van den Ouden te Oude-Tonge,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser 1] , [eiser 2] (gezamenlijk: [eiser 1] c.s.) en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de waarmerking als Europese executoriale titel op 5 maart 2021 van een hypotheekakte van 11 november 2016,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verzetdagvaarding met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in oppositie met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de rechtbank van 25 mei 2022, met een oproeping voor een mondelinge behandeling op 25 augustus 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft vervolgens ambtshalve kennisgenomen van de beschikking van de Voorzieningenrechter van deze rechtbank van 2 juni 2022 (in de zaak met zaak- en rekestnummer C/10/635440 / KG RK 22-308), waarmee de waarmerking als Europese executoriale titel van 5 maart 2021 op verzoek van [eiser 1] c.s. is ingetrokken. De rechtbank heeft partijen daarop de vraag voorgelegd welk belang nog zou kunnen bestaan bij de behandeling van het verzoek tot heroverweging van de waarmerking. Naar aanleiding van deze vraag hebben [eiser 1] c.s. aanvankelijk verzocht om de procedure door te halen. Omdat [gedaagde] niet met dat verzoek heeft ingestemd, hebben partijen de rechtbank uiteindelijk verzocht om vonnis te wijzen zonder mondelinge behandeling.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij koopovereenkomst van 27 oktober 2016 heeft [eiser 2] van [gedaagde] gekocht het recht van erfpacht van een aantal percelen grond met opstallen in Ooltgensplaat, gemeente Goeree-Overflakkee, voor een koopsom van € 600.000,00 (hierna: het object).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser 2] heeft de koopsom van het object deels gefinancierd door middel van een geldlening van € 480.000,00 bij [gedaagde] (hierna: de geldlening). Naast [eiser 2] heeft [eiser 1] , haar vader, zich mede verbonden als schuldenaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 11 november 2016 is de akte van levering van het object gepasseerd ten overstaan van de notaris.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In verband met de geldlening is eveneens op 11 november 2016 een hypotheekakte gepasseerd ten overstaan van de notaris, waarin aan [gedaagde] een hypothecair zekerheidsrecht in tweede rang is verleend (hierna: de hypotheekakte van 11 november 2016).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 23 augustus 2019 heeft [gedaagde] de hypotheekakte van 11 november 2016 aan [eiser 1] c.s. laten betekenen, waarbij hij heeft aangezegd om de openstaande schuld van (op dat moment) € 328.849,37 te voldoen. [eiser 1] c.s. hebben hier niet aan voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 5 maart 2021 is de hypotheekakte van 11 november 2016 op verzoek van [gedaagde] door de rechtbank gewaarmerkt als Europese executoriale titel. [eiser 1] c.s. zijn daarbij niet gehoord.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3.</nr>De vordering</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser 1] c.s. verzoeken (naar de rechtbank begrijpt: vorderen) dat de rechtbank (naar de rechtbank begrijpt: bij vonnis), voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het verzet ontvankelijk en gegrond verklaart en de waarmerking als Europese Executoriale Titel van 5 maart 2021 rectificeert, althans deze waarmerking buiten effect verklaart, althans een zodanig beslissing neemt zoals de rechtbank vermeend te behoren, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van beide instanties. [eiser 1] c.s. gronden hun verzoek op artikel 8 lid 4 van de Uitvoeringswet verordening Europese executoriale titel (Uitv.wet EET-vo) juncto artikel 143 Rv.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Hij stelt zich op het standpunt dat [eiser 1] c.s. niet-ontvankelijk zijn in het verzet. Voor zover zij wel ontvankelijk zijn, moet de vordering worden afgewezen, met veroordeling van [eiser 1] c.s. in de kosten van de verzetprocedure, uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">4.	De beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat [eiser 1] c.s. niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in het door hen ingestelde verzet. De motivering van dit oordeel is als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Een verzoek tot heroverweging van een waarmerking als Europese executoriale titel op grond van artikel 8 lid 4 Uitv.wet EET-vo is slechts mogelijk in het geval sprake is van een beslissing over niet-betwiste geldvorderingen. Volgens artikel 4 lid 1 van de Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste geldvorderingen, zoals laatstelijk gewijzigd op 22 oktober 2008 (EET-verordening), wordt onder een ‘<emphasis role="italic">beslissing</emphasis>’ verstaan ‘<emphasis role="italic">elke door een gerecht gegeven beslissing ongeacht de benaming</emphasis>’. In deze procedure gaat het niet om de waarmerking als Europese executoriale titel van een gerechtelijke beslissing maar om de waarmerking van een authentieke akte, namelijk de hypotheekakte van 11 november 2016, waarin [eiser 1] c.s. de vordering van [gedaagde] hebben erkend. Heroverweging van een authentieke akte is niet mogelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Daar komt nog bij, zoals hiervoor weergegeven bij het verloop van de procedure, dat de Voorzieningenrechter van deze rechtbank bij beschikking van 2 juni 2022 (in de zaak met zaak- en rekestnummer C/10/635440 / KG RK 22-308) de waarmerking van 5 maart 2021 van de hypotheekakte van 11 november 2016 als Europese executoriale titel heeft ingetrokken. Op de vraag van de rechtbank aan partijen welk belang er nog zou kunnen bestaan bij de behandeling van het verzoek tot heroverweging van de waarmerking, hebben [eiser 1] c.s. niet toegelicht dat zij nog een belang daarbij hebben. De beslissing van de Voorzieningenrechter brengt ook met zich mee dat zij dat belang niet (meer) hebben. Zonder voldoende belang komt niemand een rechtsvordering toe (artikel 3:303 BW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is het niet nodig om de vraag te bespreken of [eiser 1] c.s. het verzet tijdig hebben ingesteld, hetgeen [gedaagde] heeft betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [eiser 1] c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het verzet worden verwezen. De kosten worden aan de zijde van [gedaagde] begroot op:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>griffierecht		€ 	314,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris advocaat		€ 	563,00 (1 punt x tarief II)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>				-------------------- </para>
        <para>Totaal			€ 	877,00</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5.</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart [eiser 1] c.s. niet-ontvankelijk in het verzet,</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser 1] c.s. in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 877,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.M.P. Cremers en in het openbaar uitgesproken op</para>
        <para>7 september 2022. </para>
        <para>[1729/1918]</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>