<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:7333</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-31T14:55:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT EA 22/366  en FT EA 22/368</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=287a&amp;g=2019-01-01">Faillissementswet 287a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7333">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7333</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-31T14:54:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:7333 Rechtbank Rotterdam , 23-06-2022 / FT EA 22/366  en FT EA 22/368</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:7333:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dwangakkoord toewijzen. Prognoseakkoord. ANW-uitkering. Volledig arbeidsongeschikt. Bijna pensioengerechtigde leeftijd, inkomen zal nog iets toenemen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:7333:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer: [nummer 1] en [nummer 2]</para>
      <para>uitspraakdatum: 23 juni 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>
        [postcode]  [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekster.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft op 22 april 2022, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten: </para>
    </parablock>
    <para>- CVU Uitvaartzorg, vertegenwoordigd door Boeder Incasso (hierna: CVU);</para>
    <para>die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>CVU heeft voorafgaand aan de zitting een verweerschrift toegezonden. CVU heeft daarin aangegeven dat zij om proceseconomische redenen niet ter zitting zal verschijnen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 16 juni 2022 zijn verschenen en gehoord:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verzoekster;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de heer S. Bik, werkzaam bij Zwanenburg en De Heer B.V., in hoedanigheid beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlening (hierna: schuldhulpverlening).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster heeft volgens de crediteurenlijst bij het ingediende verzoekschrift zestien schuldeisers, waarvan twee preferente schuldeisers met zeven vorderingen en veertien concurrente schuldeisers met twintig vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 47.321,39 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van </para>
      <para>18 mei 2021 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 8,24% aan de preferente schuldeisers en 4,12% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. De geïnventariseerde totale schuldenlast bedroeg destijds € 43.600,30. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op haar uitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet (hierna: ANW). Verzoekster heeft ter zitting een verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige rapportage overgelegd. Uit het arbeidsdeskundig rapport van 16 mei 2019 volgt dat verzoekster als volledig arbeidsongeschikt dient te worden beschouwd. Verzoekster zal in juli 2022 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben. De verwachting is dat de afloscapaciteit als gevolg daarvan iets toe zal nemen. De aangeboden regeling voorziet daarom in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft gedurende het minnelijk traject gereserveerd voor haar schuldeisers en heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden door haar beschermingsbewindvoerder voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vijftien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. CVU stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 1.919,87 op verzoekster, welke 4,05% van de totale schuldenlast beloopt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3.</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In haar verweerschrift heeft CVU gemeld dat zij slechts het standaard formulier verzoekschrift toegestuurd heeft gekregen, zonder onderbouwing. CVU acht dat in strijd met een goede procesorde. CVU heeft recht en belang bij een afweging op basis van de stukken. Dat wordt haar op deze wijze onthouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CVU vermeldt in haar verweerschrift tevens het vermoeden dat de beschermingsbewindvoerder de kwestie traineert en op zijn beloop heeft gelaten. Verzoekster staat al zes jaar onder bewind. Verzoekster had allang een schuldsaneringsregeling afgerond kunnen hebben. CVU spreekt het vermoeden uit dat er gewacht is tot de pensioengerechtigde leeftijd. Verzoekster zit thuis en solliciteert niet. CVU stelt dat verzoekster dus niet een uiterste inspanning levert om de opbrengst voor de schuldeisers zo hoog mogelijk te laten zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In haar verweerschrift heeft CVU zich voorts op het standpunt gesteld dat de aangeboden regeling niet goed is gedocumenteerd en dat deze onvoldoende financieel transparant is. Een gespecificeerde opgave van de inkomsten voor de komende drie jaar die verzoekster kan verwerven, ontbreekt. Een opgave van de goederen van verzoekster ontbreekt en de uitdraai van de berekening van het vrij te laten bedrag is niet compleet.  In de visie van CVU heeft verzoekster voorts niet het maximaal haalbare aangeboden. Verzoekster heeft niet aangetoond dat zij niet redelijkerwijs binnen drie jaar een betaalde baan kan vinden waardoor de aflossingscapaciteit kan worden verhoogd. Uit het verzoekschrift blijkt niet op welke wijze verzoekster zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. CVU wijst er daarbij op dat in de schuldsaneringsregeling wettelijke waarborgen bestaan om te verzekeren dat verzoekster voldoet aan haar verplichting zich in te spannen voor een fulltime dienstverband.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft CVU geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4.</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is allereerst van oordeel dat niet is gebleken dat CVU niet het volledige verzoekschrift heeft ontvangen. Gebleken is bovendien, dat over de aard en inhoud van de aangeboden regeling in aanvulling op de aanbiedingsbrief, nog is gecorrespondeerd met verweerder. CVU is voorts uitgenodigd om ter zitting te verschijnen, waar zij zich verder had kunnen laten voorlichten. Dat zij van deze mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt, komt voor haar rekening en risico. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de inhoudelijke beoordeling van het verzoek overweegt de rechtbank als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van CVU bij haar weigering vast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of CVU in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van CVU een gering aandeel vormt in de totale schuldenlast van 4,05%. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk vijftien van de zestien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en gekwalificeerde partij, te weten Zwanenburg en De Heer B.V. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank voldoende goed en controleerbaar gedocumenteerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster niet beschikt over betaald werk. Verzoekster heeft een arbeidsdeskundig rapport van 16 mei 2019 overgelegd waaruit volgt dat verzoekster per die datum als volledig arbeidsongeschikt beschouwd moet worden. Dat verzoekster in die periode geen betaald werk heeft gehad of gezocht, kan haar dan ook niet worden aangerekend. Verzoekster zal bovendien vanaf juli 2022 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben. Hiermee zou de inspanningsplicht van verzoekster ook (om die reden) in de wettelijke schuldsaneringsregeling komen te vervallen. Verzoekster zal met het pensioen naar verwachting meer aflossingscapaciteit genereren en dit komt ten goede aan de schuldeisers, nu verzoekster een prognoseakkoord heeft aangeboden. Bovendien is gebleken dat verzoekster ook vanaf de aanbiedingsbrief van 18 mei 2021 al gespaard heeft. Ten tijde van indiening van het verzoekschrift was er in de minnelijke regeling een bedrag van € 2.200,- gespaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door schuldhulpverlening is ter zitting verklaard dat aan alle waarborgen, die ervoor moeten zorgen dat verzoekster het maximale ten behoeve van haar schuldeisers zal afdragen, is voldaan. Verzoekster staat onder beschermingsbewind. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede. </para>
      <para>Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoekster van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoekster zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoekster die vanuit een stabiele situatie haar schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van CVU, die geweigerd heeft in te stemmen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek om CVU te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CVU zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5.</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- beveelt CVU om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt CVU in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;</para>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af; </para>
    <para />
    <para>- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. N.A. Masrom, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2022. <footnote-ref linkend="_ab3cdc7c-b074-4f2f-b156-5339c13ba0a1" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is buiten staat </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">dit vonnis mede te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ab3cdc7c-b074-4f2f-b156-5339c13ba0a1" label="1">
    <para>Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>