<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:7253</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-08T10:23:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9862442</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7253">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7253</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-08T10:22:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:7253 Rechtbank Rotterdam , 26-08-2022 / 9862442</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:7253:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering beperkt tot € 500. Toewijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:7253:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9862442 CV EXPL 22-14129</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 26 augustus 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres] ,</emphasis> die handelt onder de naam <emphasis role="bold">[handelsnaam]</emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats eiseres] ,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Groenendaal &amp; Van Krijl Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die zelf procedeert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 26 april 2022, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het mondelinge antwoord van [gedaagde] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de repliek, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van [gedaagde] van 26 juli 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft gedurende twaalf sessies psychologische hulp ontvangen van [eiseres] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft voor de psychologische hulp op 13 augustus 2021 een factuur van € 1.434,96 gestuurd aan [gedaagde] (hierna: de factuur). [gedaagde] heeft de factuur niet betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3.</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] eist samengevat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 500,- met rente;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] baseert de eis op het volgende. [gedaagde] heeft de factuur gedeclareerd bij haar zorgverzekeraar. Daarop heeft de zorgverzekeraar € 669,78 uitgekeerd aan [gedaagde] . De zorgverzekeraar hanteert namelijk een eigen bijdrage van € 478,36 en een eigen risico van € 286,82. De eigen bijdrage trekt [eiseres] van het factuurbedrag af, aangezien zij daarvoor een vervangende (lagere) factuur heeft gestuurd aan [gedaagde] , waarop zij in deze procedure geen aanspraak maakt. [gedaagde] moet daarom € 956,60 aan [eiseres] betalen (€ 1.434,96 - € 478,36). Omdat zij dit tot nu toe ondanks aanmaningen heeft nagelaten, moet zij ook wettelijke rente, die berekend tot 8 april 2022 € 14,20 bedraagt, en een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 215,23 betalen. Op het totaal van deze bedragen brengt [eiseres] nog één of meerdere betalingen van in totaal € 50,- in mindering, zodat een vordering van € 1.136,03 resteert. In deze procedure beperkt [eiseres] haar vordering met het oog op de proceskosten tot € 500,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de eis en voert het volgende aan. [gedaagde] wist bij het aangaan van de overeenkomst niet dat zij zowel een eigen bijdrage als eigen risico moest betalen voor de behandelingen. Zij was er psychisch slecht aan toen en heeft daarom het contract niet goed doorgelezen. [eiseres] heeft daar misbruik van gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4.</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hoofdsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Er is geen discussie over dat de verzekeraar van [gedaagde] € 669,78 aan haar heeft uitgekeerd, na de declaratie van de factuur. [gedaagde] heeft niet betwist dat zij dit bedrag in ieder geval moet doorstorten aan [eiseres] . Het geëiste bedrag van € 500,- wordt daarom toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Of [gedaagde] ook het restant van de factuur, dat niet door haar verzekering wordt gedekt, moet betalen aan [eiseres] hoeft niet beoordeeld te worden. Op grond van het voorgaande kan het geëiste bedrag van € 500,- namelijk al worden toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De geëiste rente over dit bedrag wordt ook toegewezen. [gedaagde] heeft namelijk geen verweer gevoerd op dit punt en uit de wet (artikel 6:119 BW) volgt dat zij deze rente verschuldigd is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [gedaagde] tot vandaag vast op € 127,43 aan dagvaardingskosten, € 86,- aan griffierecht en € 150,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 75,- tarief). Dit is totaal € 363,43. Voor kosten die [eiseres] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde] een bedrag betalen van € 37,50 (1/2 punt x € 75,- tarief). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5.</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 500,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW hierover vanaf 26 april 2022 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de kant van [eiseres] tot vandaag vastgesteld op € 363,43;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>33394</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>