<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:7010</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-24T15:24:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9976887</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7010">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:7010</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-24T15:23:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:7010 Rechtbank Rotterdam , 18-08-2022 / 9976887</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:7010:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Vordering tot veroordeling medewerking te verlenen aan funderingsherstel/vervangende machtiging. Vorderingen van onbepaalde waarde; kantonrechter onbevoegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:7010:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9976887 \ VV EXPL 22-255</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 18 augustus 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Waerdeloos</emphasis>, </para>
      <para>vestigingsplaats: Lisse,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: mr. N. Roodenburg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Onroerend Goed Maatschappij Westerdale B.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Rotterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Waerdeloos’ en ‘Westerdale’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 12 juli 2022, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de e-mail van Waerdeloos d.d. 1 augustus 2022, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van de mondelinge behandeling op 3 augustus 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 3 augustus 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was slechts aanwezig mr. N. Roodenburg namens Waerdeloos. Van hetgeen is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Waerdeloos eist samengevat:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Westerdale te veroordelen om medewerking te verlenen aan het herstellen van de mandelige fundering tussen de panden [adres 1] en [adres 2] door schriftelijk toestemming te geven voor dat herstel;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>indien Westerdale die medewerking weigert, verzoekt Waerdeloos de kantonrechter om een vervangende machtiging af te geven voor die werkzaamheden als benoemd in de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Westerdale te veroordelen tot betaling van haar deel van de begrote herstelkosten ten bedrage van € 15.108,00, en de buitengerechtelijke incassokosten van € 980,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Westerdale te veroordelen in de proceskosten, waaronder de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Waerdeloos baseert de eis op het volgende. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.2.1.</nr>
        <para>Waerdeloos is eigenaresse van de woningen aan de [adres 3] en [adres 4], 4, [adres 5] en [adres 6]. Westerdale is eigenaresse van de woningen aan de [adres 7] en [adres 8]. Deze woningen maken deel uit van een woningblok met funderingsproblemen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.2.</nr>
        <para>Waerdeloos heeft meermaals vergeefs contact gezocht met Westerdale om instemming te vragen voor geplande funderingsherstelwerkzaamheden aan de mandelige muur tussen de panden [adres 1] en [adres 2] </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.3.</nr>
        <para>Door de funderingsproblemen zijn verzakkingen opgetreden die dusdanig ernstig zijn dat de fundering van de mandelige muur zo snel mogelijk moet worden hersteld. Dit blijkt (ook) uit een herhalingsonderzoek van de Funderingswinkel van januari 2022. Het aandeel van de kosten voor herstel dat aan Westerdale is toe te rekenen bedraagt <?linebreak?>€ 15.108,00.   </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Westerdale heeft geen verweer gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Waerdeloos heeft de aan Westerdale betekende dagvaarding overgelegd. De kantonrechter heeft geconstateerd dat Westerdale correct is opgeroepen voor de zitting van <?linebreak?>3 augustus 2022. Omdat ook de overige bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, heeft de kantonrechter verstek verleend tegen Westerdale. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of zij bevoegd is om deze zaak te behandelen. Zij is bevoegd een zaak in kort geding te behandelen als zij die zaak ook in een bodemprocedure zou mogen behandelen (artikel 254 lid 5 Rv). In welke zaken de kantonrechter in een bodemprocedure bevoegd is, volgt uit artikel 93 e.v. Rv. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Voorop wordt gesteld dat de zaak geen zogenoemde aardvordering is en ook geen zaak waarvan specifiek in de wet is bepaald dat de kantonrechter bevoegd is (artikel 93 sub c en d Rv). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>In de aard van de vorderingen van Waerdeloos onder 1 en 2 ligt besloten dat het  vorderingen van onbepaalde waarde betreft. In artikel 93 sub b jo. 94 lid 1 is bepaald dat de kantonrechter zulke vorderingen slechts behandelt en beslist als er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vorderingen samen (inclusief de vordering onder 3) geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000,00. Dergelijke aanwijzingen ontbreken in dit geval. De enkele stelling van Waerdeloos dat de waarde van de vorderingen onder 1 en 2 kan worden gekoppeld aan het onder 3 gevorderde aandeel in de herstelkosten - welk bedrag onder de competentiegrens ligt - is hiertoe niet voldoende. De vordering onder 1 heeft immers geen betrekking op een bijdrage in de herstelkosten maar betreft een verplichting tot medewerking die naar haar aard verder strekt dan een éénmalige betalingsverplichting en die een potentiële beperking vormt van het eigendomsrecht van Westerdale. Aan een dergelijke verplichting kan geen bepaalde waarde worden gekoppeld. Hetzelfde geldt voor de vordering onder 2, nu die vordering in het verlengde ligt van de vordering onder 1.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat zij niet bevoegd is om de vorderingen te behandelen. De kantonrechter komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke behandeling van de zaak. Volledigheidshalve overweegt de kantonrechter dat er geen aanleiding bestaat om de zaak te verwijzen naar de bevoegde rechter, omdat de aard van een kort geding procedure zich daartegen verzet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Waerdeloos krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Westerdale tot vandaag vast op nihil, nu Westerdale niet is verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd de onderhavige zaak te behandelen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt Waerdeloos in de proceskosten, aan de kant van Westerdale tot vandaag vastgesteld op nihil;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>48637</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>