<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:6998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-24T14:52:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9604742</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:6998">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:6998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-24T14:51:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:6998 Rechtbank Rotterdam , 05-08-2022 / 9604742</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:6998:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onbetaalde factuurbedragen uit hoofde van een vervoersovereenkomst gedeeltelijk toegewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:6998:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9604742 \ CV EXPL 21-42918</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 5 augustus 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PostNL Pakketten Benelux B.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Hoofddorp,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: mr. J.A. Trimbach,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tulip Express B.V.</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Barendrecht,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.W.F.M. Hoogma.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘PostNL’ en ‘Tulip Express’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 16 december 2021, met producties 1 tot en met 8;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 6;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 11 april 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de zijdens PostNL separaat ingediende producties 9 tot en met 16;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de zijdens Tulip Express separaat ingediende productie 7;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de spreekaantekeningen van de gemachtigde van PostNL.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 12 juli 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Namens PostNL zijn verschenen [naam 1] (functie: [functie 1]) en [naam 2] (functie: [functie 2]), bijgestaan door mr. J.A. Trimbach als gemachtigde. Namens Tulip Express is verschenen [naam 3] (functie: [functie 3]), bijgestaan door mr. E.W.F.M. Hoogma en mr. D.R.A. Bouma als gemachtigden. Van hetgeen is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>PostNL heeft in opdracht van Tulip Express vervoerswerkzaamheden verricht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In de periode van 5 juni 2018 tot en met 2 april 2019 heeft PostNL diverse facturen verstuurd aan Tulip Express die door Tulip Express deels niet zijn voldaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>PostNL en haar incassogemachtigde hebben Tulip Express diverse malen per brief aangemaand om de openstaande factuurbedragen te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>PostNL eist samengevat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Tulip Express te veroordelen aan haar te betalen € 22.107,54, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 18.664,98 vanaf 1 december 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Tulip Express te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 18.664,98, wettelijke handelsrente van € 4.995,74 (berekend tot en met 30 november 2021) en buitengerechtelijke kosten van € 961,65, minus een dubbel gefactureerd bedrag van € 2.514,83.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>PostNL baseert de eis op het volgende. Uit hoofde van de tussen partijen gesloten vervoersovereenkomst heeft PostNL in opdracht en voor rekening van Tulip Express vervoerswerkzaamheden verricht op grond waarvan zij van Tulip Express de gevorderde hoofdsom opeisbaar te vorderen heeft gekregen. Ondanks aanmaning en sommatie is Tulip Express in gebreke gebleven met de voldoening van de facturen. Overeenkomstig de toepasselijke algemene voorwaarden, subsidiair op grond van de artikelen 6:119a BW en 6:96 lid 2 sub c BW maakt PostNL aanspraak op wettelijke handelsrente en een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Tulip Express is het niet eens met de eis en voert primair aan dat de vordering van PostNL is verjaard. Subsidiair heeft Tulip Express aangevoerd dat om verschillende redenen het gevorderde bedrag onjuist is. Ten slotte stelt Tulip Express zich op het standpunt dat de algemene voorwaarden waar PostNL zich op beroept, vernietigbaar zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">Verjaring</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Als verst strekkend verweer heeft Tulip Express aangevoerd dat de vordering van PostNL is verjaard. PostNL heeft in reactie hierop aangevoerd dat de verjaring meermaals is gestuit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>In artikel 8:1711 BW is bepaald dat een vordering die is gegrond op een vervoerovereenkomst verjaart door verloop van één jaar. Ingevolge artikel 3:317 lid 1 BW wordt de verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis echter gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Door stuiting van de verjaring begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen met de aanvang van de volgende dag. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Een schriftelijke aanmaning is voldoende om de verjaring te stuiten. Niet is vereist – zoals door Tulip Express tijdens de mondelinge behandeling is aangevoerd – dat in deze aanmaning tevens ondubbelzinnig het recht op nakoming wordt voorbehouden. De door PostNL overgelegde aanmaningen en sommaties zijn naar het oordeel van de kantonrechter dan ook te kwalificeren als stuitingshandelingen in de zin van artikel 3:317 lid 1 BW. Zodoende is niet vast te stellen dat een tussenliggende periode van één jaar tussen de vervaltermijnen van de facturen en de afzonderlijke stuitingshandeling(en) bestaat, zodat van verjaring geen sprake is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoofdsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het bedrag dat door PostNL aan hoofdsom wordt gevorderd is de optelsom van acht volgens PostNL openstaande factuurbedragen. Tulip Express betwist niet dat PostNL vervoerswerkzaamheden voor haar heeft verricht en dat zij in beginsel is gehouden daarvoor te betalen, maar zij betwist wel de hoogte van het verschuldigde bedrag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Ten eerste voert Tulip Express aan dat op het openstaande bedrag ad € 10.306,07 van de factuur eindigend met het nummer 343 zowel een gecrediteerd bedrag van <?linebreak?>€ 11.593,65 als een reeds door haar betaald bedrag van € 8.251,09 in mindering moeten worden gebracht. Zij verwijst ter onderbouwing onder meer naar een creditfactuur en betalingsafschriften. PostNL heeft zich in dit kader op het standpunt gesteld dat de creditfactuur waar Tulip Express naar verwijst niet is gericht aan Tulip Express, maar aan een derde partij: [naam bedrijf] (hierna: ‘[naam bedrijf]’). Ter duiding van haar werkwijze heeft PostNL omschreven dat zij een contract afsluit met een contractpartij en dat deze contractpartij een klantnummer kan aanmaken ten behoeve van een zogenaamde ‘Supplying business partner’. De werkzaamheden die PostNL ten behoeve van de Supplying business partner verricht worden bij de contractpartij in rekening gebracht. In het verleden was Tulip Express Supplying business partner onder het contract van [naam bedrijf]. PostNL voert verder aan dat zij, na de overgang op een nieuw facturatiesysteem, waarbij een fout in de inrichting van het systeem was gemaakt, een periode ten onrechte aan [naam bedrijf] heeft gefactureerd terwijl zij eigenlijk aan Tulip Express had moeten factureren. Zij heeft vervolgens een (credit)factuur verzonden aan [naam bedrijf], waarin is vermeld dat een bedrag van € 11.593,65 wordt gecrediteerd en de factuur eindigend op 343 aan Tulip Express. De creditfactuur waar Tulip Express zich op beroept, is volgens PostNL geen creditfactuur, maar een specificatie van de creditering gericht aan [naam bedrijf].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Tulip Express heeft bovengenoemde door PostNL tijdens de mondelinge behandeling nader toegelichte gang van zaken niet gemotiveerd betwist. Zodoende wordt uitgegaan van de juistheid van de stelling van PostNL dat de creditering ten bedrage van <?linebreak?>€ 11.593,65 is gericht aan [naam bedrijf] en niet aan Tulip Express. In dit kader acht de kantonrechter tevens van belang dat op het document waar Tulip Express zich in het kader van de creditering op beroept, niet is vermeld dat het om een (credit)factuur gaat (er staat slechts “<emphasis role="italic">Supplying business partner details for Invoice: 1141-218151</emphasis>”). Zodoende is naar het oordeel van de kantonrechter niet komen vast te staan dat het bedrag van <?linebreak?>€ 11.593,65 in mindering strekt op de door PostNL in deze procedure gevorderde hoofdsom. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het reeds betaalde bedrag van € 8.251,09 heeft PostNL aangevoerd dat de door Tulip Express verrichte betalingen in mindering strekken van de vordering van PostNL op [naam bedrijf]. Het genoemde bedrag van € 8.251,09 is verdeeld over drie facturen in rekening gebracht bij [naam bedrijf]. Nu deze facturen vervoerswerkzaamheden ten behoeve van Tulip Express betroffen en deze facturen door Tulip Express zijn voldaan, gaat PostNL ervan uit dat [naam bedrijf] aan Tulip Express heeft verzocht om die bedragen rechtstreeks aan PostNL over te maken. </para>
        <para>Aangezien een latere creditering van deze facturen heeft plaatsgevonden aan [naam bedrijf], dient - volgens PostNL - Tulip Express zich wat de door haar verrichte betalingen betreft te richten tot [naam bedrijf] en niet tot PostNL. </para>
        <para>Tulip Express heeft ter zitting onweersproken gesteld dat in 2016 het Supplying business partner account van [naam bedrijf] naar Tulip Express zelf is overgegaan, terwijl onderhavige betalingen in 2018 hebben plaatsgevonden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt als volgt. Blijkens de overgelegde producties zien de facturen en betalingen behorend bij het bedrag ad € 8.251,09 alle op de periode april en mei 2018. Als onweersproken staat vast dat Tulip Express in 2018 ten aanzien van PostNL geen Supplying business partner meer was van [naam bedrijf]. Het gegeven dat het bedrag ad € 8.251,09 door PostNL zelf in 2018 – kennelijk als gevolg van een inrichtingsfout van het nieuwe facturatiesysteem – ten onrechte bij [naam bedrijf] in rekening is gebracht en vervolgens aan haar is gecrediteerd, maakt niet dat Tulip Express de door haar verrichte betalingen nu bij [naam bedrijf] zou moeten gaan verhalen. Vast staat dat Tulip Express aan PostNL € 8.251,09 heeft betaald ten behoeve van vervoerswerkzaamheden die PostNL voor haar heeft uitgevoerd. Administratieve fouten en correcties die PostNL ten aanzien van [naam bedrijf] heeft gemaakt, maken dit niet anders. Het bedrag ad € 8.251,09 strekt dan ook in mindering op de vordering van PostNL op Tulip Express. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Ten aanzien van de hoogte van de factuurbedragen behorend bij de factuurnummers eindigend op 537, 364, 296, 685 en 826 heeft Tulip Express aangevoerd dat de gevorderde bedragen niet juist zijn. Zij verwijst in dat kader naar documentatie afkomstig uit haar eigen web-account op mijnpostnl, waarop lagere bedragen dan gevorderd staan vermeld. PostNL heeft er op gewezen dat dit geen facturen zijn, maar aanbiedersspecificaties en dat het verschil tussen de daarop genoemde bedragen en de facturen bestaat uit de btw die niet is vermeld op de aanbiedersspecificaties. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat ten aanzien van de factuurbedragen behorend bij de factuurnummers eindigend op 537 en 364 het verschil met het in de bijbehorende aanbiedersspecificaties genoemde bedrag niet (louter) wordt veroorzaakt door het al dan niet rekenen van btw. PostNL heeft dan ook onvoldoende gemotiveerd waarom de door haar gestelde bedragen op deze facturen afwijken van de bedragen op de aanbiedersspecificaties en door Tulip Express zijn verschuldigd. De kantonrechter acht in dit verband relevant dat op de aanbiedersspecificaties expliciet de corresponderende factuurnummers zijn vermeld en dat deze specificaties, zoals onbetwist door Tulip Express gesteld, afkomstig zijn van haar web-account op mijnpostnl, hetgeen een door PostNL gecreëerde digitale omgeving is waarvan de inhoud - en daarmee een eenduidige informatievoorziening van haar klanten - onder de verantwoordelijkheid van PostNL valt. Het bovenstaande leidt tot het oordeel dat ter zake de facturen met de nummers eindigend op 537 en 364 niet de gevorderde bedragen maar de openstaande bedragen zoals door Tulip Express opgesomd zullen worden toegewezen aan hoofdsom. Ten aanzien van de overige drie facturen is het verschil wel te verklaren door de bijtelling van btw. De door PostNL gestelde bedragen voor deze facturen worden toegewezen, nu het voor Tulip Express duidelijk was dat zij deze bedragen inclusief btw verschuldigd was en op de aanbiedersspecificaties expliciet staat vermeld dat de genoemde bedragen exclusief btw zijn. Dit leidt voor deze vijf facturen tot een totaalbedrag van € 3.685,49.</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Factuurnummer</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Bedrag</emphasis>
                </para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1141-428537</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 3.258,58</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1141-448364</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 359,91</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1141-654296</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 16,11</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1141-771685</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 42,41</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1141-576826</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 8,48</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 3.685,49</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Met betrekking tot de twee facturen met de nummers eindigend op 713 en 793 bestaat tussen partijen geen geschil over het openstaande bedrag. Dit deel van de hoofdsom (€ 500,00 respectievelijk € 1.924,74) is zodoende toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Tulip Express heeft ook aangevoerd dat naast het reeds door PostNL op haar vordering in mindering gebrachte bedrag van € 2.514,83 een bedrag van € 3.719,47 (en dus in totaal € 6.234,30) aan barcodes te veel in rekening is gebracht en verwijst ter onderbouwing naar een door haar opgesteld overzicht. PostNL heeft gemotiveerd betwist dat Tulip Express nog een bedrag van € 3.719,47 toekomt. Tulip Express heeft vervolgens geen nadere toelichting gegeven op het door haar opgestelde overzicht en haar beroep op verrekening in dit kader. Aan de hand van het door Tulip Express opgestelde overzicht is naar het oordeel van de kantonrechter niet op eenvoudige wijze vast te stellen of het beroep op verrekening gegrond is. Op de voet van artikel 6:136 BW zal de kantonrechter de vordering van PostNL ondanks het beroep van Tulip Express op verrekening toewijzen, met dien verstande dat het door PostNL verrekende bedrag van € 2.514,83 in mindering dient te strekken op de hoofdsom, en niet op de vordering inclusief rente en buitengerechtelijke kosten. Dit bedrag is immers ten onrechte in rekening gebracht, waardoor het niet dient te worden meegenomen in de berekening van de hoofdsom waarover rente en buitengerechtelijke kosten worden berekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Het bovenstaande in acht genomen zal aan hoofdsom een bedrag van € 5.650,38 worden toegewezen.  </para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Factuurnummer</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Bedrag</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1141-216343</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 2.054,98</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(€ 10.306,07 - € 8.251,09)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1141-406713</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 500,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1141-412793</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 1.924,74</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1141-428537</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 3.258,58</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1141-448364</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 359,91</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1141-654296</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 16,11</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1141-771685</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 42,41</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>1141-576826</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 8,48</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>dubbel gefactureerd</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>-€ 2.514,83</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 5.650,38</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten en rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>In het midden kan blijven of de algemene voorwaarden waar PostNL in het kader van de door haar gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en rente een beroep op doet van toepassing zijn. Een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente is immers op grond van de wet toewijsbaar. Gebaseerd op de toewijsbare hoofdsom bedraagt het toewijsbare bedrag aan incassokosten conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten € 657,52. De wettelijke rente ex artikel 6:119a BW wordt toegewezen over de toe te wijzen hoofdsom vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Tulip Express krijgt voor het grootste deel ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van PostNL tot vandaag vast op € 103,38 aan dagvaardingskosten, € 507,00 aan griffierecht en € 622,00 aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 311,00 tarief). Dit is totaal € 1.232,38. De over dit bedrag gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen. Voor zover het door PostNL reeds voldane griffierecht een bedrag van € 507,00 te boven gaat, dient het meerdere als nodeloos gemaakte kosten voor rekening van PostNL te blijven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt Tulip Express om aan PostNL te betalen € 6.307,90, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 5.650,38 vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt Tulip Express in de proceskosten, aan de kant van PostNL tot vandaag vastgesteld op € 1.232,38, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. drs. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>48637</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>