<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:670</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-09T09:44:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/629628 / FA RK 21-9002</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:670">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:670</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-09T09:43:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:670 Rechtbank Rotterdam , 14-01-2022 / C/10/629628 / FA RK 21-9002</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:670:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek schadevergoeding tegen burgemeester in kader crisismaatregel Wvggz afgewezen. Onafhankelijk psychiater kan concluderen dat verzoeker niet gehoord kan of wil worden. (art. 7:1 lid 1 onder b Wvggz)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:670:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>Team familie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak-/rekestnummer: C/10/629628 / FA RK 21-9002 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 14 januari 2022 betreffende het beroep tegen een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) tevens houdende de beslissing op het verzoek tot schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:12 van de Wvggz </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>ten aanzien van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>ook bekend als <emphasis role="bold">[alias verzoeker] ,</emphasis> verzoeker,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum verzoeker] te [geboorteplaats verzoeker] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats verzoeker] ,</para>
      <para>advocaat mr. P.T.M. de Haan te Rotterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de burgemeester van de gemeente Rotterdam</emphasis>, hierna: de burgemeester. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1.</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 1 december 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift van de burgemeester van Rotterdam van 21 december 2021; en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aanvullende brief van de burgemeester van 27 december 2021. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 januari 2022. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de hiervoor genoemde advocaat; en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam jurist] , jurist bij de gemeente Rotterdam, namens de burgemeester. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Het is verzoeker vanwege technische problemen niet gelukt deel te nemen aan de mondelinge behandeling. De rechtbank heeft hierop telefonisch contact gehad met verzoeker. Verzoeker heeft verklaard dat vertegenwoordiging door zijn advocaat voldoende is. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 10 november 2021 om 11.30 uur heeft een onafhankelijk psychiater, [naam onafhankelijke psychiater] , verzoeker onderzocht en een medische verklaring opgesteld. Deze psychiater oordeelde dat bij verzoeker sprake is van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. De psychiater constateerde dat verzoeker zich verzette en dat het ernstig nadeel alleen kon worden weggenomen door de crisismaatregel. De crisissituatie was dermate ernstig is dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De burgemeester heeft op grond van deze medische verklaring op 10 november 2021 een crisismaatregel genomen ten aanzien van verzoeker op grond van artikel 7:1 lid 1 Wvggz. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Tegen de door de burgemeester genomen crisismaatregel heeft verzoeker op 1 december 2021 beroep ingesteld tevens houdende een verzoek tot schadevergoeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De burgemeester heeft op 21 december 2021 gereageerd op dit beroep en afwijzing bepleit.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3.</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 7:6 lid 1 Wvggz kan betrokkene door middel van een schriftelijk en gemotiveerd verzoek binnen drie weken na de dag waarop de burgemeester de crisismaatregel heeft genomen, bij de rechter beroep instellen tegen de crisismaatregel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Op 10 november 2021 is door de burgemeester een crisismaatregel genomen ten aanzien van verzoeker. Verzoeker heeft 1 december 2021 beroep ingesteld tegen deze crisismaatregel. Het beroep is derhalve tijdig ingesteld en ook anderszins is verzoeker ontvankelijk in zijn beroep. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het beroep van verzoeker is gebaseerd op een tweetal gronden. Volgens verzoeker is sprake van een onrechtmatige crisismaatregel omdat hij niet is gehoord door de burgemeester, en omdat de burgemeester op grond van de medische verklaring niet tot een beslissing tot toewijzing van de crisismaatregel had kunnen komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Hoorplicht</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.4.1.</nr>
        <para>De verzoeker stelt zich op het standpunt dat de crisismaatregel onrechtmatig is genomen omdat niet is voldaan aan de hoorplicht. Daarmee is volgens hem de eisen van de Wvggz niet in acht genomen, omdat de Wvggz ervan uitgaat dat een betrokkene wordt gehoord door de burgemeester of een ander in opdracht van de burgemeester voorafgaand aan het nemen van een crisismaatregel. Op grond van het door de onafhankelijke psychiater aankruisen, in het Khonraad-systeem, dat verzoeker niet gehoord wilde worden, is door de burgemeester geconcludeerd dat verzoeker niet gehoord wenste te worden. De advocaat van verzoeker stelt dat aldus niet had mogen worden gehandeld. Dat verzoeker niet wilde communiceren met de psychiater, al ontkent verzoeker dit, impliceert niet dat een dergelijke weigering zich ook zou voordoen ten aanzien van de burgemeester. Verzoeker kende de personen van het crisisteam die aanwezig waren bij de beoordeling van de psychiater en omdat verzoeker geen vertrouwen had in deze personen, weigerde hij in gesprek te gaan met de psychiater of anderen. Hierbij heeft verzoeker niet expliciet te kennen gegeven niet te willen worden gehoord door de burgemeester. Een verstrekkende maatregel als een crisismaatregel vraagt meer inspanning van de burgemeester om zich ervan te vergewissen dat een betrokkene daadwerkelijk afziet van zijn recht om gehoord te worden. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.2.</nr>
        <para>De burgemeester stelt zich op het standpunt dat wel is voldaan aan de verplichting van artikel 7:1 derde lid onder b Wvggz. Aan de onafhankelijk psychiater die de medisch verklaring heeft opgesteld kan worden toevertrouwd dat hij vaststelt of de betrokkene over de boogde crisismaatregel kan en wil worden gehoord. De psychiater heeft verklaard, ook in een nadere verklaring, dat verzoeker scheldend contact afhield en een gesprek weigerde. Ook heeft de psychiater verklaard dat verzoeker iedere betekenisvolle communicatie weigerde. In het episode-journaal heeft de psychiater verklaard dat verzoeker zeer weinig toegankelijk was voor een gesprek en dat verzoeker niet kon worden gehoord omdat de situatie op dat moment – in de kantine van een onderwijsinstelling met medeleerlingen in de directe omgeving – te explosief was. De psychiater heeft bijna een uur de tijd genomen om verzoeker te onderzoeken. Gezien verweerder mocht vertrouwen op de medische verklaring en het spoedeisende karakter van de procedure, heeft verweerder navolging gegeven aan de vaststelling van de psychiater dat verzoeker niet gehoord kon worden. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.3.</nr>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat er door de burgemeester wel is voldaan aan de hoorplicht in de zin van artikel 7:1 derde lid 3 onder b Wvggz. De rechtbank baseert dit oordeel mede op basis van de uitspraak van de Hoge Raad van 20 november 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1808). De burgemeester mag vertrouwen op het oordeel van de onafhankelijke psychiater die de medische verklaring opstelt, over de vraag op een betrokkene kan of wil worden gehoord. De gedane en omschreven inspanningen om met verzoeker in gesprek te komen, bevestigen dit oordeel. De verplichting om een betrokkene zo mogelijk te horen op grond van artikel 7:1 lid 3 onder b Wvggz reikt niet zover dat de burgemeester zelf of iemand namens hem bij verzoeker had moeten moet nagaan of hij al dan niet gehoord wilde worden. De rechtbank is daarom van oordeel dat de burgemeester in dit geval mocht afgaan op de verklaring van de onafhankelijk psychiater inzake de vraag of verzoeker kon of wilde worden gehoord. Er is daarmee door de burgemeester voldaan aan de hoorplicht in de zin van artikel 7:1 lid 3 onder b Wvggz. Het beroep is ongegrond.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Medische verklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.5.1.</nr>
        <para>Verzoeker stelt in de tweede plaats dat de medische verklaring onvoldoende feitelijke grondslag heeft alsmede een duidelijke diagnose mist waarop het vermoeden van een stoornis is gebaseerd. Ook blijkt volgens verzoeker niet op basis van welke informatie de psychiater tot zijn oordeel is gekomen en van wie die informatie is verkregen. Derhalve had de burgemeester niet tot de afgifte van een crisismaatregel kunnen en mogen komen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.5.2.</nr>
        <para>De burgemeester stelt zich op het standpunt dat de medische verklaring wel de benodigde informatie bevat voor het besluit tot het nemen van een crisismaatregel. Ten aanzien van de symptomen die verzoeker vertoonde, heeft de psychiater aangegeven op basis van aangegeven informatiebronnen dat hij in behandeling is in verband met depressieve symptomen en automutilatie. Verzoeker is sinds een maand niet meer thuis en verblijft bij vrienden, waarbij hij geld aan zijn ouders vraagt, waarschijnlijk voor speed. In augustus 2021 heeft verzoeker tevens tweemaal een suïcidepoging gedaan. Ook is volgens de psychiater sprake van een (vermoedelijke) diagnose: suïcidaliteit bij borderline problematiek. Volgens de psychiater volgt uit het eerdergenoemde onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, bestaande uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en acute maatschappelijke teloorgang. Tevens zag de psychiater geen andere (vrijwillige) mogelijkheden om de benodigde zorg te verlenen. Er waren geen redenen om van dit advies af te wijken. Dat de crisismaatregel niet is verlengd, zoals door verzoeker naar voren is gebracht op de onjuistheid daarvan te illustreren, betekent niet dat de crisismaatregel op onjuiste gronden is opgelegd. Het betreft immers een verschillend beoordelingsmoment. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.5.3.</nr>
        <para>De rechtbank concludeert dat de medische verklaring voldoende grondslag bevatte voor het verlenen van een crisismaatregel. Het beroep is dan ook ongegrond. </para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4.</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep tegen de crisismaatregel van 10 november 2021 ongegrond;</para>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek tot schadevergoeding af. </para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is op 14 januari 2022 gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van C.M. Turfboer, griffier. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking staat, voor zover het betreft het beroep tegen de crisismaatregel, het rechtsmiddel van cassatie open. Voor zover het betreft het verzoek tot schadevergoeding kan tegen deze beschikking door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>