<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:6608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-09T08:57:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/630961 / JE RK 21-3394</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:6608">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:6608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-09T08:56:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:6608 Rechtbank Rotterdam , 28-06-2022 / C/10/630961 / JE RK 21-3394</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:6608:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging uithuisplaatsing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:6608:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/630961 / JE RK 21-3394</para>
      <para>Datum uitspraak: 28 juni 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de gecertificeerde instelling LEGER DES HEILS JEUGDZORG EN RECLASSERING</emphasis>, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2009 te [geboorteplaats minderjarige] ,</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder] ,</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam vader] ,</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader] .</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 21 januari 2022 en de</para>
    <para>daaraan ten grondslag liggende stukken;</para>
    <para>- de briefrapportage van de GI van 17 juni 2022, ingekomen bij de griffie op 22 juni 2022.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 28 juni 2022 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn: <?linebreak?>-	de vader; <?linebreak?>-	een vertegenwoordiger van de GI, mw. [naam vertegenwoordiger] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opgeroepen en niet verschenen is:<?linebreak?>-	de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [voornaam minderjarige] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [voornaam minderjarige] verblijft bij een gezinshuis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 21 januari 2022 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot </para>
      <para>2 februari 2023. De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot </para>
      <para>2 augustus 2022. Het overig verzochte is aangehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het aangehouden verzoek</title>
    <para>De GI heeft (oorspronkelijk) verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van één jaar. Nu resteert nog de periode tot 2 februari 2023.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Het gezinshuis is een positieve plek voor [voornaam minderjarige] . De gezinshuisouders hebben het beste met hem voor. Er wordt gekeken of het beter voor [voornaam minderjarige] is om naar een andere school te gaan, aangezien de gezinshuisouders niet achter de manier staan waarop school met [voornaam minderjarige] omgaat. Het contact tussen [voornaam minderjarige] en zijn moeder verloopt helaas niet goed. De jeugdbeschermer heeft wel contact met haar en met haar zus. Het contact tussen [voornaam minderjarige] en de vader is goed. </para>
      <para>Het perspectief van [voornaam minderjarige] ligt volgens de jeugdbeschermer in het gezinshuis, en niet bij één van de ouders. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de belanghebbende</title>
    <para>De vader heeft ter zitting geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De vader geeft aan dat [voornaam minderjarige] het erg naar zijn zin heeft in het gezinshuis. Hij kan goed opschieten met zijn ‘broertjes’ daar. [voornaam minderjarige] heeft ook veel vriendjes. De vader staat achter de gezinshuisouders. Vanwege de situatie met de moeder van [voornaam minderjarige] is het helaas niet mogelijk dat [voornaam minderjarige] bij vader komt wonen. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>Op basis van de stukken en dat wat ter zitting is besproken zal de kinderrechter het - onweersproken - resterende deel van het verzoek van de GI toewijzen. Aan de gronden voor een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt voldaan. Door de beschreven situatie kan [voornaam minderjarige] niet bij één van de ouders wonen. De machtiging tot uithuisplaatsing zal worden verlengd voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 2 februari 2023.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 2 februari 2023;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2022 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. V. Versteeg, als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 13 juli 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>