<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:6569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:48:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9753132 \ VZ VERZ 22-2791</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2022-0915</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2022-0915</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:6569">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:6569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-11T14:53:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:6569 Rechtbank Rotterdam , 07-07-2022 / 9753132 \ VZ VERZ 22-2791</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:6569:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wisselbeschikking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:6569:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9753132 \ VZ VERZ 22-2791</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 7 juli 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking ex artikel 69 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter</emphasis>,<emphasis role="bold"> zitting houdende te Rotterdam </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>, </para>
      <para>Wonende te [woonplaats verzoeker],</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. F. Özer te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">tegen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>
      [verweerder 1],</title>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats verweerder 1],</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">2. [verweerder 2]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats verweerder 2],</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">3. [verweerder 3]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [woonplaats verweerder 3],</para>
      <para>verweerders, </para>
      <para>mr. G. Sarier te Dordrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ‘[verzoeker]’ en ‘[gedaagden]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 18 maart 2022 is op de griffie van deze rechtbank een op 16 maart 222 gedateerd verzoekschrift, met producties, van [verzoeker] ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft een mondelinge behandeling bepaald op 27 mei 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Nadat de voormalig gemachtigde van [gedaagden] zich op 18 mei 2022 heeft onttrokken, heeft mr. Sarier zich op 25 mei 2022 namens [gedaagden] gesteld en verzocht om uitstel van de mondelinge behandeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft op 1 juni 2022 een nieuwe mondelinge behandeling bepaald.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Op 29 juni 2022 is op de griffie van deze rechtbank een op 28 juni 2022 gedateerd verweerschrift, tevens houdende zelfstandige nevenverzoeken, met producties, van [gedaagden] ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Op 6 juli 2022 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de uitspraak van de beschikking bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>Het verzoek en de beoordeling daarvan</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Vooropgesteld wordt dat de kantonrechter op grond van artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) verplicht is om, ook zonder een daartoe strekkend verweer, te onderzoeken of de procedure met het juiste procesinleidend stuk aanhangig is gemaakt. Als de kantonrechter vervolgens constateert dat de zaak op het verkeerde ‘spoor’ zit, moet hij de wissel omzetten en er zorg voor dragen dat de procedure wordt doorgeleid naar het juiste spoor. Op grond van artikel 261 lid 2 Rv worden de zaken ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit met een verzoekschrift ingeleid. Alle overige zaken worden bij dagvaarding ingeleid (artikel 78 Rv).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft in haar verzoekschrift de kantonrechter (kort gezegd) primair voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet is beëindigd en subsidiair, voor het geval de mededeling op de kort geding zitting van 20 januari 2022 als een opzegging kan worden aangemerkt, de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen. Voorts is zowel primair als subsidiair verzocht [gedaagden] (hoofdelijk) te veroordelen tot toelating van [verzoeker] de bedongen arbeid te hervatten op straffe van verbeurte van een dwangsom, tot betaling van achterstallig loon over de periode van maart 2020 tot en met december 2020 en van maart 2021 tot en met december 2021, tot betaling van het loon vanaf januari 2022, tot betaling van de wettelijke verhoging en de wettelijke rente en tot verstrekking van deugdelijke bruto-nettosalaris-specificaties op straffe van verbeurte van een dwangsom, met veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Zoals tijdens de mondelinge behandeling op 6 juli 2022 met partijen is besproken, betreft hetgeen [verzoeker] in ieder geval primair heeft verzocht geen vordering op grond van het bepaalde in Afdeling 9, Titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De primaire verzoeken van [verzoeker] betreffen immers – kort gezegd – een verklaring voor recht, loonvorderingen en bruto-nettosalarisspecificaties. Ingevolge het bepaalde in artikel 78 Rv dienen deze bij exploot van dagvaarding te worden ingesteld. De subsidiaire grondslag is voorwaardelijk ingesteld maar naar het voorlopig oordeel is de voorwaarde niet vervuld. De tegenverzoeken – voor zover al relevant voor de aard van de procedure – zijn ook alle vorderingen die niet bij verzoekschrift kunnen worden ingesteld</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft dan ook een verkeerd inleidend processtuk gebruikt. De kantonrechter zal hierna, gelet op het bepaalde in artikel 69 Rv, bevelen dat de onderhavige zaak wordt  voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, een en ander zoals hierna vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Omdat partijen tijdens de mondelinge behandeling op 6 juli 2022 hebben ingestemd met het starten van een mediationtraject, zal de procedure op de hieronder vermelde rolzitting worden geschorst in afwachting van de uitkomst van het mediationtraject.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold">donderdag 29 september 2022 om 14.30 uur </emphasis>teneinde [verzoeker] de gelegenheid te bieden om haar stellingen zo nodig aan de op de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt reeds nu voor alsdan dat de procedure op de vermelde rolzitting zal worden geschorst in afwachting van de uitkomst van de mediation;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting. </para>
        <para>[46009]</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>