<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:6352</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-29T10:32:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9713365 \ CV EXPL 22-6159</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:6352">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:6352</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-29T10:30:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:6352 Rechtbank Rotterdam , 15-07-2022 / 9713365 \ CV EXPL 22-6159</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:6352:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zorgverzekeringsovereenkomst; betalingsachterstand</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:6352:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9713365 \ CV EXPL 22-6159</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 15 juli 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V., </emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsplaats: Utrecht,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>zonder gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 14 februari 2022, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van het mondelinge verweer;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het e-mailbericht van 6 mei 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is met Zilveren Kruis een zorgverzekeringsovereenkomst overeengekomen, die betrekking heeft op een basisverzekering. Uit hoofde van deze zorgverzekerings-overeenkomst is [gedaagde] maandelijks bij vooruitbetaling verzekeringspremie verschuldigd. Daarnaast moet hij facturen betalen aan Zilveren Kruis, wanneer Zilveren Kruis zorgkosten van [gedaagde] heeft vergoed en deze niet (of niet helemaal) door zijn verzekering worden gedekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is ook na aanmaning niet tot betaling van de volledige verzekeringspremie, het eigen risico en/of de onverschuldigd genade uitkeringen overgegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3.</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Zilveren Kruis eist samengevat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 1.898,18 met rente;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 2.414,50, rente van € 10,63 (berekend tot 14 februari 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 235,66 (inclusief btw). Van deze bedragen is een bedrag van in totaal € 762,61 afgetrokken omdat dit bedrag aan (de gemachtigde van) Zilveren Kruis is betaald. In totaal blijft dan een bedrag van € 1.898,18 over. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Zilveren Kruis baseert haar eis op het volgende. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.2.1.</nr>
        <para>
          [gedaagde] heeft een betalingsachterstand doen ontstaan ter zake van de door hem verschuldigde verzekeringspremie, het eigen risico en/of de onverschuldigd gedane uitkeringen. Door de wanbetaling van [gedaagde] zag Zilveren Kruis zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke kosten te maken. De gemachtigde van Zilveren Kruis heeft [gedaagde] bij brief van 24 november 2021 aangemaand om binnen een termijn van 14 dagen, nadat de brief bij [gedaagde] is bezorgd, een totaalbedrag van € 1.307,87 te voldoen, bij gebreke waarvan de vordering verhoogd zal worden met wettelijke rente en een bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 235,66 inclusief btw. Dit heeft niet geleid tot betaling van het volledig verschuldigde bedrag. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de vordering erkend en heeft aangevoerd dat hij een betalingsregeling overeen wenst te komen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4.</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hoofdsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] een achterstand in de betaling van de verzekeringspremie, het eigen risico en/of de onverschuldigd genade uitkeringen heeft laten ontstaan ten bedrage van in totaal € 2.414,50, en dat hij inmiddels een bedrag van € 762,61 heeft betaald. In artikel 6:44 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is bepaald dat betalingen in de eerste plaats in mindering moeten worden gebracht op de kosten, vervolgens op de verschenen rente en ten slotte op de hoofdsom en de lopende rente. Om te bepalen of de betaling van € 762,61 in mindering moet worden gebracht op deze posten, moet eerst worden beoordeeld of naast de hoofdsom ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toewijsbaar zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Vaststaat dat [gedaagde] een bedrag van € 762,61 aan (de gemachtigde van) Zilveren Kruis heeft betaald (hierna: de betaling). Dit bedrag is betaald voordat [gedaagde] bij brief van 24 november 2021 is aangemaand, zodat [gedaagde] toen nog geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd was. De betaling kan daarom niet in mindering worden gebracht op de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter kan daarnaast niet vaststellen hoeveel wettelijke rente [gedaagde] op het moment van de betaling verschuldigd was. De betaling kan daarom ook niet in mindering worden gebracht op de wettelijke rente.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is, na aftrek van de betaling, nog een bedrag van € 1.651,89 aan Zilveren Kruis verschuldigd. Dit bedrag aan hoofdsom zal dan ook worden toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">buitengerechtelijke incassokosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 235,66 (inclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De gevorderde rente van € 10,63 tot 14 februari 2022 wordt toegewezen, omdat uit de stellingen van Zilveren Kruis volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] deze stellingen niet heeft betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De gevorderde rente vanaf 14 februari 2022 wordt toegewezen over de toewijsbare hoofdsom van € 1.651,89. Voor zover rente is gevorderd over de tot 14 februari 2022 verschenen rente, wordt de vordering afgewezen. De verschenen rente is namelijk niet meer dan een jaar verschuldigd (artikel 6:119 lid 2 BW). Voor zover rente is gevorderd over de vergoeding van buitengerechtelijke kosten, wordt de vordering ook afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat Zilveren Kruis deze kosten al aan haar gemachtigde heeft betaald.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Zilveren Kruis tot vandaag vast op € 129,74 aan dagvaardingskosten, € 365,- aan griffierecht en € 374,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 187,- tarief). Dit is in totaal € 868,74. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">betalingsregeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert aan dat hij graag een betalingsregeling wil treffen. Zilveren Kruis is hier echter niet toe bereid en voert daartoe aan dat voor betaling van de verschuldigde verzekeringspremie en de onverschuldigd gedane uitkeringen al eerder betalingsregelingen zijn getroffen. Deze betalingsregelingen zijn niet correct nagekomen. Voorwaarde van deze betalingsregelingen was namelijk dat er geen nieuwe posten onbetaald gelaten mochten worden. Dat is wel gebeurd. De betalingsregelingen zijn daarom komen te vervallen. De gemachtigde van Zilveren Kruis heeft dit [gedaagde] laten weten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Op grond van artikel 6:29 BW is Zilveren Kruis niet verplicht een betalingsregeling te treffen met [gedaagde] . Bovendien heeft [gedaagde] niet betwist dat hij eerdere betalingsregelingen niet is nagekomen. De door [gedaagde] aangevoerde financiële omstandigheden vallen, hoe moeilijk ook, in zijn risicosfeer en kunnen niet afdoen aan zijn betalingsverplichtingen aan Zilveren Kruis. Uiteraard staat het [gedaagde] vrij aan de hand van dit vonnis bij de gemachtigde van Zilveren Kruis te proberen alsnog een betalingsregeling te treffen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5.</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen € 1.898,18 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 1.651,89 vanaf 14 februari 2022 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de kant van Zilveren Kruis tot vandaag vastgesteld op € 868,74;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>52414</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>