<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:5862</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-18T09:58:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9712216 CV EXPL 22-6087</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:5862">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:5862</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-18T09:58:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:5862 Rechtbank Rotterdam , 08-07-2022 / 9712216 CV EXPL 22-6087</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:5862:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aannemer vordert vergoeding niet betaalde facturen voor gedane werkzaamheden voor opdrachtgever. Gedaagde betwist het door eiser onvoldoende gemotiveerd. Vordering toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:5862:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9712216 CV EXPL 22-6087</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 1 juli 2022 (bij vervroeging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats eiser],</para>
      <para>eiser, </para>
      <para>gemachtigde: [naam],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: [vestigingdplaats gedaagde],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>zonder gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 16 februari 2022, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het mondelinge antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het schriftelijke verweer, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de spreekaantekeningen van [eiser].</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 8 juni 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met [eiser] en zijn gemachtigde besproken. Hoewel behoorlijk opgeroepen, is [gedaagde] niet ter zitting verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is een aannemer, die handelt onder de naam [handelsnaam]. In deze hoedanigheid heeft hij werkzaamheden verricht voor diverse opdrachtgevers, waaronder voor [gedaagde]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Voor werkzaamheden die [eiser] in 2021 heeft verricht voor [gedaagde] heeft [eiser] vijf facturen gezonden aan [gedaagde], voor een bedrag van € 6.690,-. Het betrof de volgende factuurnummers: 2021/0016, 2021/0019, 2021/0022, 2021/0023 en 2021/0025. Deze facturen zijn niet (volledig) voldaan door [gedaagde].</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] eist samengevat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen aan hem te betalen € 7.745,07 met rente;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 6.690,-, rente van € 345,57 (berekend tot en met 16 februari 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 709,50.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] baseert de eis op het volgende. [eiser] heeft werkzaamheden voor [gedaagde] verricht, maar [gedaagde] is – ondanks meerdere aanmaningen en sommaties – in gebreke gebleven met voldoening van de facturen. [gedaagde] verkeert dan ook in verzuim en is hierdoor tevens vergoeding van rente en buitengerechtelijke kosten aan [eiser] verschuldigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is het niet eens met de eis. Haar verweer wordt onder de beoordeling besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] nog een vergoeding verschuldigd is voor het werk dat [eiser] heeft geleverd aan [gedaagde]. [gedaagde] betwist het door [eiser] gestelde en voert in dit kader aan dat [eiser] minder uren voor [gedaagde] heeft gewerkt dan hij stelt. Volgens [gedaagde]’s administratie heeft [eiser] 80 uur gewerkt, wat neer komt op een bedrag van € 2.400,- (à € 30,- per uur). Van dit bedrag heeft [gedaagde] reeds € 2.130,- betaald. [eiser] stelt dat dit niet juist is en motiveert dat hij in de periode van week 16 tot en met week 28, 223 uur heeft gewerkt, verdeeld over vier projecten. Omdat [gedaagde] de specificatie van [eiser] – die ter zitting is gegeven en toegelicht – niet heeft betwist, is hiermee vast komen te staan dat [eiser] 223 uur voor [gedaagde] heeft gewerkt. Deze stelling heeft [gedaagde] immers onvoldoende (gemotiveerd) betwist. Tussen partijen is verder niet in geschil dat [eiser] werkzaamheden heeft verricht voor een bedrag van € 30,- per uur. Gelet op deze vergoeding, is [gedaagde] aan [eiser] in beginsel een bedrag van € 6.690,- (€ 30,- maal 223 uur) verschuldigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Ten aanzien van het verschuldigde bedrag, stelt [gedaagde] dat hij reeds een bedrag van € 2.130,- heeft betaald. [gedaagde] onderbouwt deze stelling door bankafschriften te overleggen van betalingen aan [eiser]. [eiser] betwist echter dat deze betalingen betrekking hebben op de door hem gefactureerde bedragen/vergoeding van werkzaamheden. De kantonrechter volgt [eiser] hierin op grond van het navolgende. <?linebreak?>De door [gedaagde] ingebrachte bankafschriften hebben de volgende omschrijvingen: <emphasis role="italic">“2021/0012, 2021/0013, 2021/0014, 2021/0015 en 2021/0020”</emphasis>. Deze omschrijvingen komen overeen met het type factuurnummer dat [eiser] gebruikt, maar de nummers komen níet overeen met de factuurnummers waarvan [eiser] betaling vordert. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om nader te onderbouwen waarom deze betalingen desalniettemin zien op de werkzaamheden waarvan [eiser] in dit geschil betaling vordert. Nu [gedaagde] dit niet heeft gedaan, zal het verweer als voldoende gemotiveerd betwist worden verworpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Gelet op het bovenstaande zal de vordering van [eiser] worden toegewezen en zal [gedaagde] veroordeeld worden tot het betalen van een bedrag van € 6.690,- aan [eiser].</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">buitengerechtelijke incassokosten en rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Tussen partijen is nog in geschil of [eiser] de e-mails van [gedaagde] heeft ontvangen, die [gedaagde] in reactie op [eiser]’s aanmaningen heeft gestuurd. In het kader van deze procedure kan dit echter in het midden blijven. Omdat vast staat dat [eiser] [gedaagde] heeft aangemaand, staat namelijk vast dat [eiser] ten minste één buitengerechtelijke incassohandeling heeft verricht. [eiser] heeft daarmee aan de voorwaarden voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. De rente wordt toegewezen, omdat uit de stellingen van [eiser] volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] deze stellingen niet heeft betwist, met dien verstande dat [gedaagde] de wettelijke rente heeft gevorderd overeenkomstig artikel 6:119 BW. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiser] tot vandaag vast op € 125,03 aan dagvaardingskosten, € 224,- aan griffierecht en € 622,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 311,- tarief). Dit is totaal € 971,03.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 7.745,07 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag aan hoofdsom dat heeft uitgestaan vanaf de vervaldag van de facturen tot en met vandaag;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de kant van [eiser] tot vandaag vastgesteld op € 971,03;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>44236</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>