<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:5628</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-09T16:19:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/635983 / JE RK 22-763</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:5628">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:5628</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-09T16:18:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:5628 Rechtbank Rotterdam , 26-04-2022 / C/10/635983 / JE RK 22-763</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:5628:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eerste ondertoezichtstelling. Termijn gelijk aan de duur van de ondertoezichtstelling van de andere kinderen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:5628:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens: C/10/635983 / JE RK 22-763</para>
      <para>datum uitspraak: 26 april 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht, </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam, </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2021 te [geboorteplaats minderjarige 1] , </bridgehead>
    <para>hierna te noemen [ voornaam minderjarige 1] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder] , </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] . </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 30 maart 2022, ingekomen bij de griffie op 30 maart 2022.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 26 april 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster] , </para>
    <para>- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Leger des Heils</para>
    <parablock>
      <para>  Jeugdbescherming &amp; Reclassering, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI LDH,</para>
      <para>  dhr. [naam vertegenwoordiger] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opgeroepen en niet verschenen is: de moeder. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>De feiten<?linebreak?></title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [ voornaam minderjarige 1] wordt uitgeoefend door de moeder.</para>
    <para>
      [ voornaam minderjarige 1] woont bij de moeder.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek<?linebreak?></title>
    <para>De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [ voornaam minderjarige 1] verzocht voor de duur van twaalf maanden.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de Raad<?linebreak?></title>
    <para>De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De grootste zorgen zijn gelegen in de (dreiging vanuit de) vader. De moeder vindt het lastig om hier op een goede manier mee om te gaan. Het is van belang dat de moeder dit leert in het belang van de kinderen. Verder is op dit moment de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west (hierna te noemen de GI JBW) betrokken bij het gezin in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling van [naam minderjarige 2] en [naam minderjarige 3] . De GI JBW zal binnenkort een verzoek doen tot vervanging van de GI JBW door de GI LDH. De moeder staat hier achter. Indien de ondertoezichtstelling van [ voornaam minderjarige 1] wordt uitgesproken, dan zal (op termijn) de ondertoezichtstelling van alle kinderen door de GI LDH worden uitgevoerd. Daarbij is het praktisch om de termijnen van de ondertoezichtstelling van [naam minderjarige 2] en [naam minderjarige 3] en van de ondertoezichtstelling van [ voornaam minderjarige 1] gelijk te laten lopen (te weten tot 14 december 2022). </para>
  </section>
  <bridgehead role=" bold">Het standpunt van de GI LDH<?linebreak?></bridgehead>
  <bridgehead role=" bold"> </bridgehead>
  <para>De GI LDH ondersteunt ter zitting het verzoek van de Raad. Voor het proces zou het praktisch zijn als de termijnen van de ondertoezichtstelling van [naam minderjarige 2] en [naam minderjarige 3] en van de ondertoezichtstelling van [ voornaam minderjarige 1] gelijklopen. </para>
  <para />
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [ voornaam minderjarige 1] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [ voornaam minderjarige 1] groeit op in een onveilige opvoedingsomgeving, waarbij hij (geregeld) getuige is geweest van zeer ernstig huiselijk geweld door de vader richting de moeder. Ondanks dat er sprake is van een locatie- en contactverbod van de vader, is ook nu het risico op onveiligheid in de thuissituatie nog onverminderd aanwezig. De vader houdt zich immers niet aan de verboden. Hij is agressief en onvoorspelbaar en hij vertoont dreigend gedrag richting de moeder, [ voornaam minderjarige 1] en de (half-)zussen. Tegelijkertijd handelt de moeder niet altijd in het belang van de kinderen, in die zin dat zij de vader regelmatig binnenlaat in de woning. Het lukt de moeder onvoldoende om zich aan de gestelde veiligheidsafspraken te blijven houden, waardoor zij de veiligheid van [ voornaam minderjarige 1] en de (half-)zussen niet genoeg waarborgt. Over het algemeen heeft de moeder nog onvoldoende inzicht in de gevolgen van haar handelen en het effect daarvan op de kinderen. Daarnaast bestaan er zorgen over de emotionele beschikbaarheid van de moeder voor de kinderen, nu de moeder in beslag wordt genomen door de situatie met de vader. Verder is de moeder wantrouwend richting de hulpverlening. Hierdoor is er in het afgelopen jaar onvoldoende zicht verkregen op de thuissituatie en de ontwikkeling van [ voornaam minderjarige 1] .</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <?linebreak?>
    </title>
    <parablock>
      <para>Hoewel de moeder veel van [ voornaam minderjarige 1] houdt, is zij onvoldoende in staat om de ontwikkelingsbedreiging van [ voornaam minderjarige 1] onder eigen verantwoordelijkheid te doen afwenden. Hulpverlening in het vrijwillig kader is onvoldoende toereikend. Gelet hierop en gelet op de hiervoor omschreven zorgen acht de kinderrechter de betrokkenheid van een jeugdbeschermer, in het kader van een ondertoezichtstelling, noodzakelijk. De kinderrechter zal daarom [ voornaam minderjarige 1] onder toezicht stellen. De komende periode is het van belang dat de veiligheid van [ voornaam minderjarige 1] (en de (half-)zussen) wordt gewaarborgd en dat hiertoe passende hulpverlening wordt ingezet. </para>
      <para>Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. Nu de ondertoezichtstelling van [naam minderjarige 2] en [naam minderjarige 3] – de <?linebreak?>(half-)zus(sen) van [ voornaam minderjarige 1] – tot 14 december 2022 loopt, zal de kinderrechter [ voornaam minderjarige 1] onder toezicht stellen, met ingang van 26 april 2022 tot 14 december 2022 zodat de termijnen van de ondertoezichtstellingen gelijklopen. Daarbij zal de kinderrechter het anders of meer verzochte afwijzen.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing<?linebreak?></title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <parablock>
      <para>stelt [ voornaam minderjarige 1] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming &amp; Reclassering, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 26 april 2022 tot 14 december 2022;</para>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het anders of meer verzochte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2022 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.G.L. van der Linden als griffier.</para>
              <para />
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 mei 2022. </para>
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Den Haag. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>