<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:5622</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-12T14:55:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/638826 / JE RK 22-1229</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:5622">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:5622</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-12T14:54:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:5622 Rechtbank Rotterdam , 09-06-2022 / C/10/638826 / JE RK 22-1229</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:5622:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ondertoezichtstelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:5622:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens: C/10/638826 / JE RK 22-1229</para>
      <para>datum uitspraak: 9 juni 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht, </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam kind], </bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedatum kind] 2022 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder], </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de moeder wonende te [woonplaats moeder].</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 25 mei 2022, ingekomen bij de griffie op 25 mei 2022.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 juni 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam 1],</para>
    <para>- een tweetal vertegenwoordigsters van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, [naam 2] en [naam 3].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opgeroepen en niet verschenen zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de moeder,</para>
    <para>- de vader, [naam 4], als informant, </para>
  </section>
  <section>
    <title>De feiten<?linebreak?>Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam kind] woont bij de moeder.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [naam kind] verzocht voor de duur van twaalf maanden.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de Raad</title>
    <para>De Raad handhaaft ter zitting het verzoek. [naam kind] is een bijna vier maanden oude baby die in zijn korte leven al veel onstabiliteit heeft meegemaakt. Hij is kwetsbaar geboren met een laag geboortegewicht. [naam kind] is getuige geweest van verbaal en fysiek huiselijk geweld tussen de ouders en hij is met zijn moeder verhuisd naar zijn oma moederszijde. Het is ouders niet gelukt om binnen het vrijwillig kader de zorgen te verminderen en te profiteren van de hulpverlening. De ouders dienen zich aan de gestelde doelen te houden, zodat [naam kind] op kan groeien in een veilige en stabiele opvoedsituatie. Het is daarbij belangrijk dat er hulpverlening in het gedwongen kader komt en dat ouders worden begeleid en waar nodig ingegrepen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van de GI</title>
    <para>De GI sluit zich aan bij het verzoek van de Raad. De moeder komt de hulpverlening goed na omdat zij bang is voor een uithuisplaatsing van [naam kind]. De moeder verblijft momenteel samen met [naam kind] bij oma moederszijde. Zij is op zoek naar een nieuwe woning in Rotterdam, middels woningruil. Er zijn zorgen of de moeder zonder de ondersteuning van oma moederszijde [naam kind] de structuur en de zorg kan blijven bieden die hij nodig heeft. De moeder heeft niet eerder alleen voor [naam kind] gezorgd. De GI vindt het daarom van belang zicht te houden op de opvoedsituatie bij de moeder als zij alleen gaat wonen. De moeder is onvoldoende weerbaar tegenover vader. Zij heeft nog regelmatig contact met de vader. De vader bagatelliseert de zorgen die er zijn. Het is onduidelijk hoe de vader zijn vaderrol in het leven van [naam kind] wil vormgeven. Hij heeft eerder aangegeven geen betrokkenheid meer te willen. Er is nog weinig bekend over de pedagogische vaardigheden en het persoonlijk functioneren van de vader. Hier dient meer zicht op te komen alvorens er onbegeleide omgang met [naam kind] kan plaatsvinden. </para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [naam kind] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Hij groeit al sinds zijn geboorte op in een instabiele thuissituatie waar sprake is (geweest) van structureel verbaal en fysiek huiselijk geweld tussen de ouders. [naam kind] heeft daardoor al veel onveiligheid en onstabiliteit in zijn opvoedsituatie gekend. Momenteel is er rust in de situatie van [naam kind], omdat hij samen met moeder bij oma moederszijde woont, maar zijn opvoedsituatie is nog verre van stabiel. De moeder wil weer op zichzelf gaan wonen en de bezoekmomenten met de vader moeten nog opgestart worden. Er zijn nog zorgen over de draagkracht van de moeder. De moeder heeft veel ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt in haar leven. Zij heeft eerder last gehad van somberheid en angstklachten. Daarnaast zijn er zorgen over de relatie van de ouders. De ouders geven aan geen toekomst met elkaar te zien, maar in hun uitspraken en gedrag wordt er ook ambivalentie gezien. De weerbaarheid van de moeder tegenover vader wordt als een risicofactor gezien. Beide ouders hebben een belast verleden. Het is van belang dat er zicht blijft, zeker voor het geval dat ouders het weer met elkaar gaan proberen. De kinderechter acht de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk, zodat de noodzakelijk geachte hulpverlening wordt gewaarborgd en kan worden ingegrepen wanneer dit in het belang van [naam kind] nodig is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom [naam kind] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [naam kind] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 9 juni 2022 tot 9 juni 2023;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2022 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 juni 2022.</para>
              <para />
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Den Haag. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>