<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:4715</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-16T10:53:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9655503</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:4715">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:4715</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-16T10:52:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:4715 Rechtbank Rotterdam , 10-06-2022 / 9655503</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:4715:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen hoofdverblijf in gehuurde, verzoek medehuurderschap, voeging</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:4715:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9655503 \ CV EXPL 22-2853</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 10 juni 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats eiseres],</para>
      <para>eiseres in het voegingsincident,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S.C. Scheermeijer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Vestia</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: Rotterdam,</para>
      <para>eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,</para>
      <para>gedaagde in het voegingsincident, </para>
      <para>gemachtigde: mr. L. Bergervoet,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats gedaagde],</para>
      <para>gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,</para>
      <para>gedaagde in het voegingsincident,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S.C. Scheermeijer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘[eiseres]’, ‘Vestia’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding van 24 januari 2022, met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord in conventie met eis in reconventie (tegeneis), met één productie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie houdende incidentele vordering tot voeging van [eiseres];</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord in reconventie tevens antwoord in het incident tot voeging.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op de voet van artikel 209 Rv wordt eerst beslist op het door [eiseres] opgeworpen voegingsincident. In verband daarmee wordt het volgende overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Vestia heeft - samengevat weergegeven en voor zover van belang - bij dagvaarding gevorderd, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de tussen Vestia en [gedaagde] bestaande huurovereenkomst ten aanzien van de woonruimte aan de [adres]</para>
        <para> te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ontruimen en te verlaten alsmede [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 411,33 per maand tot aan het tijdstip van de daadwerkelijke ontruiming van het gehuurde, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en nakosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de vorderingen van Vestia en concluderen tot afwijzing van die vorderingen. Daarnaast heeft [gedaagde] in reconventie gevorderd te bepalen dat [eiseres] met ingang van het te wijzen vonnis, dan wel met ingang van een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen tijdstip, medehuurder zal zijn van het gehuurde. Voorts heeft [gedaagde] zowel in conventie als in reconventie gevorderd Vestia te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij incidentele conclusie heeft [eiseres] verzocht om voeging aan de zijde van [gedaagde]. Aan haar verzoek heeft [eiseres] ten grondslag gelegd dat zij sinds 9 oktober 1990 haar hoofdverblijf heeft in het gehuurde. De uitkomst van het geschil tussen Vestia en [gedaagde] zal haar dan ook direct raken. Zij wenst tezamen met [gedaagde] in reconventie op grond van artikel 7:267 lid 1 BW te vorderen dat zij medehuurder van het gehuurde zal zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Vestia heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vordering tot voeging van [eiseres].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 217 Rv kan een ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding vorderen zich daarin te mogen voegen. Voor het aannemen van een belang bij voeging is voldoende dat de partij die voeging vordert nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde de derde zich voegt (HR 14 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:</para>
        <para>BC6692, NJ 2008/168; HR 6 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5241, NJ 2014/58). Onder nadelige gevolgen wordt verstaan de feitelijke of juridische gevolgen van de toe- of afwijzing van de vordering of het gezag van gewijsde dat de in de procedure gegeven eindbeslissingen kunnen hebben voor degene die voeging vordert (HR 11 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2534).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat aan dit toetsingskader is voldaan. Nu niet in geschil is dat [eiseres] (sinds aanvang van de huurovereenkomst) in het gehuurde woonachtig is, kan zij immers nadelige gevolgen ondervinden als - onder meer - de door Vestia in de hoofdzaak gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde wordt toegewezen. Met het oog daarop heeft [eiseres] bovendien belang bij haar vordering te bepalen dat zij medehuurder van het gehuurde zal zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het [eiseres] wordt toegestaan om zich in de hoofdzaak aan de zijde van [gedaagde] te voegen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De kantonrechter houdt de beslissing omtrent de proceskosten in het incident aan totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>
        [eiseres] zal in de gelegenheid worden gesteld om in de hoofdzaak voor antwoord te concluderen op na te melden rolzitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>staat [eiseres] toe om zich in de hoofdzaak aan de zijde van [gedaagde] te voegen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt de beslissing omtrent de proceskosten in het incident aan;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold">donderdag 7 juli 2022 om 14.30 uur</emphasis> voor het nemen van een conclusie van antwoord door [eiseres];</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst [eiseres] erop dat de conclusie uiterlijk de dag vóór genoemde rolzitting om 12:00 uur (in tweevoud) op de griffie moet zijn ontvangen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.L.M. van der Wildt en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>44487</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>