<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:4601</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-14T09:38:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9859284 \ CV EXPL 22-13939</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:4601">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:4601</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-14T09:36:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:4601 Rechtbank Rotterdam , 10-06-2022 / 9859284 \ CV EXPL 22-13939</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:4601:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vordering zorgverzekeraar; vordering erkend; kosten toewijsbaar</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:4601:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9859284 \ CV EXPL 22-13939</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>datum uitspraak: 10 juni 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V., </emphasis>
      </para>
      <para>vestigingsplaats: Leiden,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats gedaagde],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>zonder gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘Zilveren Kruis’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 13 april 2022, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van het mondeling verweer. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is met Zilveren Kruis een zorgverzekeringsovereenkomst overeengekomen, die betrekking heeft op een basisverzekering. [gedaagde] heeft de verzekeringspremie van de maand december 2021 van € 122,03 niet op tijd betaald.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is ook na aanmaning niet tot betaling van de verzekeringspremie overgegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Zilveren Kruis eist samengevat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 171,29 met rente;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 122,03, rente van € 0,86 (berekend tot 13 april 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 48,40.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Zilveren Kruis baseert de eis op het volgende. [gedaagde] heeft over de maand december 2021 een betalingsachterstand doen ontstaan van € 122,03 ter zake van de door hem verschuldigde verzekeringspremie. Door de wanbetaling van [gedaagde] zag Zilveren Kruis zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke kosten te maken. De gemachtigde van Zilveren Kruis heeft [gedaagde] bij brief van 8 maart 2022 aangemaand om binnen een termijn van 15 dagen, nadat de brief bij [gedaagde] is bezorgd, een totaalbedrag van € 122,71 te voldoen, bij gebreke waarvan de vordering verhoogd zal worden met wettelijke rente en een bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 48,40 inclusief btw. Dit heeft niet geleid tot betaling van de verschuldigde premie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de vordering erkend, en heeft aangevoerd dat inmiddels een betalingsregeling is getroffen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] een achterstand in de betaling van de verschuldigde premie over de maand december 2021 heeft laten ontstaan ten bedrage van in totaal € 122,03. De vordering van de hoofdsom van € 122,03 zal dan ook worden toegewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">buitengerechtelijke incassokosten en rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. De rente wordt toegewezen, omdat uit de stellingen van Zilveren Kruis volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] deze stellingen niet heeft betwist.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Zilveren Kruis tot vandaag vast op € 129,74 aan dagvaardingskosten, € 128,00 aan griffierecht en € 37,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 37,- tarief). Dit is in totaal € 294,74. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">betalingsregeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft gesteld dat hij inmiddels een betalingsregeling heeft getroffen met Zilveren Kruis. Voor zover hij al betalingen heeft verricht, strekken deze (uiteraard) in mindering op de betalingsverplichtingen uit dit vonnis.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitvoerbaarheid bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen € 171,29 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 122,03 vanaf 13 april 2022 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de kant van Zilveren Kruis tot vandaag vastgesteld op € 294,74; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>45214</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>