<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:4527</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-13T08:47:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/636638 / JE RK 22-853</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:4527">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:4527</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-13T08:45:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:4527 Rechtbank Rotterdam , 29-04-2022 / C/10/636638 / JE RK 22-853</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:4527:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek tot ondertoezichtstelling afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:4527:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/636638 / JE RK 22-853</para>
      <para>Datum uitspraak: 29 april 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, </bridgehead>
    <para>gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam kind], </bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedatum kind] 2008 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen: [naam kind].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder],</para>
      <para>advocaat: mr. E. Janse, te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van </para>
      <para>13 april 2022, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 29 april 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. De zaak is tegelijkertijd behandeld met de zaak van de broer van [naam kind] met zaaknummer C/10/636222 / JE RK 22-804.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verschenen zijn:<?linebreak?>-	de moeder, bijgestaan door haar advocaat;<?linebreak?>-	een vertegenwoordigster van de Raad, [naam 1];<?linebreak?>-	een tweetal vertegenwoordigsters van de gecertificeerde instelling</para>
      <para>Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), [naam 2] en [naam 3].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam kind] is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan een stagiaire van mr. Janse en een stagiaire van de GI.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para>Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam kind] woont bij de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling van [naam kind] voor de duur van zes maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er zijn zorgen over de ontwikkeling van [naam kind]. Er is sprake van een onrustige opvoedsituatie. De broer van [naam kind] komt vaak in aanraking met politie en justitie. [naam kind] bevindt zich in hetzelfde gezinssysteem. Zij wordt belast met de onrust rondom haar broer en komt daardoor onvoldoende toe aan haar eigen ontwikkelingstaken. Ook heeft de school zorgen over haar gedrag. Er is weinig zicht op de opvoedsituatie. De moeder is een liefdevolle en betrokken moeder, maar zij is ook overbelast en handelingsverlegen. Zij staat niet open voor gesprekken met de hulpverlening. Het is belangrijk dat individuele hulpverlening voor [naam kind] wordt ingezet. Een ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden is noodzakelijk om zicht te krijgen op de thuissituatie en te bekijken wat er nodig is in het gezinssysteem. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten</title>
    <para>De GI heeft ter zitting aangegeven dat een ondertoezichtstelling helpend kan zijn, maar dat er wel een samenwerking met de moeder van de grond moet komen. De moeder staat hier echter niet voor open. In het rapport van de Raad wordt een dubbele boodschap beschreven. Enerzijds zijn er zorgen dat [naam kind] belemmeringen ondervindt en last heeft van de spanningen, anderzijds gaat het op school weer beter en is er nu zonder de aanwezigheid van haar broer thuis meer rust gekomen. Een ondertoezichtstelling kan nuttig zijn om de moeder en [naam kind] sterker te maken en de thuissituatie beter te maken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. Er zijn spanningen in het gezin, omdat er rondom de broer van [naam kind] veel is gebeurd. Over [naam kind] zijn er echter geen ernstige zorgen. Op school gaat het goed en zijn er af en toe wat zorgen, maar dit is onvoldoende om een ondertoezichtstelling uit te spreken. De moeder heeft geen hulpverlening nodig bij de opvoeding. Verzocht wordt om het verzoek van de Raad af te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat <emphasis role="underline">niet</emphasis> is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft een kinderbeschermingsonderzoek gedaan naar de ontwikkeling van [naam kind] en haar broer [naam 4]. Op dit moment zijn er met name ernstige zorgen over de broer van [naam kind], omdat hij vaak met de politie en justitie in aanraking is gekomen. De spanningen en onrust die dit met zich meebrengt in de thuissituatie zijn ook van invloed op de ontwikkeling van [naam kind]. Ook heeft de school enige zorgen geuit over het zelfbepalende gedrag van [naam kind]. De onrustige thuissituatie lijkt van negatieve invloed te zijn op de cijfers van [naam kind]. Wel gaat het nu beter met [naam kind] op school. Haar cijfers zijn verbeterd en zij staat nu op overgaan naar de tweede klas. De kinderrechter is van oordeel dat er zorgen zijn over [naam kind], maar dat die niet dusdanig zijn dat een vergaande maatregel als een ondertoezichtstelling nu is aangewezen. Te meer niet, omdat [naam 4] nu niet meer thuis verblijft en er daarmee meer rust in de thuissituatie is ontstaan. De kinderrechter wijst het verzoek van de Raad daarom af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter wil wel richting de moeder benadrukken dat zij verantwoordelijk is voor het welzijn van [naam kind]. Het is belangrijk dat het goed met [naam kind] blijft gaan en dat zij de aandacht krijgt die zij nodig heeft. Het zelfbepalende gedrag van [naam kind] op school en het te laat komen is een punt van aandacht. Het is belangrijk dat de moeder hierover in gesprek blijft met school en stappen onderneemt als dat nodig is, ook als dat betekent dat hulp van derden moet worden ingeschakeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek van de Raad af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2022 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 10 mei 2022.</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>