<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:4144</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-30T09:56:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/358 FT EA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=354&amp;g=2017-09-01">Faillissementswet 354</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:4144">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:4144</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-30T09:55:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:4144 Rechtbank Rotterdam , 30-03-2022 / 18/358 FT EA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:4144:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schone lei (art. 354 Fw.) Beëindiging WSNP met schone lei; KOT-affaire. Schuldenaar is mogelijk gedupeerde van de Kinderopvangtoeslagaffaire. Indien de Belastingdienst schuldenaar aanmerkt als gedupeerde, zullen zijn geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling in beginsel door de Belastingdienst worden voldaan. De financiële afwikkeling van de schuldsaneringsregeling zal pas plaatsvinden zodra duidelijkheid is verkregen van de Belastingdienst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:4144:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verlening schone lei</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 30 maart 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 30 maart 2018 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [schuldenares],</emphasis>
      </para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>
        [woonplaats],</para>
      <para>schuldenares,</para>
      <para>bewindvoerder: mr. P.A. Loeff.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft op 20 december 2021 schriftelijk verslag uitgebracht. De bewindvoerder heeft op 29 maart 2022 een laatste stand van zaken aan de rechtbank gestuurd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 30 maart 2022 (pro forma). De bewindvoerder en schuldenares hebben afgezien van het recht om te worden gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft onder meer geconstateerd dat schuldenares zich bij de Belastingdienst heeft aangemeld als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, maar dat op deze aanmelding nog niet (definitief) is beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft verder geconstateerd dat alle verplichtingen door schuldenares zijn nagekomen en zij heeft de rechtbank geadviseerd om aan schuldenares de schone lei te verlenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Schuldenares heeft aan de bewindvoerder te kennen gegeven dat zij graag voor een schone lei in aanmerking komt en dat zij er geen behoefte aan heeft om hierover door de rechtbank te worden gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat schuldenares bij de Belastingdienst is aangemeld als gedupeerde van de kinderopvangtoeslag-affaire, maar dat de Belastingdienst nog niet heeft bevestigd dat schuldenares als gedupeerde wordt aangemerkt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien de Belastingdienst te zijner tijd zou beslissen dat schuldenares als gedupeerde wordt  aangemerkt, heeft dit in beginsel tot gevolg dat de Belastingdienst de geverifieerde schulden van schuldenares en de kosten van de schuldsaneringsregeling zal betalen. Blijkens het Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject van de Staatssecretaris van Financiën van 28 mei 2021, in werking getreden met ingang van 2 juni 2021, zal met de betaling van de schulden nog geruime tijd gemoeid zijn (volgens het Besluit na indiening van de aanvraag daartoe door de bewindvoerder nog (maximaal) acht weken). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten tijde van het wijzen van het vonnis heeft de Belastingdienst nog niet schriftelijk bevestigd dat schuldenares als gedupeerde wordt aangemerkt en zijn de schulden nog niet betaald, zodat van een situatie van artikel 350 lid 1 en 3 sub a Fw (nog) geen sprake is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu geen sprake is van (toerekenbare) tekortkomingen in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en schuldenares te kennen heeft gegeven dat zij graag voor een schone lei in aanmerking komt, ziet de rechtbank aanleiding om aan schuldenares de schone lei te verlenen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verificatievergadering heeft reeds plaatsgevonden. De financiële afwikkeling van de schuldsaneringsregeling zal pas plaatsvinden zodra duidelijkheid is verkregen van de Belastingdienst. De geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling worden in beginsel door de Belastingdienst voldaan. Zodra de bewindvoerder uit de betaling van de Belastingdienst alle geverifieerde schulden en de kosten van de schuldsaneringsregeling kan voldoen, dan zal de bewindvoerder daartoe overgaan. Vervolgens kan de schuldsaneringsregeling formeel worden beëindigd. Indien schuldenares door de Belastingdienst niet als gedupeerde wordt aangemerkt, zal de bewindvoerder tot verdere afwikkeling van de schuldsaneringsregeling overgaan door het gespaarde boedelsaldo, na betaling van de boedelkosten, te verdelen onder de schuldeisers. Tot slot resteert de verplichting voor schuldenares om de bewindvoerder te informeren over de actuele stand van zaken bij de Belastingdienst.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt vast dat schuldenares niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 30 maart 2022;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para>- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op € 4.003,95;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van <?linebreak?>B.G. van der Vlies, griffier, in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2022.<footnote-ref linkend="_b90c17d5-233b-4036-9202-14db358734f8" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b90c17d5-233b-4036-9202-14db358734f8" label="1">
    <para> Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>