<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:3981</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-24T10:03:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9668591 / VZ VERZ 22-917</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:3981">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:3981</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-24T10:02:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:3981 Rechtbank Rotterdam , 11-05-2022 / 9668591 / VZ VERZ 22-917</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:3981:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek strekkende tot de verlenging van de ontruimingstermijn van een bedrijfsruimte ex artikel 7:230a BW. Referte. Toewijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:3981:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9668591 / VZ VERZ 22-917</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 11 mei 2022 (bij vervroeging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking ex artikel 7:230a van het Burgerlijk Wetboek van de kantonrechter, zitting houdende in Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] </emphasis>t.h.o.d.n.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam bedrijf]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] , </para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Shaaban te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Basic Fit Nederland B.V.</emphasis> t.h.o.d.n.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Basic Fit Rotterdam Sint Jobskade</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Rotterdam,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.N.E. Visser te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘Basic Fit’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Op 2 februari 2022 is op de griffie een verzoekschrift, met producties 1 tot en met 8, van [verzoeker] ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft bij dagbepalingen van 14 maart 2022 aan partijen medegedeeld dat het verzoekschrift op 26 april 2022 tijdens een mondelinge behandeling zal worden behandeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij e-mail van 24 maart 2022 heeft de gemachtigde van [verzoeker] de kantonrechter bericht dat [verzoeker] op 26 april 2022 is verhinderd om de mondelinge behandeling bij te wonen. Zij verzoekt de kantonrechter daarom om een andere zittingsdatum te bepalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij brieven van 28 maart 2022 is aan partijen verzocht om hun verhinderdata op te geven, zodat een nieuwe zittingsdatum kan worden bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Bij brief van 29 april 2022 heeft de gemachtigde van Basic Fit de kantonrechter bericht dat Basic Fit geen verweer zal voeren tegen het verzoekschrift van [verzoeker] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft vervolgens bepaald dat deze beschikking vandaag bij vervroeging wordt uitgesproken.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>De feiten</title>
    <para>In het kader van de onderhavige procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] drijft een onderneming waarmee hij zwemlessen verzorgt voor kinderen en volwassenen. Basic Fit is een fitnessketen met meerdere vestigingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Sinds 1 juli 2017 huurt [verzoeker] van de rechtsvoorganger van Basic Fit, Fitland Mullerpier B.V. (hierna: Fitland), in de sportschool aan de Sint-Jobskade 142 in Rotterdam een zwembad (hierna: het gehuurde). Fitland huurde de sportschool van Stichting Havensteder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Basic Fit heeft in 2019 meerdere vestigingen van Fitland overgenomen, waaronder de sportschool. Op grond van een indeplaatsstellingsovereenkomst huurt Basic Fit per 1 juli 2019 de sportschool van Stichting Havensteder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 8 december 2020 heeft Basic Fit de overeenkomst met [verzoeker] opgezegd per 8 maart 2021. Bij brief van 27 januari 2021 is de ontruiming aangezegd tegen 8 maart 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij onder zaaknummer 9115510 VZ VERZ 21-4736 gewezen beschikking van 29 juni 2021 heeft de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam, op verzoek van [verzoeker] , de termijn waarbinnen ontruiming van het gehuurde moet plaatsvinden verlengd voor de duur van één jaar en derhalve tot 8 maart 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3.</nr>Het verzoek van [verzoeker] en het verweer van Basis Fit</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] verzoekt om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de termijn waarbinnen ontruiming van het gehuurde moet plaatsvinden te verlengen voor de duur van één jaar, derhalve tot 8 maart 2023, althans voor een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen duur, met veroordeling van Basic Fit in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan zijn verzoek legt [verzoeker] - samengevat weergegeven - het volgende ten grondslag. De belangen van [verzoeker] worden door de ontruiming van het gehuurde ernstiger geschaad dan die van Basic Fit bij voortzetting van het gebruik van het gehuurde door [verzoeker] . Sterker nog, Basic Fit heeft er bovendien juist (financieel) belang bij dat het gehuurde door [verzoeker] wordt geëxploiteerd, aangezien zij geen blijk heeft gegeven van concrete plannen met het gehuurde. Tot slot is [verzoeker] voor zijn inkomen nog steeds volledig afhankelijk van het gebruik van het gehuurde. [verzoeker] beschikt niet over vervangende werkruimte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Basic Fit voert geen verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4.</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat het gehuurde kwalificeert als een gebouwde onroerende zaak in de zin van artikel 7:230a BW. De kantonrechter stelt dit ook vast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 7:230a lid 1 jo. lid 5 BW kan [verzoeker] de rechter verzoeken om de termijn waarbinnen ontruiming moet plaatsvinden te verlengen. Dat kan hij na een eerste verlenging vervolgens nog twee keer verzoeken, steeds uiterlijk een maand voor het verstrijken van de termijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Aangezien de kantonrechter bij beschikking van 29 juni 2021 over de eerste verlenging heeft geoordeeld en de termijn waarbinnen ontruiming van het gehuurde moet plaatsvinden tot 8 maart 2022 heeft verlengd, moest [verzoeker] zijn verzoek uiterlijk op 8 februari 2022 indienen. [verzoeker] heeft zijn verzoek op 2 februari 2022 en dus tijdig ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Basic Fit heeft het verzoek van [verzoeker] en hetgeen hij daaraan ten grondslag heeft gelegd niet weersproken. Op grond van de onweersproken gelaten stellingen van [verzoeker] is de kantonrechter van oordeel dat de belangen van [verzoeker] door de ontruiming van het gehuurde ernstiger worden geschaad dan die van Basic Fit bij voortzetting van het gebruik van het gehuurde door [verzoeker] . Het verzoek om verlenging van de ontruimingsbescherming zal daarom worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De ontruimingsbescherming zal, zoals verzocht, worden verlengd voor de duur van één jaar, derhalve tot 8 maart 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>In de omstandigheden dat geen mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden en Basic Fit geen verweer heeft gevoerd, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Deze beschikking wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5.</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verlengt de termijn waarbinnen ontruiming van het gehuurde moet plaatsvinden voor de duur van één jaar, derhalve tot 8 maart 2023;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. A.J.L.M. van der Wildt en in het openbaar uitgesproken.</para>
        <para>38671</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>