<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:3833</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-19T09:06:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/635671 / JE RK 22-707</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:3833">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:3833</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-19T09:05:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:3833 Rechtbank Rotterdam , 09-05-2022 / C/10/635671 / JE RK 22-707</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:3833:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verlenging uithuisplaatsing</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:3833:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens: C/10/635671 / JE RK 22-707</para>
      <para>datum uitspraak: 9 mei 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking verlenging uithuisplaatsing</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam kind 1], geboren op [geboortedatum kind 1] 2013 te [geboorteplaats kind 1], </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen [naam kind 1], </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam kind 2]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum kind 2] 2016 te [geboorteplaats kind 2], </para>
      <para>hierna te noemen [naam kind 2].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder], hierna te noemen de moeder, </bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats moeder].</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <para>Het procesverloop blijkt uit het verzoek met bijlagen van de GI van 25 maart 2022, ingekomen bij de griffie op 25 maart 2022.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 mei 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Gehoord zijn:</para>
    </parablock>
    <para>- de moeder,</para>
    <para>- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, te weten [naam 1] en [naam 2].</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten<?linebreak?>Het ouderlijk gezag over [naam kind 1] en [naam kind 2] wordt uitgeoefend door de moeder.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam kind 1] en [naam kind 2] verblijven in pleeggezinnen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 15 november 2021 zijn [naam kind 1] en [naam kind 2] onder toezicht gesteld met ingang van 15 november 2021 tot 15 november 2022 en is een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1] en [naam kind 2] in een (netwerk)voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 15 november 2021 tot 15 mei 2022.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>De GI heeft verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1] en [naam kind 2] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van vier maanden. </para>
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten </title>
    <parablock>
      <para>De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht.</para>
      <para>De moeder doet het erg goed en pakt de adviezen op die zij van de opvoedondersteuning krijgt als [naam kind 1] en [naam kind 2] bij haar zijn. Ook komt de moeder alle afspraken na. [naam kind 1] bezoekt de moeder op woensdag en vrijdag en [naam kind 1] bezoekt haar op vrijdag. Om de week logeren zij een nacht bij hun moeder. De komende periode zullen de bezoeken verder worden uitgebreid. De GI is dan ook positief over een terugplaatsing van [naam kind 1] en [naam kind 2] bij de moeder de komende zomer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij het eens is met het verzoek en de wijze waarop de terugplaatsing van [naam kind 1] en [naam kind 2] de komende periode zal plaatsvinden. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind 1] en [naam kind 2] vanwege eerdere zorgen in de opvoedsituatie bij de moeder in het kader van een ondertoezichtstelling met een machtiging uithuisplaatsing in pleeggezinnen zijn geplaatst. </para>
      <para>In de afgelopen periode heeft de moeder positieve stappen gezet. Zo heeft zij de opvoedondersteuning opgepakt om haar opvoedvaardigheden te vergroten en lijkt zij al een langere periode haar verslavingsproblematiek onder controle te hebben. Door deze ontwikkelingen konden de bezoekmomenten met [naam kind 1] en [naam kind 2] in de afgelopen periode worden opgebouwd. Dit is een positieve ontwikkeling, waarvoor de moeder een compliment verdient. Het is dan ook de bedoeling dat de komende periode de opvoedondersteuning wordt voortgezet en de bezoekmomenten met [naam kind 1] en [naam kind 2] verder worden opgebouwd zodat zij in de zomervakantie weer bij de moeder worden teruggeplaatst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op al het voorgaande is de kinderrechter dan ook van oordeel dat de verlenging van de uithuisplaatsing van [naam kind 1] en [naam kind 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek). Nu de terugplaatsing van [naam kind 1] en [naam kind 2] zorgvuldig dient te verlopen en de moeder het eens is met het verzoek, zal de kinderrechter de machtiging uithuisplaatsing van [naam kind 1] en [naam kind 2] voor de door de GI verzochte periode verlengen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1] en [naam kind 2] in een voorziening voor pleegzorg tot 15 september 2022;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2022 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van der Aa als griffier. </para>
              <para>De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.</para>
              <para />
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 16 mei 2022</para>
              <para />
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Den Haag. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>