<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:3371</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-09T14:02:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9308551 / CV EXPL 21-22363</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:3371">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:3371</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-09T13:53:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:3371 Rechtbank Rotterdam , 22-04-2022 / 9308551 / CV EXPL 21-22363</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:3371:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis na tussenvonnis. Bewijsopdracht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:3371:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9308551 / CV EXPL 21-22363</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 22 april 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter, zitting houdende in Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis> (hierna: [eiseres] ),</para>
      <para>gevestigd in [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn te Heerenveen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis> h.o.d.n. <emphasis role="bold">[handelsnaam]</emphasis> (hierna: [gedaagde] ),</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 24 december 2021, waarin een mondelinge behandeling is gelast;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 18 maart 2022 aan de zijde van [eiseres] , met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de op 30 maart 2022 gehouden mondelinge behandeling.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft bepaald dat dit vonnis vandaag wordt uitgesproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2.</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter blijft bij en neemt over hetgeen in het tussenvonnis van 24 december 2021 is overwogen en beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Zoals in het tussenvonnis is overwogen, spitst het geschil zich toe op de vraag of door of namens [naam] - naar [eiseres] heeft gesteld en [gedaagde] gemotiveerd heeft bestreden - in opdracht en voor rekening van [gedaagde] gedurende 296 uur laswerkzaamheden zijn verricht, tegen een overeengekomen tarief van € 50,00 per uur.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De bij brief van 18 maart 2022 door [eiseres] als productie D overgelegde uren-/werkbriefjes kunnen niet tot de conclusie leiden dat de stelling die de vordering van [eiseres] moet dragen juist is. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] immers desgevraagd te kennen gegeven niet te weten wie de paraaf/handtekening die op de uren-/werkbriefjes staat heeft geplaatst, zodat er op dit moment niet vanuit kan worden gegaan dat [gedaagde] die paraaf/handtekening heeft geplaatst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Ook aan de bij brief van 18 maart 2022 door [eiseres] als productie E overgelegde “betalingstoezegging” kan op dit moment geen beslissende betekenis worden gehecht. Daartoe is van belang dat slechts sprake is van een interne notitie van een medewerkster van [eiseres] , terwijl nergens uit blijkt dat [gedaagde] deze betalingstoezegging daadwerkelijk  heeft gedaan of bevestigd. Bovendien heeft de kantonrechter in het tussenvonnis van 24 december 2021 al geoordeeld dat - gelet op het door [gedaagde] gevoerde verweer - ook aan een andere interne notitie van [eiseres] , gedateerd 31 juli 2020, geen beslissende betekenis kan worden gehecht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij deze stand van zaken komt het aan op bewijslevering. Gelet op het bepaalde in artikel 150 Rv rust het bewijs op [eiseres] en de kantonrechter zal haar overeenkomstig haar bewijsaanbod toelaten tot het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat door of namens [naam] in opdracht en voor rekening van [gedaagde] gedurende 296 uur laswerkzaamheden zijn verricht, tegen een overeengekomen tarief van </para>
        <para>€ 50,00 per uur.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De zaak wordt nu verwezen naar de hierna genoemde rolzitting, zodat [eiseres] zich over de bewijslevering kan uitlaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3.</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>laat [eiseres] toe tot het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat door of namens [naam] in opdracht en voor rekening van [gedaagde] gedurende 296 uur laswerkzaamheden zijn verricht, tegen een overeengekomen tarief van € 50,00 per uur;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [eiseres] op de rolzitting van <emphasis role="bold">donderdag 19 mei 2022 om 14:30 uur</emphasis> bij de te nemen akte in de gelegenheid is om mede te delen of en, zo ja, op welke wijze zij dit bewijs wil leveren; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>en indien zij dit bewijs schriftelijk wil leveren zij bij die gelegenheid de op het bewijsthema betrekking hebbende stukken direct in het geding moet brengen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>en indien zij dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen zij bij akte opgave moet doen van het aantal en de personalia van de door haar voor te brengen getuigen en van de verhinderdata van alle betrokkenen voor de maanden juni, juli en augustus 2022, zodat vervolgens een datum voor het getuigenverhoor kan worden bepaald;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst [eiseres] erop dat namen en woonplaatsen van eventueel voor te brengen getuigen tenminste zeven dagen vóór het te houden getuigenverhoor schriftelijk aan de kantonrechter en de wederpartij moeten worden aangezegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat [eiseres] te zijner tijd zelf zorg moet dragen voor behoorlijke oproeping van de getuigen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat het getuigenverhoor zal worden gehouden in het Gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100/125 in Rotterdam, ten overstaan van de hierna genoemde kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en uitgesproken op een openbare terechtzitting.</para>
      <para>38671</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>