<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:3303</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-03T10:05:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/003688-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:3303">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:3303</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-03T10:01:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:3303 Rechtbank Rotterdam , 29-04-2022 / 10/003688-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:3303:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Veroordeling voor medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid en medeplichtigheid aan om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen anderen gelegenheid tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen. </para>
        <para>De verdachte heeft zijn woning ter beschikking gesteld als zogenoemd versnijdingspand. In de woning van de verdachte zijn aanmerkelijke hoeveelheden heroïne en versnijdingsmiddelen, alsmede attributen voor het bewerken en verwerken daarvan aangetroffen.</para>
        <para>Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:3303:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">Rechtbank </emphasis>
      <emphasis role="bold">ROTTERDAM </emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Team 1</para>
      <para>Parketnummer: 10/003688-22</para>
      <para>Datum uitspraak: 29 april 2022</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de meervoudige kamer in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [postcode verdachte] , [woonplaats verdachte] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Advocaat van de verdachte: mr. P.M. Iwema, advocaat te Rotterdam.</para>
      <para>Officier van justitie: mr. E. Loppé</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 15 april 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Inhoudsopgave van dit vonnis</emphasis>
      </para>
      <para>De verdenking komt er op neer dat de verdachte onder feit 1 primair wordt beschuldigd dat hij samen met anderen heroïne heeft bewerkt, verwerkt, in elk geval aanwezig heeft gehad en subsidiair dat hij medeplichtig is aan het bewerken, verwerken, in elk geval aanwezig hebben van heroïne. Onder feit 2 wordt de verdachte primair beschuldigd dat hij samen met anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor het bewerken van deze middelen en subsidiair dat hij medeplichtig is aan het verrichten van voorbereidingshandelingen. De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in hoofdstuk 1 van dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde en acht de subsidiair ten laste gelegde feiten bewezen. De bewezenverklaring, de bewijsmotivering en een opgave van de bewijsmiddelen worden in hoofdstuk 2 van dit vonnis besproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet verboden gedragingen. Welke dat zijn, is omschreven in hoofdstuk 3 van dit vonnis. In dat hoofdstuk worden ook de strafbaarheid van de feiten en de strafbaarheid van de verdachte, met daarbij de verwerping van het namens de verdachte gedane beroep op overmacht, besproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van twaalf maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaar. Hoofdstuk 4 van dit vonnis vermeldt alle onderdelen van de straf en de motivering daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoofdstuk 5 sluit dit vonnis af met een korte weergave van alle beslissingen en de ondertekening door de rechters en de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>De beschuldiging in de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 4 januari 2022 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 22.165,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet </para>
      <para>behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die </para>
      <para>wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte 3] op of omstreeks 04 januari 2022 te Rotterdam, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad ongeveer 22.165,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 04 januari 2022 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan voornoemde [naam medeverdachte 1] en/of voornoemde [naam medeverdachte 2] en/of voornoemde [naam medeverdachte 3] zijn, verdachtes, woning gelegen op/aan de [adres verdachte] ter beschikking te stellen voor het telen en/of het bereiden en/of het bewerken en/of het verwerken en/of het opslaan/bewaren van een (grote) hoeveelheid heroïne.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 4 januari 2022 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid heroïne, in elk geval een middel </para>
      <para>als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen, te weten,</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>ongeveer 29.706,3 gram paracetamol en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ongeveer 1.051 gram boorzuur en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ongeveer 573,7 gram fenacetine en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ongeveer 329,7 gram cafeïne en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een jerrycan met daarin 5 liter aceton en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>meerdere, althans een, (drugs)pers(en) en/of meerdere, althans een, bijbehorende stempel(s) en/of logo('s)/etiket(ten) en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een vacuümmachine en/of meerdere, althans een, sealbag(s) en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>meerdere, althans een, weegscha(a)l(en), teil(en), zeven/zeef, vermaler(s), vergruizer(s),  handschoen(en) en/of mondmasker(s) en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een geldbedrag ter hoogte van € 30.000,-,</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] en/of [naam medeverdachte 3] op of omstreeks 04 januari 2022 te Rotterdam, met elkaar, althans één van hen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid heroïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen, te </para>
      <para>weten,</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>ongeveer 29.706,3 gram paracetamol en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ongeveer 1.051 gram boorzuur en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ongeveer 573,7 gram fenacetine en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ongeveer 329,7 gram cafeïne en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een jerrycan met daarin 5 liter aceton en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>meerdere, althans een, (drugs)pers(en) en/of meerdere, althans een, bijbehorende </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>stempel(s) en/of logo('s)/etiket(ten) en/of</para>
      <para>een vacuümmachine en/of meerdere, althans een, sealbag(s) en/of</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>meerdere, althans een, weegscha(a)l(en), teil(en), zeven/zeef, vermaler(s), vergruizer(s), handschoen(en) en/of mondmasker(s) en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een geldbedrag ter hoogte van € 30.000,-,</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan voornoemde [naam medeverdachte 1] en/of voornoemde [naam medeverdachte 2] en/of voornoemde [naam medeverdachte 3] , wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 04 januari 2022 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,</para>
      <para>opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan voornoemde [naam medeverdachte 1] en/of voornoemde [naam medeverdachte 2] en/of voornoemde [naam medeverdachte 3] zijn, verdachtes, woning gelegen op/aan de [adres verdachte] ter beschikking te stellen voor het opslaan/bewaren van voornoemde voorwerpen, stoffen en/of gelden, welke voorwerpen, stoffen en/of gelden bestemd zijn voor het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een (grote) hoeveelheid heroïne.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2.</nr>De beslissingen over het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten  1 en 2 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Primair</emphasis>
      </para>
      <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder feit 1 en 2 primair ten laste gelegde - te weten het door de verdachte in vereniging met anderen bewerken, verwerken en/of aanwezig hebben van heroïne en het door de verdachte in vereniging verrichten van voorbereidingshandelingen voor het bewerken van deze middelen - niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>Het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank vindt dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan op de volgende manier: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 1:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <para>
        [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] op 4 januari 2022 te Rotterdam, met elkaar, opzettelijk hebben bewerkt en verwerkt, ongeveer 22.165,7 gram heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 4 januari 2022 te Rotterdam opzettelijk gelegenheid heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan voornoemde [naam medeverdachte 2] en voornoemde [naam medeverdachte 3] zijn, verdachtes, woning gelegen aan de [adres verdachte] ter beschikking te stellen voor het bewerken en het verwerken van een (grote) hoeveelheid heroïne.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit 2:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>
        [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] op 4 januari 2022 te Rotterdam, met elkaar, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken van een hoeveelheid heroïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voor te bereiden, </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>ongeveer 29.706,3 gram paracetamol en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ongeveer 1.051 gram boorzuur en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ongeveer 573,7 gram fenacetine en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ongeveer 329,7 gram cafeïne en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een jerrycan met daarin 5 liter aceton en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>meerdere drugspersen en meerdere bijbehorende stempels en log’'s/etiketten en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vacuümmachine en meerderesealbags en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>meerdere weegschalen, teilen, zeven, vergruizers, handschoenen en mondmaskers</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>voorhanden hebben gehad, waarvan voornoemde [naam medeverdachte 2] en voornoemde [naam medeverdachte 3] , wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 januari 2022 te Rotterdam opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, door aan voornoemde [naam medeverdachte 2] en voornoemde [naam medeverdachte 3] zijn, verdachtes, woning gelegen aan de [adres verdachte] ter beschikking te stellen voor het opslaan van voornoemde voorwerpen, stoffen en welke voorwerpen, stoffen en gelden bestemd zijn voor het bewerken, verwerken van een (grote) hoeveelheid heroïne.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijsmotivering</emphasis>
        </para>
        <para>De bewezenverklaring steunt op de redengevende inhoud van de bewijsmiddelen. Hieronder is een opgave gedaan van die bewijsmiddelen. Met deze opgave wordt volstaan omdat de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en geen vrijspraakverweer is gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>De bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 15 april 2022.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Het onderzoek van de politie, proces-verbaal van bevindingen aantreffen versnijdingspand<footnote-ref linkend="_74b39ae0-6583-4ca2-9558-bea532b0b7d2" />.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>3. Het onderzoek van de politie, proces-verbaal van bevindingen doorzoeking woning [adres verdachte] , met bijhorende bijlagen<footnote-ref linkend="_546cb609-279d-4ed9-81b8-ae280f05c213" />.</para>
      <para>4. Het onderzoek van de politie, proces-verbaal onderzoek verdovende middelen deel 1<footnote-ref linkend="_40896b1c-021e-4082-9b1d-066c87d8db47" />.</para>
      <para>5. Het onderzoek van de politie, proces-verbaal onderzoek verdovende middelen deel 2<footnote-ref linkend="_6428d8c7-1d24-4a4c-913a-99e0263c249f" />.</para>
      <para>6. De rapporten van het Nederland Forensisch Instituut van 25 januari 2022 en 26 januari 2022 <footnote-ref linkend="_b33f5e97-a003-46cc-9be9-d24c822fc878" />.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3.</nr>De verboden gedraging en de strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kwalificatie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen feiten leveren op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Medeplichtigheid aan om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen anderen gelegenheid tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte komt een beroep op overmacht toe zodat hij dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De verdediging voert aan dat de verdachte geen andere mogelijkheid zag dan te handelen zoals hij heeft gedaan. De onmogelijkheid voor de verdachte om zijn woning weer op te eisen, volgt uit zijn jarenlange drugsverslaving van vroeger, zijn autisme en zijn dwangmatige ontwijkingsgedrag. Van de verdachte kon dientengevolge niet worden gevergd dat hij weerstand bood aan de medeverdachten in zijn woning. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Een beroep op overmacht kan alleen dan slagen wanneer sprake is geweest van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet hoefde te bieden.</para>
      <para>Van zodanige drang was  geen sprake. Aannemelijk is geworden dat de verdachte - die al tientallen jaren verslaafd is aan hard drugs en die vanwege zijn autisme problemen liever uit de weg gaat - kwetsbaar is. Dat brengt echter niet mee dat hij geen nee kon zeggen tegen het gebruik van zijn woning voor het versnijden van heroïne. Volgens de rechtbank had hij dat kunnen - dus moeten - doen. De verleiding van gratis drugs verontschuldigt hem niet, al was het maar omdat de verdachte methadon op recept kreeg en dus niet van die drugs afhankelijk was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>Het beroep op overmacht wordt verworpen. Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is strafbaar. </para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>4. Motivering van de straf</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene overweging</emphasis>
      </para>
      <para>De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feiten waarop de straf is gebaseerd </emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft zijn woning ter beschikking gesteld als zogenoemd versnijdingspand. In de woning van de verdachte zijn aanmerkelijke hoeveelheden heroïne en versnijdingsmiddelen, alsmede attributen voor het bewerken en verwerken daarvan aangetroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het op de markt brengen van drugs vormt een ernstige bedreiging van de volksgezondheid. Daarnaast wordt met de handel in heroïne veel geld verdiend en deze handel gaat gepaard met vele vormen van (verwervings)criminaliteit. Ter bestrijding van drugsverslaving en ter voorkoming en bestrijding van illegale drugshandel wordt het aanwezig hebben en het bewerken van heroïne streng bestraft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Persoonlijke omstandigheden van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafblad</emphasis>
      </para>
      <para>Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 15 maart 2022 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De reclassering over de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 28 maart </para>
      <para>2022. Geadviseerd wordt om bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden </para>
      <para>op te leggen. Er is sprake van hulpverlening op vrijwillige basis vanuit de Nico Adriaan Stichting en Indigo. Deze hulpverlenging sluit goed aan bij de behoeften van de verdachte.</para>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.</para>
      <para>Ook hebben de begeleiders van de Nico Adriaan Stichting op de zitting toegelicht hoe de verdachte begeleid en ondersteund wordt. Mede hierop gelet heeft de rechtbank vertrouwen dat de verdachte ook buiten een justitieel kader passende begeleiding zal ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Eis van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft voor de door haar bewezen geachte feiten een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar geëist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht de officier van justitie niet te volgen in haar eis om aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, langer dan dat de verdachte in voorarrest heeft gezeten. Dit laatste gelet op het persoonlijke belang van de verdachte bij het aldus mogelijk kunnen behouden van zijn woning</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
      <para>Gezien de ernst van het feit zal de rechtbank aan de verdachte een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur opleggen. De rol die de verdachte had bij het ondoordacht ter beschikking stellen van zijn woning aan anderen en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geven aanleiding om de strafmaat ten opzichte van de eis aanzienlijk te matigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie </emphasis>
      </para>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van voorarrest passend en geboden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 48, 49 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a en 11 van de Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5.</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde feiten, zoals dit in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, <emphasis role="bold">groot 8 (acht) maanden</emphasis> niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt als algemene voorwaarde:</para>
      <para>- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. J.H. Janssen, voorzitter,</para>
      <para>en mrs. D. van der Sluis en M.M. Dolman, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S.T.C.J.M. de Jongh, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 29 april 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_74b39ae0-6583-4ca2-9558-bea532b0b7d2" label="1">
    <para> Proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 1] , onderzoek RT3RO RIVER, dossierpagina 2 t/m 4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_546cb609-279d-4ed9-81b8-ae280f05c213" label="2">
    <para> Proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 2] , onderzoek RT3RO RIVER, dossierpagina 5 t/m 51<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_40896b1c-021e-4082-9b1d-066c87d8db47" label="3">
    <para> Proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 3] , onderzoek RT3RO RIVER, dossierpagina 76 t/m 84<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_6428d8c7-1d24-4a4c-913a-99e0263c249f" label="4">
    <para> Proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 4] , onderzoek RT3RO RIVER, dossierpagina 92 t/m 95<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
  </footnote>
  <footnote id="_b33f5e97-a003-46cc-9be9-d24c822fc878" label="5">
    <para> Deskundigenverslag van het Nederland Forensisch Instituut van 25 januari en 26 januari 2022, nummer [registratienummer] (aanvraag 007), (aanvraag 006), (aanvraag 005), (aanvraag 004), (aanvraag 003), (aanvraag 002), (aanvraag 001), opgemaakt door ing. [naam persoon 1] respectievelijk ing. [naam persoon 2] .</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>