<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:3153</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-26T10:36:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/628099 / FA RK 21-8247</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:3153">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:3153</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-26T10:34:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:3153 Rechtbank Rotterdam , 13-04-2022 / C/10/628099 / FA RK 21-8247</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:3153:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek vernietiging erkenning. Kaapverdisch recht, dat van toepassing is op het verzoek, kent niet de mogelijkheid van vernietiging erkenning. Toepassing Kaapverdisch recht leidt tot een inbreuk op het in artikel 8 EVRM opgenomen recht van verzoekster op respect op haar privéleven. De rechtbank wijkt op grond van artikel 10:6 BW af van verwijzingsregel en past Nederlands recht toe. Wijst verzoek toe.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:3153:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: C/10/628099 / FA RK 21-8247</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 13 april 2022 betreffende vernietiging van de erkenning</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. L. Vieira te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak is belanghebbende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen [belanghebbende] <emphasis role="italic">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 2 november 2021;</para>
      <para>- het bericht van de zijde van [belanghebbende] van 9 februari 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 11 februari 2022. Daarbij is verzoekster met haar advocaat verschenen. </para>
        <para>
          [belanghebbende] is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Zoals afgesproken tijdens de mondelinge behandeling heeft verzoekster de rechtbank nog bericht. Er zijn van haar zijde twee berichten ingekomen, van 9 maart 2022 respectievelijk van 24 maart 2022.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoekster is op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] , geboren uit [persoon A] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [belanghebbende] heeft verzoekster op 13 februari 2001 erkend.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoekster heeft de Nederlandse nationaliteit sinds 6 november 2019.</para>
        <para>
          [belanghebbende] heeft de Portugese en Kaapverdische nationaliteit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3.</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verzoekster verzoekt de erkenning van haar door [belanghebbende] te vernietigen en te bepalen dat zij heeft verklaard dat zij voortaan de geslachtsnaam van haar moeder zal hebben. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rechtsmacht </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De Nederlandse rechter heeft op grond van artikel 3 aanhef en onder a Rv rechtsmacht, omdat verzoekster haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toepasselijk recht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 10:96 BW wordt de vraag op welke wijze een erkenning kan worden tenietgedaan, wat betreft de bevoegdheid van de erkenner en de voorwaarden voor de erkenning, bepaald door het volgens artikel 10:95 lid 1 BW toegepaste recht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [belanghebbende] heeft verzoekster op Kaapverdië erkend. In aanmerking nemende dat [belanghebbende] (onder meer) de Kaapverdische nationaliteit heeft, gaat de rechtbank ervan uit dat op de erkenning Kaapverdisch recht is toegepast. Dat recht is daarom ook van toepassing op het verzoek tot vernietiging van de erkenning. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Het Kaapverdische recht kent niet de mogelijkheid van een vernietiging van de erkenning. Het verwijzingsresultaat brengt verzoekster dus in een positie waarin zij zich in familierechtelijke zin niet zou kunnen losmaken van haar juridische vader, terwijl zij daar wel een zwaarwegend belang bij heeft. Verzoekster heeft onweersproken gesteld dat [belanghebbende] niet haar biologische vader is en dat het contact tussen hen al jaren geleden is verbroken. Verder stelt zij slechte herinneringen te hebben aan [belanghebbende] , zodat de juridische band als pijnlijk kan worden beschouwd. Tegen die achtergrond leidt een toepassing van het Kaapverdisch recht tot een inbreuk op het in artikel 8 EVRM opgenomen recht van verzoekster op respect voor haar privéleven. De rechtbank is gezien deze inbreuk van oordeel dat het ontbreken van een mogelijkheid voor verzoekster om de erkenning door [belanghebbende] te vernietigen, in strijd is met de Nederlandse openbare orde. De rechtbank zal daarom op grond van artikel 10:6 BW afwijken van de verwijzingsregel van artikel 10:96 BW en Nederlands recht toepassen op het verzoek. </para>
        <para>Daarbij heeft de rechtbank tevens in aanmerking genomen dat verzoekster reeds vanaf jonge leeftijd in Nederland woont en inmiddels de Nederlandse nationaliteit heeft en deze zaak dus een nauwe betrokkenheid heeft bij de Nederlandse rechtsorde.      </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:205 lid 1 onder a BW kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning worden gedaan door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens de meerder-jarigheid van het kind heeft plaatsgevonden. Daarbij heeft als voorwaarde te gelden dat de erkenner niet de biologische vader is van het kind. Op grond van artikel 1:205 lid 4 BW wordt het verzoek door het kind ingediend binnen drie jaar nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de man vermoedelijk niet de biologische vader is. Indien het kind echter gedurende de minderjarigheid bekend is geworden met dit feit kan het verzoek tot uiterlijk drie jaar nadat het kind meerderjarig is geworden, worden ingediend.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoekster stelt dat zij op jonge leeftijd door haar moeder naar Nederland is gestuurd om bij haar tante en (aangetrouwde oom) [belanghebbende] te gaan wonen, hetgeen mogelijk was door de erkenning van verzoekster door [belanghebbende] . Verzoekster heeft nooit gedacht dat [belanghebbende] haar biologische vader is.  </para>
        <para>Gelet op de omstandigheid dat verzoekster al tijdens haar minderjarigheid ermee bekend was dat [belanghebbende] niet haar biologische vader is, was zij tot 7 november 2021 in de gelegenheid een verzoek tot vernietiging van de erkenning in te dienen. Het verzoek is op </para>
        <para>2 november 2021 en dus tijdig ingediend, zodat verzoekster hierin kan worden ontvangen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [belanghebbende] heeft per e-mail laten weten in te stemmen met het verzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat verzoekster voldoende heeft gesteld om aan te nemen dat [belanghebbende] niet haar biologische vader is. Hierbij is tevens in aanmerking genomen dat [belanghebbende] de stellingen van verzoekster onweersproken heeft gelaten. </para>
        <para>Het verzoek tot vernietiging van de erkenning van verzoekster door [belanghebbende] zal dan ook worden toegewezen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Door de vernietiging van de erkenning zal verzoekster van rechtswege de geslachtsnaam van haar moeder hebben. Zij heeft dan ook geen belang bij dit verzoek dat om die reden zal worden afgewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Het verzoek de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren zal worden afgewezen, omdat de vernietiging van de erkenning eerst rechtsgevolg krijgt indien de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.</nr>
      <para>Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4.</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>vernietigt de erkenning van [verzoekster] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] , door [belanghebbende] , geboren op </para>
        <para>
          [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] , [geboorteland] ;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>gelast de griffier een afschrift van deze beschikking te zenden niet eerder dan drie maanden na de dag van de beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag, op voet van het bepaalde in artikel 1:20e lid 1 BW;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. B. Krijnen, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van griffier mr. M. Ligthart op 13 april 2022.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden moeten het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak instellen. Andere belanghebbenden moeten het beroep instellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>