<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:294</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-04T14:37:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/629851 / JE RK 21-3185</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:294">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:294</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-04T14:36:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:294 Rechtbank Rotterdam , 11-01-2022 / C/10/629851 / JE RK 21-3185</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:294:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek tot ondertoezichtstelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:294:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/10/629851 / JE RK 21-3185</para>
      <para>Datum uitspraak: 11 januari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, </bridgehead>
    <para>gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam kind], </bridgehead>
    <para>geboren op [geboortedatum kind] 2018 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen: [naam kind].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam moeder],</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder],</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam vader],</bridgehead>
    <para>hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader].</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van </para>
      <para>3 december 2021, ingekomen bij de griffie op 7 december 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 januari 2022 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaak met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Verschenen zijn:<?linebreak?>-	de vader;<?linebreak?>-	de moeder;<?linebreak?>-	een vertegenwoordigster van de Raad, [naam 1];<?linebreak?>-	een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming</para>
      <para>Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), [naam 2].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Franse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam 3], tolk in de Franse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <parablock>
      <para>Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.</para>
      <para>
        [naam kind] woont bij de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para>De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam kind] voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. [naam kind] heeft al veel meegemaakt in haar jonge leven. Tot en met begin 2021 zijn er meerdere meldingen bij Veilig Thuis binnengekomen over conflicten tussen de ouders. Vanaf februari 2021 is het drangkader gestart en is een stijgende lijn te zien in de communicatie tussen de ouders en de manier hoe ze met elkaar omgaan. Het is op dit moment nog te vroeg om verder te gaan in het vrijwillig kader. Er bestaat dan het risico dat de hulpverlening niet wordt voortgezet en de ouders zullen terugvallen in hun problematiek. De komende periode wil de GI de methodiek Parallel Ouderschap inzetten. Desgevraagd kan de Raad instemmen met een ondertoezichtstelling voor de duur van negen maanden gelet op de positieve ontwikkelingen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten</title>
    <para>De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad. In de relatie tussen de ouders zijn er momenten dat het goed gaat, maar ook momenten dat er veel spanning is. In het drangkader is veel gewerkt aan het contact tussen de ouders en de omgangsregeling tussen [naam kind] en de vader. Ondanks de stijgende lijn is de GI van mening dat het nog te vroeg is om zonder ondertoezichtstelling verder te gaan. Het is belangrijk dat een jeugdbeschermer met de ouders meekijkt en hen kan ondersteunen. Desgevraagd kan de GI zich vinden in een ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader is het eens met het verzoek, maar is van mening dat er onwaarheden in het rapport van de Raad staan vermeld. Er worden vooral negatieve dingen over het verleden gezegd. De vader heeft zelf zorgen gemeld bij instanties en altijd meegewerkt met de hulpverlening. Ook op vrijwillige basis is er hulpverlening ingezet. De vader is wel van mening dat aanvullende hulpverlening noodzakelijk is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij het lastig vindt als er een ondertoezichtstelling komt. De hulpverleningsinstanties lopen achter de feiten aan. Een jaar geleden had het gezin meer baat gehad bij een ondertoezichtstelling. Sinds het drangkader is de communicatie in positieve zin veranderd. [naam kind] is drie weekenden per maand en één dag in de week bij de vader. De moeder verzet zich niet tegen een ondertoezichtstelling, maar verzoekt om de ondertoezichtstelling over zes maanden opnieuw te beoordelen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para>Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op dit moment wordt [naam kind] ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Er is al lange tijd sprake van complexe relatieproblemen tussen de ouders. De ouders voeren voortdurend strijd met elkaar en kunnen niet op een constructieve manier met elkaar communiceren. De interactie tussen de ouders is zeer verstoord. Ook is [naam kind] meermalen getuige geweest van fysiek en verbaal geweld tussen de ouders. De ouders hebben [naam kind] onvoldoende stabiliteit en voorspelbaarheid geboden. Daarnaast heeft de moeder psychische problemen, waardoor zij soms impulsief heeft gehandeld. De hulpverlening in het vrijwillig kader is ontoereikend gebleken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In februari 2021 is de GI gestart met het drangtraject. Sindsdien is sprake van een positieve ontwikkeling. De ouders hebben de onderlinge communicatie verbeterd en hebben afspraken gemaakt over de omgang met [naam kind]. Ook ontwikkelt [naam kind] zich leeftijdsadequaat. Deze ontwikkelingen zijn nog pril, waardoor de kans op terugval aanwezig is. Er bestaat een groot risico dat het de ouders zonder begeleiding van de GI niet lukt om de positieve ontwikkeling voort te zetten. De inzet van een jeugdbeschermer, middels een ondertoezichtstelling, is daarom noodzakelijk om de ouders te ondersteunen, de benodigde hulpverlening in te zetten en de belangen van [naam kind] te behartigen. Gelet op de prille positieve ontwikkeling, zal de kinderrechter [naam kind] onder toezicht stellen voor de duur van negen maanden en het overig verzochte afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [naam kind] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 11 januari 2022 tot 11 oktober 2022;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022 door mr. R.H. de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 15 januari 2022.</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
    </parablock>
    <para>- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
    <para>- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
    <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>