<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:2883</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-22T14:00:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/1119</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:2883">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:2883</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-20T10:02:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:2883 Rechtbank Rotterdam , 19-04-2022 / 22/1119</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:2883:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker is marktondernemer en wil zijn staanplaats terug van vóór de coronamaatregelen. De voorzieningenrechter vindt dat verweerders handhaving van de nieuwe opstelling van staanplaatsen een besluit is. Vervolgens volgt een belangenafweging in het voordeel van verzoeker, waarbij onder meer meespeelt dat de grondslag en motivering van verweerders besluit onduidelijk is. Het verzoek wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:2883:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ROT 22/1119</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 april 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [naam verzoeker], uit [woonplaats verzoeker], verzoeker,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.W. de Jong).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 16 februari 2022 een e-mail gestuurd naar Rotterdamse marktondernemers, waarin staat dat hun staanplaatsen voorlopig in de huidige corona-opstelling blijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen deze e-mail bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 maart 2022 op zitting behandeld. Hierbij waren aanwezig verzoeker, vijf collega-marktondernemers (namens verzoeker), de gemachtigde van verweerder, [naam 1], en [naam 2] (ook namens verweerder).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen het besluit over te leggen waarin is besloten over te gaan tot een corona-opstelling. Verweerder heeft op 4 april 2022 twee e-mails overgelegd. Verzoeker heeft op 7 april 2022 hierop gereageerd en nog een toelichting gegeven op het spoedeisend belang. De voorzieningenrechter heeft vervolgens het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waar gaat het in deze zaak om?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Op dit moment geldt op de Rotterdamse markten nog steeds een corona-opstelling. Verzoeker wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat hij weer terug kan naar zijn oorspronkelijke staanplaats.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Is de e-mail van 16 februari 2022 een besluit?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is geregeld dat bezwaar kan worden gemaakt tegen een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, waarbij er sprake moet zijn van een rechtsgevolg. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, dan is er sprake van een besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt.</para>
    <para />
    <para>3. In geschil is of de e-mail van 16 februari 2022 een besluit is. Verweerder meent van niet, nu deze niet gericht is op rechtsgevolg. Dit houdt kort gezegd in dat er sprake moet zijn van een verandering in de rechten of plichten van verzoeker. Volgens verweerder is daarvan geen sprake, omdat de staanplaats van verzoeker na die mail niet verschilt van de staanplaats van verzoeker van voor die mail.</para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de e-mail van 16 februari 2022 wel tot een rechtsgevolg voor verzoeker heeft geleid. Hiertoe is het volgende van belang. Verweerder heeft op 24 november 2021 een e-mail gestuurd naar marktondernemers waarin staat dat alle Rotterdamse markten vanaf 25 november 2021 tijdelijk een corona-opstelling moeten hanteren vanwege de verplichte anderhalvemeter-maatregel. Hieruit volgt dat er van rechtswege een einde zou komen aan (het besluit tot) de tijdelijke opstelling zodra de anderhalvemeter-maatregel zou komen te vervallen. Op 15 februari 2022 zijn er versoepelingen van de corona-maatregelen aangekondigd, waaronder het vervallen van de anderhalvemeter-maatregel. Dit betekent dat de tijdelijke corona-opstelling op de Rotterdamse markten niet langer nodig was en men terug kon naar de oude opstelling. Met de e-mail van 16 februari 2022 heeft verweerder echter bepaald dat niet wordt teruggekeerd naar de oude opstelling. Deze e-mail moet daarom worden gezien als een besluit tot verlenging van de tijdelijke corona-opstelling. Hiermee is voor verzoeker een rechtsgevolg ingetreden: hij heeft immers nog niet mogen terugkeren naar zijn oude staanplaats, ondanks het vervallen van de anderhalvemeter-maatregel. Dit heeft tot gevolg dat verzoeker bezwaar kan maken tegen deze e-mail en dat de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening ook inhoudelijk kan beoordelen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Is er sprake van spoedeisend belang of onevenredig nadeel? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Volgens verzoeker is hij voor een deel van zijn inkomen afhankelijk van de markt en is zijn staanplaats van grote invloed op zijn omzet.</para>
    <para />
    <para>6. Verweerder heeft verklaard dat verscheidene marktondernemers blij zijn met de tijdelijke corona-opstelling. Er wordt daarom onderzocht of deze opstelling permanent kan worden. Om onnodige verplaatsingen en daarmee mogelijk gepaard gaande onrust te voorkomen heeft verweerder ervoor gekozen om gedurende dat onderzoek de markten niet terug te laten keren naar de oude opstellingen.</para>
    <para />
    <para>7. De voorzieningenrechter vindt dat het belang van verzoeker om terug te gaan naar zijn oude staanplaats zwaarder weegt dan het belang van verweerder om voorlopig vast te houden aan de corona-opstelling. Zo is het aannemelijk dat verzoeker door de huidige staanplaats financieel wordt benadeeld. Daarnaast is de grondslag en motivering van het bestreden besluit onduidelijk. Als verweerder de marktopstelling wil wijzigen, dan dient verweerder daartoe een deugdelijk gemotiveerd besluit te nemen met een kenbare juridische grondslag. Verzoeker heeft dan de mogelijkheid om daartegen op te komen en die mogelijkheid wordt hem nu inhoudelijk gezien ontnomen. Ook hierin is een zwaarwegend belang voor verzoeker gelegen. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat verzoeker binnen een week na deze uitspraak de staanplaats mag innemen die hem was toegewezen vóór de corona-opstelling.</para>
    <para />
    <para>8. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt hij dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht vergoedt. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para>- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;</para>
    <para>- bepaalt dat verzoeker een week na deze uitspraak de staanplaats mag innemen die hem was toegewezen vóór de corona-opstelling;</para>
    <para>- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoeker te vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 april 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>