<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:2468</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-01T13:14:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">632481 / HA RK 22-103</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verschoning">Verschoning</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:2468">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:2468</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-01T13:13:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:2468 Rechtbank Rotterdam , 26-01-2022 / 632481 / HA RK 22-103</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:2468:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verschoningsverzoek toegewezen. De directeur/medeaandeelhouder van gedaagde in het kort geding was de overbuurman van de rechter in het huis waar zij tot twee jaar geleden heeft gewoond. Zij kenden elkaar als buren. De rechter en de echtgenote van de directeur zien elkaar nu nog met enige regelmaat. De rechter is van mening dat zij deze zaak niet kan behandelen als rechter.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:2468:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>Meervoudige kamer voor verschoningszaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: 632481 / HA RK 22-103</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 26 januari 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. J.C.A.T. Frima</emphasis>,</para>
      <para>senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team insolventie (hierna: de rechter),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam eiseres] ,</emphasis>
      </para>
      <para>h.o.d.n. [handelsnaam] ,</para>
      <para>gevestigd te [adres] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. M.I. L’Ghdas te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam vennootschap] B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te [adres] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. S. Kegreisz te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting van de rechter van 10 februari 2022 staat gepland de mondelinge behandeling van het kort geding van eiseres tegen gedaagde, beiden voornoemd, met kenmerk 631980 / KG ZA 22-37. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 25 januari 2022 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verschoningskamer is ter beschikking gesteld het dossier van het hiervoor omschreven kort geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Ter adstructie van het verzoek om verschoning heeft de rechter het volgende aangevoerd – verkort en zakelijk weergegeven:</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1.1.</nr>
        <para>De directeur/medeaandeelhouder van gedaagde was de overbuurman van de rechter in het huis waar zij tot twee jaar geleden heeft gewoond. De rechter en de directeur kenden elkaar als buren. De relaties waren prima, met name met de echtgenote van de directeur, hoewel de rechter en haar buren niet vaak bij elkaar over de vloer kwamen. De rechter en de echtgenote van de directeur zien elkaar nu nog met enige regelmaat.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.1.2.</nr>
        <para>Hoewel de rechter van mening is dat zij deze zaak met onpartijdige blik kan behandelen, zal het voor de bestuurder van gedaagde zeer vervelend zijn om bij de behandeling van het kort geding de rechter te treffen. Mocht eiseres in het kort geding ongelijk krijgen, zal zij mogelijk twijfelen aan de onpartijdigheid van de rechter. De rechter is om die reden van mening dat zij deze zaak niet kan behandelen als rechter.</para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst toe het verzoek van mr. J.C.A.T. Frima zich in de civielrechtelijke kortgedingprocedure van [naam eiseres] als eiseres tegen [naam vennootschap] B.V. als gedaagde met kenmerk 631980 / KG ZA 22-37 te mogen verschonen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, en mr. M.C. Franken en </para>
      <para>mr. K.A. Baggerman, rechters, en door de voorzitter en J.A. Faaij, griffier, ondertekend op 26 januari 2022.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>