<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:2258</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-28T12:06:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 5651</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:2258">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:2258</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-28T12:06:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:2258 Rechtbank Rotterdam , 28-03-2022 / AWB - 21 _ 5651</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:2258:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pw. Afwijzing bijzondere bijstand. Verhuis- en stofferingskosten. Geen bijzondere omstandigheden. Verhuizing was voorzienbaar. Reserveren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:2258:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam	</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ROT 21/5651</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 maart 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres, </bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. P. Hoogenraad,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. S. Duinhouwer.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 18 augustus 2021 (primair besluit 1) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor verhuiskosten afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van eveneens 18 augustus 2021 (primair besluit 2) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand op grond van de Pw voor stofferingskosten afgewezen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het besluit van 27 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiseres, onder wijziging van de motivering, ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2022. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en [naam] , begeleidster van Stichting Middin. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiseres ontvangt een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) van het UWV van € 1.355,41 inclusief vakantietoeslag.</para>
        <para>In verband met gezondheidsklachten is eiseres in 2017 verhuisd naar Hoek van Holland. Al vrij snel kwamen er nieuwe buren boven eiseres wonen wat voor eiseres heeft geleid tot overlast en dat had invloed op gezondheidsklachten van eiseres. In 2019 kon eiseres met urgentie verhuizen vanwege geweld en bedreiging, maar eiseres is vervolgens niet verhuisd en de urgentie is ingetrokken. Eiseres is blijven zoeken naar een andere woning en zij heeft in 2021 een 55+ woning gevonden. Op 9 augustus 2021 heeft eiseres een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voor stofferingskosten en dubbele huur (verhuiskosten). </para>
      </parablock>
      <para>2. Verweerder heeft met het bestreden besluit de primaire besluiten onder wijziging van de motivering gehandhaafd, omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en eiseres vanwege voorzienbaarheid van de verhuizing voor deze kosten had moeten reserveren.</para>
      <para />
      <para>3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder de aanvraag om bijzondere bijstand ten onrechte heeft afgewezen, omdat de kosten wel voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Daartoe voert eiseres aan dat zij op korte termijn moest verhuizen, waardoor zij niet voor de kosten heeft kunnen sparen. Eiseres stelt dat niet op voorhand kan worden aangenomen dat zij geen nadeel heeft ondervonden door het feit dat verweerder haar bezwaar niet heeft voorgelegd aan een adviescommissie. Eiseres vraagt zich af of deze werkwijze zich verdraagt met artikel 7:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en het zorgvuldigheidsbeginsel.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt tot de volgende beoordeling</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Adviescommissie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. Voorop staat dat de beslissing op een bezwaarschrift kan worden voorbereid door een daartoe ingestelde adviescommissie die partijen hoort en advies uitbrengt aan het bestuursorgaan, maar dat dit geen verplichting is zoals volgt uit artikel 7:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In onderhavige zaak heeft verweerder zich niet laten adviseren door een commissie. Eiseres heeft vervolgens zelf geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om gehoord te worden. Verweerder treft hier geen verwijt. Eiseres heeft in beroep de gelegenheid gehad om haar standpunten naar voren te brengen en stukken te overleggen zodat van enig nadeel niet is gebleken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bijzondere bijstand</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad), waaronder de uitspraak van 29 september 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2433, dient bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de Pw eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm. Op dit punt heeft de bijstandsverlenende instantie ingevolge deze bepaling een zekere beoordelingsvrijheid. De omstandigheid dat de betrokkene al dan niet de mogelijkheid heeft gehad te reserveren voor de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd, is een aspect dat moet worden beoordeeld in het kader van de vraag of de zich voordoende, noodzakelijke kosten, voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat de kosten waarvoor eiseres bijzondere bijstand heeft gevraagd zich voordoen en dat die kosten in het individuele geval van eiseres noodzakelijk waren. Tussen partijen is in geschil of de kosten van verhuis- en stofferingskosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, waarbij het gaat om de vraag of eiseres voor die kosten heeft kunnen reserveren. Uit eveneens vaste rechtspraak van de Raad met betrekking tot artikel 35, eerste lid, van de Pw , zie bijvoorbeeld de uitspraak van 15 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3319, volgt dat de kosten van een verhuizing en inrichting van een woning moeten worden gerekend tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke bestaanskosten. Deze kosten dienen in beginsel uit een inkomen op bijstandsniveau te worden voldaan, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Slechts wanneer de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, kan dit een aanleiding zijn om bijzondere bijstand te verlenen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat het aan eiseres als aanvrager van bijzondere bijstand is om aannemelijk te maken dat zij voldoet aan de voorwaarden voor verlening van de gevraagde bijstand. Dat betekent in dit geval dat eiseres aannemelijk moet maken dat de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en dat zij daarvoor niet heeft kunnen reserveren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres daar niet in geslaagd. Daarbij is van belang dat eiseres vanaf 2017 overlast ondervond van haar bovenburen en op zoek was naar een andere woning. Een verhuizing was vanaf dat moment voorzienbaar. En door in 2019 een urgentieverklaring aan te vragen kon eiseres in ieder geval ook vanaf dat moment rekening houden met toekomstige kosten van verhuis- en stofferingskosten. De voorzienbaarheid van de verhuizing is, anders dan eiseres meent, een relevant gegeven waar verweerder rekening mee heeft mogen houden. Nu eiseres twee jaar later een nieuwe woning heeft geaccepteerd, heeft tussen het moment van verlenen van de urgentie en het accepteren van de nieuwe woning voldoende tijd gelegen om te reserveren voor stofferings- en verhuiskosten. Dat de urgentieverklaring later is ingetrokken, omdat eiseres destijds niet is verhuisd, maakt dit niet anders. Dat geldt ook voor wat betreft de gezondheidssituatie van eiseres, hoe vervelend dit ook voor haar is geweest. Verder volgt uit de door verweerder overgelegde draagkrachtberekening dat eiseres geacht wordt daartoe op zich voldoende ruimte te hebben (gehad).</para>
      <para />
      <para>7. Het beroep is ongegrond.</para>
      <para />
      <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M.J. Smits, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>R.P. Evegaars, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 28 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier en de rechter zijn verhinderd te tekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>