<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:2053</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-22T11:48:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/620155 / HA ZA 21-509</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:2053">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:2053</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-22T11:47:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:2053 Rechtbank Rotterdam , 16-03-2022 / C/10/620155 / HA ZA 21-509</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:2053:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rolbeslissing. Verwijzing naar de parkeerrol op verzoek van tussenkomende partij in afwachting van uitspraak van de Hoge Raad over het toepasselijke regiem in een beperkingsprocedure omdat te verwachten valt dat deze procedure wordt geschorst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:2053:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f15a9171-99d0-4764-b3b3-49a607a00045" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="27fcfc5c-32bc-43cc-ae15-b826e971b948" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>rolbeslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/10/620155 / HA ZA 21-509</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rolbeslissing van 16 maart 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ESSO NEDERLAND B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Breda,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">EXXONMOBIL CHEMICAL HOLLAND B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>3. de vennootschap naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">EXXONMOBIL PETROLEUM &amp; CHEMICAL B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Antwerpen, België,</para>
      <para>eiseressen,</para>
      <para>advocaat mr. P.W. den Hollander te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">NATIONAL CHEMICAL CARRIERS LTD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Riyadh, Saoedië-Arabië</para>
    </parablock>
    <para>2. de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ODFJELL ASIA II PTE LTD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Singapore, republiek Singapore</para>
    </parablock>
    <para>3. de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ODFJELL MANAGEMENT AS</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Bergen, Noorwegen</para>
    </parablock>
    <para>4. de rechtspersoon naar buitenlands recht </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ASSURANCEFORENINGEN GARD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Arendal, Noorwegen,</para>
    </parablock>
    <para>5. de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GARD P&amp;I (BERMUDA) LTD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Bermuda,</para>
    </parablock>
    <para>6. de rechtspersoon naar buitenlands recht </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">NORWEGIAN HULL CLUB</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Oslo, Noorwegen,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. M. Wattel te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTERNATIONAL OIL POLLUTION COMPENSATION FUND 1992</emphasis>,</para>
      <para>zetelend te Londen, Verenigd Koninkrijk,</para>
      <para>tussenkomende partij,</para>
      <para>advocaat mr. M.A.R.C. Padberg te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Esso c.s., NCC c.s. en het Fonds genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het incidentele vonnis van 3 november 2021, waarbij is toegestaan dat het Fonds in de hoofdzaak tussenkomt, dat het Fonds in het verzoek ex. artikel 87 Rv niet-ontvankelijk wordt verklaard en dat de hoofdzaak weer op de rol zal komen van 15 december 2021 voor het nemen van de conclusie van eis in tussenkomst door het Fonds.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het Fonds heeft bij brief van 1 december 2021 verzocht</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">primair</emphasis>, het voorliggende geding aan te houden tot op de inhoudelijke beslissing van de Hoge Raad in het geding met zaaknummer 20/03882,</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis>, een mondelinge behandeling ingevolge artikel 87 Rv (Comparitie voor Antwoord) te bevelen ter gelegenheid waarvan overleg kan worden gevoerd hoe het verdere vervolg van de procedure zal verlopen en waarin op de voet van artikel 87 lid 2 onder e Rv (<emphasis role="italic">“die aanwijzingen geven of die proceshandelingen bevelen die hij geraden acht, voor zover de rechter dit in overeenstemming acht met de eisen van een goede procesorde”</emphasis>) verwijzing van het voorliggende geding naar de parkeerrol gevraagd kan worden tot op de inhoudelijke beslissing van de Hoge Raad in het geding met zaaknummer 20/03882. En de procedure in ieder geval aan te houden totdat op dit subsidiaire verzoek beslist is en dat afgehandeld is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Esso c.s. hebben bij brief van 6 december 2021 tegen beide verzoeken bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>NCC c.s. hebben bij brief van 16 december 2021 laten weten dat zij de verzoeken van het Fonds ondersteunen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Door een intern misverstand heeft het lang geduurd voordat deze rolbeslissing kon worden genomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Kort gezegd heeft het Fonds aan haar primaire verzoek ten grondslag gelegd dat de beslissing van de Hoge Raad in het geding met zaaknummer 20/03882 in het bijzonder relevant is voor de betrokkenheid van het Fonds. Alleen als in deze zaak het CLC 1992 van toepassing is, is het Fonds gehouden tot vergoeding van de schade die de aansprakelijkheidsbeperking van NCC onder het CLC 1992 overschrijdt. Inmiddels hebben de crediteuren in dat verband 30 procedures aangespannen. Van het Fonds kan in redelijkheid niet gevergd worden om nu al verweer te voeren. Bovendien geldt dat als het CLC 1992 van toepassing is op het incident met de “Bow Jubail”, NCC haar aansprakelijkheid overeenkomstig zal beperken en de onderhavige procedure ongetwijfeld op verzoek van NCC zal worden geschorst volgens de regeling van art. 642f Rv. Het aanhouden van de onderhavige procedure in afwachting van de beslissing van de Hoge Raad is daarmee in het belang van de goede procesorde en een doelmatige rechtspleging, te weten de proceseconomie, ter voorkoming van tegenstrijdige beslissingen, althans van nodeloos gevoerde procedures en nodeloos gemaakte kosten, ook al leidt dit noodzakelijkerwijs tot vertraging, aldus het Fonds.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>NCC c.s. ondersteunen de argumentatie van het Fonds. In aanvulling daarop hebben zij toegelicht dat van de 30 tegen haar aangespannen procedures in 10 van die</para>
        <para>procedures in goed overleg met de advocaten de afspraak is gemaakt om de</para>
        <para>zaak naar de parkeerrol te verwijzen, in afwachting van de uitspraak van de Hoge</para>
        <para>Raad. Slechts in 2 procedures, waar deze er één van is, wordt getracht om een</para>
        <para>nieuwe beslissing van de rechtbank te verkrijgen of het CLC van toepassing is of</para>
        <para>niet. De overige 18 procedures hebben een eerstdienende dag na 21 juni 2022.</para>
        <para>NCC c.s. zijn van mening dat de onderhavige procedure in ieder geval moet worden aangehouden tot definitief is beslist op de rechtsvraag die nu in cassatie voorligt. Afhankelijk van de uitkomst zal vervolgens in een CLC dan wel LLMC</para>
        <para>beperkingsprocedure de onderhavige procedure worden geschorst als aan de in</para>
        <para>art. 642e Rv gestelde vereisten is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Esso c.s. stellen onder andere dat het niet zo kan zijn dat hun belang bij het in rechte laten vaststellen van hun aanspraak op schadevergoeding en het verkrijgen daarvan tot in lengte van jaren moet blijven wijken, net zolang tot het moment dat NCC c.s. naar hun eigen oordeel voldoende zal hebben geprobeerd beperking van aansprakelijkheid te verkrijgen. Aanhouding van deze procedure zal tot gevolg hebben dat het steeds moeilijker kan worden om een goed debat over de door Esso c.s. geleden schade van ruim 5,5 miljoen euro te voeren. Het incident vond plaats op 23 juni 2018. Dat valt niet te verenigen met de beginselen van een goede procesorde. Tot slot voeren Esso c.s. aan dat het Fonds slechts een afgeleid belang bij deze zaak heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rolrechter oordeelt dat ook Esso c.s. aanvoeren te verwachten dat NCC c.s. haar aansprakelijkheid sowieso zal willen beperken. Als hun cassatieberoep niet mocht slagen valt dan ook te verwachten – zoals NCC c.s. ook zelf stellen -  dat NCC c.s. vervolgens een nieuw verzoek tot beperking van haar aansprakelijkheid bij de rechtbank zullen indienen. Indien dit verzoek wordt toegewezen is de kans groot dat ook deze procedure, dan wel een eventueel daarop volgende procedure in hoger beroep, zal worden geschorst indien aan de wettelijke vereisten wordt voldaan (artikel 642g Rv). Vervolgens zullen Esso c.s. hun vorderingen alsnog ter verificatie moeten indienen waarbij het eventueel reeds door de rechtbank vastgesteld zijn van de aansprakelijkheid van NCC en de omvang van de door haar veroorzaakte schade geen rol spelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het voorgaande in aanmerking genomen acht de rolrechter het belang van het Fonds om niet voorafgaand aan het oordeel van de Hoge Raad al haar conclusie van eis in tussenkomst te moeten nemen groter dan de hierboven weergegeven belangen van Esso c.s. Van strijd met de beginselen van een goede procesorde is geen sprake. De rolrechter zal het primaire verzoek van het Fonds toewijzen en bepalen dat de zaak op de parkeerrol zal komen in afwachting van het arrest van de Hoge Raad in het geding met zaaknummer 20/03882.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Partijen worden er op gewezen dat zij de zaak overeenkomstig artikel 7.6. van het Procesreglement (eerder) kunnen laten opbrengen indien de Hoge Raad inhoudelijk heeft beslist.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst het primaire verzoek van het Fonds toe,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de parkeerrol zal komen van <emphasis role="bold">5 oktober 2022</emphasis> in afwachting van de inhoudelijke beslissing van de Hoge Raad in het geding met zaaknummer 20/03882,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2022.<footnote-ref linkend="_701cdcdb-4969-4d53-aca3-c49481da1481" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>32</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_701cdcdb-4969-4d53-aca3-c49481da1481" label="1">
    <para>type: </para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>