<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:1979</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-17T15:29:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">FT EA 18/964</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=354&amp;g=2017-09-01">Faillissementswet 354</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:1979">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:1979</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-17T15:28:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:1979 Rechtbank Rotterdam , 17-02-2022 / FT EA 18/964</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:1979:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toekenning schone lei</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:1979:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verlening schone lei</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>insolventienummer: [nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 17 februari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van 18 juli 2018 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [schuldenaar],</emphasis>
      </para>
      <para>
        [adres]
      </para>
      <para>
        [woonplaats],</para>
      <para>schuldenaar,</para>
      <para>bewindvoerder: J.M. Hoogland.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 5 juli 2021 heeft de rechter-commissaris de regeling van schuldenaar voor een termijn van zeven maanden verlengd om de tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieverplichting te compenseren. Gedurende de verlenging waren alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen onverkort van kracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft op 10 december 2021 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Op 3 februari 2022 heeft de bewindvoerder de rechtbank de laatste stand van zaken ten behoeve van de eindzitting doen toekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting 9 februari 2022. Ter zitting zijn verschenen en gehoord: schuldenaar en de bewindvoerder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de standpunten van de bewindvoerder en schuldenaren verwijst de rechtbank mede naar de desbetreffende gedingstukken en het verhandelde ter zitting van 9 februari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft in haar laatste stand van zaken van 3 februari 2022 gesteld dat verzoeker niet volledig heeft voldaan aan de informatieplicht. Enkele stukken ontbreken; de loonstroken over december 2021 en januari 2022, de polis ziektekostenverzekering 2022 en de beschikking zorgtoeslag 2022. Voorts heeft verzoeker opnieuw een tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieplicht laten ontstaan. Bij beschikking van 5 juli 2021 is de regeling verlengd met zeven maanden om de daarvoor ontstane tekortkoming van 23 maanden te compenseren. Hierna zijn door verzoeker voldoende sollicitaties overgelegd, echter is in de sollicitaties tot en met november 2021 een telefoonnummer gebruikt waarop schuldenaar niet te bereiken was. De bewindvoerder adviseert de schone lei te verlenen, indien schuldenaar kan aantonen dat hij bereikbaar was ten tijde van de sollicitaties en de ontbrekende stukken overlegt. </para>
      <para>Schuldenaar heeft ter zitting verklaard dat hij niet wist dat zijn nummer geblokkeerd was. Zodra hij door de bewindvoerder hiervan op de hoogte was gesteld, is hij meteen naar de telefoonwinkel gegaan om een nieuw telefoonnummer aan te vragen. Schuldenaar heeft vervolgens de werkgevers opgebeld waar hij gesolliciteerd had om het nieuwe telefoonnummer door te geven. Schuldenaar heeft voorts verklaard dat hij gemiddeld vijf à zes uur per dag werkzaam is als chauffeur. Hij heeft een contract voor onbepaalde tijd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bovenstaande heeft de bewindvoerder ter zitting geadviseerd de schone lei te verlenen.   </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt dat schuldenaar niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten. Schuldenaar heeft immers, na het verhoor door de rechter-commissaris op 8 juni 2021, voldoende sollicitaties aangeleverd. Ter zitting heeft schuldenaar verklaard dat hij niet wist dat zijn telefoonnummer geblokkeerd was. Hij heeft direct een nieuw nummer aangevraagd en heeft vervolgens de werkgevers opgebeld om te zeggen dat hij op een ander nummer bereikbaar was dan aanvankelijk in de sollicitatiebrief vermeld stond. Bovendien heeft schuldenaar wel gemiddeld 5 à 6 uur per dag gewerkt als chauffeur en heeft hij een contract voor onbepaalde tijd. De bewindvoerder heeft ter zitting geadviseerd om de schone lei te verlenen. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. Aan schuldenaar zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt vast dat schuldenaar niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 18 februari 2022;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal<?linebreak?>€ 3.693,00;</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. N.A. Masrom, griffier, in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2022.<footnote-ref linkend="_60ae94e3-8639-490a-b771-370a27be6ce7" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_60ae94e3-8639-490a-b771-370a27be6ce7" label="1">
    <para> Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>