<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:1313</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-28T10:31:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9627308 VV EXPL 22-9</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:1313">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:1313</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-28T10:30:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:1313 Rechtbank Rotterdam , 07-02-2022 / 9627308 VV EXPL 22-9</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:1313:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurrecht - gevorderde ontruiming toegewezen bij verstek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:1313:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para>zaaknummer: 9627308 VV EXPL 22-9</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 7 februari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis in kort geding van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting<?linebreak?><emphasis role="bold">Stichting Havensteder,</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E. de Jong,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid<?linebreak?><emphasis role="bold">Myrtax Bewindvoering B.V.</emphasis>, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam 1],</para>
      <para>gevestigd te Doetinchem,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die niet is verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als ‘Havensteder’ en ‘Myrtax’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding van 14 januari 2022, met producties.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 januari 2022. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Aan de zijde van Havensteder is verschenen [naam 2] (woonconsulente, werkzaam bij Havensteder) en als gemachtigde [naam 3]. Myrtax heeft voorafgaand aan de zitting per e-mail aan de kantonrechter medegedeeld dat zij niet ter zitting zal verschijnen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De datum van deze uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2. </nr>De vaststaande feiten</title>
    <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.</para>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [naam 1] huurt sinds 20 september 2012 de woning aan de [adres] van Havensteder. Op de huurovereenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden van Havensteder van toepassing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3. </nr>De vordering</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Havensteder vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. Myrtax te veroordelen om met onmiddellijke ingang het gehuurde aan de [adres] te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom van Havensteder zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter algehele beschikking van Havensteder te stellen;</para>
        <para>II. Myrtax te veroordelen in de proceskosten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Havensteder legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. [naam 1] schiet ernstig te kort in de nakoming van zijn verbintenissen uit de huurovereenkomst door zich niet als goed huurder te gedragen conform de artikelen 8.5 en 8.11 van de algemene huurvoorwaarden. [naam 1] handelt daarmee tevens in strijd met artikel 7:213 BW. Omwonenden ervaren al lange tijd overlast van [naam 1] en de bezoekers aan diens woning. Er is sprake van ernstige geluidsoverlast en van een dagelijkse aanloop van verwarde personen die steeds aanbellen bij anderen en zich toegang verschaffen tot het gebouw. De tekortkomingen van [naam 1] rechtvaardigen ontbinding van de huurovereenkomst, zodat het gerechtvaardigd is om daarop vooruit te lopen in dit kort geding, via de gevorderde ontruiming.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Havensteder heeft een spoedeisend belang bij ontruiming van het gehuurde om te voorkomen dat [naam 1] zich opnieuw misdraagt met niet alleen aanhoudende overlast voor zijn omwonenden tot gevolg, maar ook serieuze veiligheidsrisico’s. Recent is een omwonende bedreigd door [naam 1] dat hij in de keel zou worden gestoken. Daarnaast is er sprake van een bedwantsenplaag en een lekkage in het portiek, die Havensteder slechts kan verhelpen als [naam 1] uit de woning is.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Myrtax is op 24 januari 2022, hoewel daartoe deugdelijk te zijn opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen. Myrtax heeft weliswaar per e-mail voorafgaand aan de zitting aan de kantonrechter medegedeeld dat zij niet aanwezig zal zijn ter zitting, maar bij een kort geding dient een gedaagde zelf aanwezig te zijn, dan wel deugdelijk ter zitting vertegenwoordigd. De kantonrechter stelt vast dat bij de dagvaarding de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen. Tegen Myrtax is daarom verstek verleend.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als Havensteder daarbij een spoedeisend belang heeft. Voldoende is gebleken dat Havensteder een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde voorzieningen, zodat zij ontvankelijk is in haar vordering. Van Havensteder hoeft niet te worden verlangd dat zij een bodemprocedure afwacht. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De vordering van Havensteder komt de kantonrechter, mede gelet op de overgelegde producties, niet ongegrond of onrechtmatig voor en zal dan ook worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De termijn voor ontruiming wordt, gelet op de omstandigheden van [naam 1], gesteld op 14 dagen na betekening van dit vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Myrtax zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>treft de volgende voorlopige voorzieningen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Myrtax, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [naam 1], om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde gelegen aan de [adres] te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom van Havensteder zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter algehele beschikking van Havensteder te stellen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Myrtax in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Havensteder vastgesteld op € 128,- aan griffierecht, € 133,39 aan dagvaardingskosten en € 996,- (2 punten maal € 498,- per punt) aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. drs. E. van Schouten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>44236</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>