<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:12301</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-07T15:58:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/637985 / KG RK 22-501</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:12301">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:12301</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-07T15:58:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:12301 Rechtbank Rotterdam , 17-06-2022 / C/10/637985 / KG RK 22-501</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:12301:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek verlof inroepen huurbeding (art. 3:264 BW).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:12301:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2517d293-9617-4c9d-98dd-75a430854947" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f94c1f7b-275f-438b-9984-3f7466baa1bf" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team handel en haven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/10/637985 / KG RK 22-501</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de voorzieningenrechter van 17 juni 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de coöperatie</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. W.L. Stolk te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder], </emphasis>in diens hoedanigheid van de bewindvoerder in de WSNP van <emphasis role="bold">[naam],</emphasis></para>
      <para>kantoorhoudende te Purmerend,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>alsmede</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [belanghebbende 1],</title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[belanghebbende 2],</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>beiden wonende te Krimpen aan den IJssel,</para>
      <para>belanghebbenden,</para>
      <para>advocaat mr. A. Rhijnsburger te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para>3. <emphasis role="bold">[belanghebbende 3]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>belanghebbenden,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift d.d. 9 mei 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling d.d. 3 juni 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ter zitting zijn verschenen:</para>
      <para>- mr. M.H. Janssen namens verzoekster;</para>
      <para>- [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2], belanghebbenden, met hun advocaat mr. A. Rhijnsburger.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vervolgens is beschikking bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoekster heeft de executie aangezegd van de aan haar bij notariële akte verstrekte hypotheek op de onroerende zaak [adres]. In de hypotheekakte is een huur- en ontruimingsbeding opgenomen. Ten tijde van het verlijden van de hypotheekakte was de onroerende zaak niet verhuurd, maar op dit moment kan verzoekster niet uitsluiten dat deze is verhuurd aan onbekende huurders of onderhuurders. Het verzoekschrift strekt tot het inroepen van het huurbeding tegen [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en de onbekende huurders, wonende althans verblijvende aan de [adres], omdat de executiewaarde van de onroerende zaak in onverhuurde staat hoger ligt dan in verhuurde staat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verzoekster verzoekt om een ontruimingstermijn van 2 weken of een door de voorzieningenrechter nader te bepalen termijn.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Mr. Rhijnsburger verklaart dat [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] samen met hun twee minderjarige kinderen, die in de buurt naar de basisschool gaan, in de woning wonen. Zij huren de woning van verweerder en wilden in de woning blijven wonen tot de zomer 2023.  Zij hopen dan een nieuwe woning te kunnen betrekken. De huurovereenkomst is tot stand gekomen door tussenkomst van een makelaar. De makelaar heeft [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] niet op de hoogte gebracht van het in de hypotheekakte opgenomen huurbeding. Zij betalen € 1.350,- per maand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Mr. Rhijnsburger verzoekt om een langere ontruimingstermijn. [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] hebben tijd nodig om iets passend te vinden. Het aanbod in Krimpen aan den IJssel is gering. Ze willen graag in Krimpen aan den IJssel blijven wonen, omdat hun kinderen daar naar school gaan en vanwege de in de zomer van 2023 verwachte nieuwe woning.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan. Het verzoek wordt dan ook toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De termijn als bedoeld in artikel 3:264 lid 6 BW wordt gesteld op 30 (dertig) dagen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter zal, gezien de situatie van belanghebbenden en gelet op de datum van de geplande veiling, de termijn als bedoeld in artikel 3:264 lid 6 BW, voor [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] bepalen op 6 (zes) weken. Voor de onbekende huurders zal de termijn worden bepaald op 30 (dertig) dagen.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter,</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verleent toestemming aan verzoekster om het in het verzoekschrift bedoelde, in de hypotheekakte opgenomen huurbeding in te roepen tegen [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en de onbekende huurders, wonende aan de [adres];</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en de onbekende huurders, om de onroerende zaak gelegen aan de [adres] met al het hunne en de hunnen te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van verzoekster te stellen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>stelt de termijn waarbinnen geen ontruiming mag plaatsvinden voor [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] op 6 (zes) weken na betekening van deze beschikking en voor de onbekende huurders op 30 (dertig) dagen na betekening van deze beschikking;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2022.</para>
        <para>1426/2009</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>