<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:12295</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-14T08:03:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9599094</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:12295">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:12295</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-14T08:01:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:12295 Rechtbank Rotterdam , 29-04-2022 / 9599094</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:12295:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Annulering reis. Vordering geld terug te betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:12295:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9599094 CV EXPL 21-42430</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 29 april 2022 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de kantonrechter</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>handelend onder de naam <emphasis role="underline">[handelsnaam 1]</emphasis>,</para>
      <para>die woont in [woonplaats 1] (gemeente [gemeente] ), </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: [naam gemachtigde] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>handelend onder de naam <emphasis role="underline">[handelsnaam 2]</emphasis>,</para>
      <para>die woont in [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>die procedeert zonder juridische bijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna ‘ [naam eiseres] ’ en ‘ [naam gedaagde] ’ genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>In het dossier zitten deze stukken: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding met bijlagen van 20 december 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de reactie daarop van [naam gedaagde] van 27 december 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek van 1 maart 2022;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de reactie daarop van [naam gedaagde] van 27 maart 2022.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling daarvan</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [naam eiseres] heeft een pelgrimstocht bij [naam gedaagde] geboekt. Zij heeft hier € 5.450,- voor betaald. [naam eiseres] heeft de reis moeten annuleren. Deze annulering is door [naam gedaagde] geaccepteerd. Hij zou de aanbetaling terugbetalen, maar dat is niet gebeurd. [naam eiseres] vordert daarom veroordeling van [naam gedaagde] tot terugbetaling van het door haar betaalde bedrag, met rente, met € 647,50 aan buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van [naam gedaagde] in de kosten van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [naam gedaagde] erkent de vordering. De vordering wordt daarom toegewezen. Het feit dat [naam gedaagde] de vordering zoals hij stelt op dit moment niet kan betalen is geen reden om de vordering af te wijzen. Als [naam gedaagde] een betalingsregeling met [naam eiseres] wil treffen moet hij daarvoor contact opnemen met de gemachtigde van [naam eiseres] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [naam gedaagde] erkent de vordering en moet daarom in deze zaak gezien worden als de partij die geen gelijk gekregen heeft. [naam gedaagde] wordt daarom veroordeeld in de kosten van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Dit vonnis wordt zoals [naam eiseres] vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat als deze zaak aan een hogere rechter wordt voorgelegd, [naam eiseres] in afwachting van de uitspraak van die hogere rechter, wel alvast kan afdwingen dat [naam gedaagde] voldoet aan waartoe hij wordt veroordeeld in dit vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [naam gedaagde] om € 5.450,- aan [naam eiseres] te betalen, met rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf 1 oktober 2021 tot aan de dag waarop het bedrag volledig is betaald;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [naam gedaagde] om € 647,50 aan buitengerechtelijke incassokosten aan [naam eiseres] te betalen;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [naam gedaagde] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van [naam eiseres] vastgesteld op € 106,96 aan kosten voor de dagvaarding, </para>
    <para>€ 240,- aan griffierecht en € 622,- aan salaris voor haar gemachtigde en voor het geval [naam gedaagde] niet binnen veertien dagen na hierover van [naam eiseres] een brief gekregen te hebben vrijwillig aan dit vonnis voldoet, begroot op € 124,- aan nasalaris, te vermeerderen met betekeningskosten als betekening van dit vonnis plaatsvindt;</para>
    <para />
    <para>- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.</para>
      <para>686</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>