<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:12212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-12-01T15:46:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/628060 HO RK 21/383, C/10/628070 HO RK 21/384 en C/10/628075 HO RK 21/385</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=371&amp;g=2021-01-01">Faillissementswet 371 10</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:12212">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:12212</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-12-01T15:18:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:12212 Rechtbank Rotterdam , 08-03-2022 / C/10/628060 HO RK 21/383, C/10/628070 HO RK 21/384 en C/10/628075 HO RK 21/385</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:12212:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WHOA-zaak. Verhogen budget herstructureringsdeskundige</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:12212:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verhoging bedrag werkzaamheden herstructureringsdeskundige</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummers: C/10/ 628060/ HO RK 21/383, C/10/ 628070/ HO RK 21/384 en </para>
      <para>		C/10/ 628075/ HO RK 21/385</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraakdatum: 8 maart 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking in de besloten akkoordprocedures van  </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [verzoekster 1]</title>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] , </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr> [verzoekster 2]</title>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] <emphasis role="bold">,</emphasis></para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr> [verzoekster 3]</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] , </para>
      <para>alle hierna: verzoekers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>advocaten: mr. E.J.R. Verwey, mr. G.J.L. Bergervoet en mr. S. Klinkhamer, allen kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 10 november 2021 van deze rechtbank zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een besloten akkoordprocedure vastgesteld en is mr. J.E.P.A. van Hooff aangewezen als herstructureringsdeskundige. Bij deze beschikking is het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van derden die door hem worden ingeschakeld ten hoogste mogen kosten, vastgesteld op € 150.000,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij beschikking 24 januari 2022 van deze rechtbank is het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en die van de derden die door hem worden ingeschakeld verhoogd tot  € 300.000, exclusief BTW.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 1 maart 2022 is ter griffie van deze rechtbank een verzoek van mr. Van Hooff ontvangen ex artikel 371, lid 10 Fw.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij brief van 3 maart 2022 zijn verzoekers in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze te geven. Op 4 maart 2022 is ter griffie van deze rechtbank een brief van mr. E. Verweij ontvangen waarin verzoekers te kennen geven geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van het onderhavige verzoek.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank kan ex artikel 371, lid 10 Fw op verzoek van de herstructureringsdeskundige een eerder door de rechtbank vastgesteld bedrag voor de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van derden die door hem worden ingeschakeld, verhogen. De door de herstructureringsdeskundige met bescheiden onderbouwde toelichting, waarin onder meer vermeld is dat eerst, met behulp van een door de herstructureringsdeskundige ingeschakelde derde, een verkoopproces van (onderdelen van) verzoekers wordt verkend en beoordeeld zal worden of een verkoop al dan niet gecombineerd kan worden met een zogenaamd WHOA-traject, komt de rechtbank niet onredelijk voor. Nu verzoekers  hebben aangeven het verzoek te ondersteunen, zal de rechtbank de kosten dienovereenkomstig vaststellen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en die van de derden die door hem zijn of worden ingeschakeld ten hoogste mogen kosten, vast op        € 450.000, exclusief  BTW; </para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat voornoemde kosten ten laste komen van verzoekers - waarbij betaling door een van de verzoekers boven het bedrag dat die partij aangaat, wordt aangemerkt als betaling mede namens de andere verzoekers - en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige voor de voortzetting van zijn werkzaamheden zekerheid dienen te stellen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. F. Damsteegt, voorzitter, mr. R. Cats en </para>
      <para>mr. K.M. van Hassel, rechters en in aanwezigheid van E.J. van Gruijthuijsen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2022.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>