<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:12211</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-12-01T15:45:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/628060 HO RK 21/383, C/10/628070 HO RK 21/384 en C/10/ 628075 HO RK 21/385</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=371&amp;g=2021-01-01">Faillissementswet 371 10</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:12211">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:12211</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-12-01T15:20:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:12211 Rechtbank Rotterdam , 24-01-2022 / C/10/628060 HO RK 21/383, C/10/628070 HO RK 21/384 en C/10/ 628075 HO RK 21/385</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:12211:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WHOA-zaak. Verhogen budget herstructureringsdeskundige</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:12211:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verhoging bedrag werkzaamheden herstructureringsdeskundige</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummers: C/10/ 628060/ HO RK 21/383, C/10/ 628070/ HO RK 21/384 en </para>
      <para>		C/10/ 628075/ HO RK 21/385</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraakdatum: 24 januari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking in de besloten akkoordprocedures van  </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [verzoekster 1]</title>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] , </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr> [verzoekster 2]</title>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] <emphasis role="bold">,</emphasis></para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr> [verzoekster 3]</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] , </para>
      <para>alle hierna: verzoekers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>advocaat: mr. E.J.R. Verwey, mr. G.J.L. Bergervoet en mr. S. Klinkhamer, allen kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 10 november 2021 van deze rechtbank zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een besloten akkoordprocedure vastgesteld en is mr. J.E.P.A. van Hooff aangewezen als herstructureringsdeskundige. Bij deze beschikking is het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van derden die door hem worden ingeschakeld  ten hoogste mogen kosten, vastgesteld op € 150.000,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 17 januari 2022 is ter griffie van deze rechtbank een verzoek van mr. Van Hooff ontvangen ex artikel 371, lid 10 Fw.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij brief van 17 januari 2022 van de griffier van deze rechtbank aan mr. Verwey is een kopie van onderhavig verzoek toegezonden en zijn verzoekers in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze geven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Op 19 januari 2022 is ter griffie van deze rechtbank een brief met bijlagen van mr. Verwey ontvangen met daarin de zienswijze van verzoekers inhoudende dat verzoekers geen bezwaar hebben tegen onderhavig verzoek. Mr. Verwey heeft een afschrift van zijn brief aan mr. Van Hooff gezonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank kan ex artikel 371, lid 10 Fw op verzoek van de herstructureringsdeskundige een eerder door de rechtbank vastgesteld bedrag voor de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van derden die door hem worden ingeschakeld, verhogen. De door de herstructureringsdeskundige met bescheiden onderbouwde toelichting komt de rechtbank mede gelet op de complexiteit van de procedure, niet onredelijk voor. Nu bovendien verzoekers geen bezwaar hebben tegen de gevraagde verhoging, zal de rechtbank de kosten dienovereenkomstig vaststellen. De rechtbank zal voor betaling van de kosten aansluiten bij de beschikking van 10 november 2021 van deze rechtbank nu verzoekers te kennen hebben gegeven niet alsnog hoofdelijkheid te zijn overeengekomen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en die van de derden die door hem worden ingeschakeld ten hoogste mogen kosten vast op  € 300.000, exclusief BTW; </para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat voornoemde kosten ten laste komen van verzoekers - waarbij betaling door een van de verzoekers boven het bedrag dat die partij aangaat, wordt aangemerkt als betaling mede namens de andere verzoekers - en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige voor de voortzetting van zijn werkzaamheden zekerheid dienen te stellen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. F. Damsteegt-Molier, voorzitter, mr. R. Cats en </para>
      <para>mr. K.M. van Hassel, rechters en in aanwezigheid van E.J. van Gruijthuijsen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2022.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>