<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:12206</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-10T12:34:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/634983/ FT RK 22/110</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=371&amp;g=2021-01-01">Faillissementswet 371</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:12206">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:12206</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-10T12:31:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:12206 Rechtbank Rotterdam , 04-04-2022 / C/10/634983/ FT RK 22/110</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:12206:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WHOA-zaak. Vaststellen budget herstructureringsdeskundige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:12206:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank ROTterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team insolventie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vaststelling budget herstructureringsdeskundige</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer: 634983/ FT RK 22/110</para>
      <para>uitspraakdatum: 4 april 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking in de openbare akkoordprocedure van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>
      </para>
      <para>statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat: mr. B. Besseling,</para>
      <para>hierna: [verzoekster] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 21 maart 2022 is mr. R. Le Grand als herstructureringsdeskundige aangewezen en is mr. Le Grand opgedragen om een week na de datum van de aanwijzingsbeschikking een plan van aanpak en een begroting van de kosten van zijn werkzaamheden en die van de derden die door hem worden geraadpleegd te maken en deze aan de rechtbank toe te zenden. De vaststelling van het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten, is aangehouden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 28 maart 2022 is ter griffie van deze rechtbank een brief met bijlagen van mr. Le Grand ontvangen met daarin een plan van aanpak en een begroting van de kosten zoals verzocht.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 29 maart 2022 is aan mr. Besseling een kopie van de brief d.d. 28 maart 2022, met bijlagen, van mr. Le Grand toegezonden en is [verzoekster] in de gelegenheid gesteld haar zienswijze te geven.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij brief van 31 maart 2022 heeft mr. Besseling namens [verzoekster] bericht dat [verzoekster] geen opmerkingen heeft over de begroting van de herstructureringsdeskundige. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank dient op grond van artikel 371 lid 10 Fw het bedrag vast te stellen dat de</para>
        <para>werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van de derden die door hem</para>
        <para>worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten. De door de herstructureringsdeskundige gegeven begroting van € 10.000,--, exclusief btw en 4 % kantooropslag, komt de rechtbank, mede in het licht van het daaraan gekoppelde plan van aanpak, niet onredelijk voor. De rechtbank zal die kosten dienovereenkomstig vaststellen. In de beschikking van 21 maart 2022 is reeds bepaald dat deze kosten voor rekening van [verzoekster] komen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>- stelt het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en die van</para>
    <parablock>
      <para>de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten vast op</para>
      <para>			€ 10.000.00.-- te vermeerderen met 4 % kantooropslag, beide bedragen exclusief BTW;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- bepaalt dat [verzoekster] voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige voor de aanvang van zijn werkzaamheden zekerheid dient te stellen. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. F. Damsteegt, voorzitter, mr. M.D.E. Leppens en </para>
      <para>mr. J.H. Steverink, rechters, en in aanwezigheid van J. Hillen-Huizer, griffier, in het openbaar uitgesproken op 4 april 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat om deze</para>
      <para>beslissing te ondertekenen</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>