<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:11998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-27T15:07:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">KTN-9011237_280122</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11998">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-27T15:06:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:11998 Rechtbank Rotterdam , 28-01-2022 / KTN-9011237_280122</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:11998:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis. Afwijzing vordering. Bewijs van overeenkomst van opdracht niet geleverd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:11998:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 9011237 CV EXPL 21-5219
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
uitspraak: 28 januari 2022
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam
</emphasis>
,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiseres01] h.o.d.n. [handelsnaam01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd te [vestigingsplaats01] ,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
gemachtigde: [naam01] , werkzaam bij Belker Services te Den Haag,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
MKB Belangen B.V.,
</emphasis>
</para>
      <para>
gevestigd te Schiedam,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. R.P. Zieltjens, advocaat te Amsterdam.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiseres01] ” en “MKB Belangen”.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
Het verloop van de procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1
</nr>
      <para>
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
het tussenvonnis van 1 oktober 2021;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de akte van [eiseres01] met producties;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de antwoordakte van MKB Belangen met productie.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2
</nr>
      <para>
Omdat de laatste productie van MKB Belangen niet van belang is voor de te nemen beslissing in deze zaak, is [eiseres01] niet in de gelegenheid gesteld erop te reageren.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.3
</nr>
      <para>
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1
</nr>
      <para>
In het tussenvonnis is [eiseres01] toegelaten tot het bewijs van feiten en/of omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd moet worden:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
dat [naam02] in opdracht en voor rekening van MKB Belangen werk heeft verricht;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
dat daarbij is overeengekomen dat de beloning daarvoor alsmede te maken reiskosten via facturering door [eiseres01] in rekening zou worden gebracht op basis van haar “normale” tarief;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
wat haar “normale” tarief is;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
dat MKB Belangen van dat tarief mededeling is gedaan;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
hoeveel declarabele uren werk is verricht.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2
</nr>
      <para>
Bij akte heeft [eiseres01] twaalf producties in het geding gebracht en daarbij een toelichting gegeven met het oog op het te leveren bewijs. MKB Belangen heeft hierop gereageerd.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3
</nr>
      <para>
Over de opdracht aan [eiseres01] / [naam02] levert de akte met producties geen uitsluitsel, terwijl MKB Belangen gemotiveerd heeft betwist dat opdracht is gegeven.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4
</nr>
      <para>
[naam02] stelt in opdracht van [naam03] , werkzaamheden te hebben verricht voor MKB Belangen inzake de campagne voor [naam04] . De facturen in kwestie zouden op deze werkzaamheden betrekking hebben. [naam03] , die in scheiding ligt met de directeur van MKB Belangen, is echter niet bereid gebleken dit in rechte te bevestigen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5
</nr>
      <para>
Gelet hierop staat niet vast dat [eiseres01] / [naam02] in opdracht en voor rekening van MKB Belangen deze werkzaamheden heeft verricht. Daarom wordt haar vordering afgewezen. Dat lot treft ook de nevenvorderingen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.6
</nr>
      <para>
[eiseres01] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten veroordeeld, aan de zijde van MKB Belangen vastgesteld op € 777,50 aan salaris voor de gemachtigde. De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskosten-veroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten. Een en ander met rente.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
3.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
wijst de vordering af;
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
veroordeelt [eiseres01] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van
</para>
      <para>
[eiseres01] € 777,50 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening, en indien [eiseres01] niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 124,- aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening. Ook is [eiseres01] de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over al deze bedragen verschuldigd vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
</para>
      <para>
465
</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>