<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:11873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-26T10:38:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/644173 / HA ZA 22-717</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11873">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-26T10:37:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:11873 Rechtbank Rotterdam , 14-12-2022 / C/10/644173 / HA ZA 22-717</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:11873:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijwaringsincident; referte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:11873:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="a98a9864-e157-4391-b423-1cc1dbfe4918" format="image/png" scale="100" width="13" /></imageobject></inlinemediaobject>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="73bb1a5f-c9fd-4e8c-9623-cacc63872306" format="image/png" scale="100" width="523" /></imageobject></inlinemediaobject>
vonnis
</para>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Team handel en haven
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer / rolnummer: C/10/644173 / HA ZA 22-717
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in incident van 14 december 2022
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
KLIMAATGARANT SOLAR B.V.
</emphasis>
,
</para>
      <para>
gevestigd te Schiedam,
</para>
      <para>
eiseres in de hoofdzaak,
</para>
      <para>
verweerster in het incident,
</para>
      <para>
advocaat mr. A.A.H.J. Huizing te Amsterdam,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01] , H.O.D.N. [handelsnaam01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
wonende te [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
gedaagde in de hoofdzaak,
</para>
      <para>
eiser in het incident,
</para>
      <para>
advocaat mr. M. Buitelaar te Naaldwijk.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Partijen zullen hierna Klimaatgarant en [gedaagde01] genoemd worden.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 15 augustus 2022, met producties;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de incidentele conclusie houdende oproeping in vrijwaring ex artikel 210 Rv, met producties;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de antwoordakte in het vrijwaringsincident.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De vordering in de hoofdzaak
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
Klimaatgarant vordert – samengevat – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
i) [gedaagde01] te veroordelen om aan Klimaatgarant te vergoeden alle door haar geleden en nog te lijden schade als gevolg van de door [gedaagde01] ondeugdelijk uitgevoerde werkzaamheden, ten bedrage van € 373.790,00, vermeerderd met wettelijke rente;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
ii) [gedaagde01] te veroordelen om aan Klimaatgarant te vergoeden alle door haar in de toekomst te maken herstelkosten en/of schade die Klimaatgarant in de toekomst zal lijden als gevolg van de door [gedaagde01] ondeugdelijk uitgevoerde werkzaamheden, een en ander nader op te maken bij staat;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
iii) [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten, inclusief de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
Aan haar vorderingen legt Klimaatgarant – samengevat – het volgende ten grondslag. [gedaagde01] heeft installatie-/montagewerkzaamheden voor zonnepanelen verricht in diverse woningbouwprojecten van Klimaatgarant. In de uitvoering van die werkzaamheden is [gedaagde01] toerekenbaar tekortgekomen, er is sprake van een gebrek in de oplevering en [gedaagde01] heeft derden ingeschakeld die niet over de vereiste deskundigheid beschikten. Op die drie grondslagen baseert Klimaatgarant haar vordering tot schadevergoeding.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
3.
</nr>
Het geschil in het incident
</title>
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] vordert dat hem wordt toegestaan om de onderstaande door hem ingeschakelde onderaannemers in vrijwaring op te roepen:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
[naam01] , h.o.d.n. [bedrijf01] , KvK-nummer: [nummer01] (hierna: [naam01] );
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
[naam02] , h.o.d.n. [bedrijf02] , KvK-nummer: [nummer02] (hierna: [naam02] );
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
[naam03] , h.o.d.n. [bedrijf03] , KvK-nummer: [nummer03] (hierna: [naam03] );
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
[naam04] , h.o.d.n. [bedrijf04] KvK-nummer: [nummer04] (hierna: [naam04] ).
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] stelt daartoe het volgende. [gedaagde01] heeft afzonderlijk met [naam01] , [naam02] , [naam03] en [naam04] een overeenkomst gesloten op grond waarvan [naam01] , [naam02] , [naam03] en [naam04] werkzaamheden hebben verricht ten behoeve van de uitvoering van de overeenkomst tussen Klimaatgarant en [gedaagde01] . Indien de zonnepanelen ondeugdelijk zijn geïnstalleerd, geldt dat de gevolgen hiervan voor rekening komen van [naam01] , [naam02] , [naam03] en [naam04] , nu in dat geval sprake is van tekortkoming in de nakoming van de overeenkomsten tussen [naam01] , [naam02] , [naam03] en [naam04] enerzijds en [gedaagde01] anderzijds.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
Klimaatgarant refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
4.
</nr>
De beoordeling in het incident
</title>
    <paragroup>
      <nr>
4.1.
</nr>
      <para>
De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is tijdig en vóór alle weren genomen. Ingevolge artikel 210 lid 1 Rv kan de gedaagde een derde partij in vrijwaring oproepen indien hij meent hiertoe gronden te hebben. Voldoende is dat gedaagde in de hoofdzaak genoegzaam stelt dat tussen hem en de derde partij een rechtsverhouding bestaat krachtens welke de derde partij verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van gedaagde in de hoofdzaak te dragen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2.
</nr>
      <para>
[gedaagde01] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat tussen hem en de vier in vrijwaring op te roepen partijen een rechtsverhouding bestaat die tot vrijwaring verplicht, zodat aan de vereisten voor oproeping in vrijwaring is voldaan. Nu Klimaatgarant zich daarnaast refereert aan het oordeel van de rechtbank, zal de rechtbank de incidentele vordering toewijzen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.3.
</nr>
      <para>
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
5.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De rechtbank
</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
in het incident
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>
5.1.
</nr>
      <para>
staat toe dat [naam01] , [naam02] , [naam03] en [naam04] door [gedaagde01] worden gedagvaard tegen de rolzitting van
<emphasis role="bold">
25 januari 2023
</emphasis>
;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.2.
</nr>
      <para>
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="bold">
in de hoofdzaak
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.3.
</nr>
      <para>
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
<emphasis role="bold">
25 januari 2023
</emphasis>
voor conclusie van antwoord.
</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos. Het is ondertekend door de rolrechter en door deze in het openbaar uitgesproken op 14 december 2022.
</para>
        <para>
3533/1407
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>