<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:11685</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-12T10:36:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-681022-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11685">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11685</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-12T10:35:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:11685 Rechtbank Rotterdam , 20-12-2022 / 10-681022-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:11685:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>afwijzing van de vordering tot verlenging van de tbs maatregel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:11685:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold caps">
Rechtbank Rotterdam
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Team straf 2
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Parketnummer: 10-681022-18
</para>
<para>
Datum uitspraak: 20 december 2022
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
<?linebreak?>
</para>
<para>
<emphasis role="bold">
[naam01] ,
</emphasis>
</para>
<para>
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1974,
</para>
<para>
verblijvende [adres01] , [postcode01] [plaats01] ,
</para>
<para>
raadsman mr. J.J. van Santbrink, advocaat te Rotterdam
</para>
</parablock>
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1.
</nr>
Inleiding
</title>
<parablock>
<para>
Bij vonnis van deze rechtbank 9 november 2018 is de terbeschikkingstelling van [naam01] gelast zijn voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde gesteld.
</para>
<para>
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van poging tot doodslag, meermalen gepleegd en poging tot zware mishandeling. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 21 december 2018.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Bij beslissing van deze rechtbank van 10 december 2021 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met één jaar.
</para>
</parablock>
</section>
<section role="procesverloop">
<title>
<nr>
2.
</nr>
Procesverloop
</title>
<parablock>
<para>
De rechtbank heeft op 15 november 2022 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen om de terbeschikkingstelling met voorwaarden met een jaar te verlengen.
</para>
<para>
De vereiste stukken zijn bij die vordering gevoegd dan wel later toegezonden.
<?linebreak?>
</para>
<para>
De vordering is op de openbare terechtzitting van 20 december 2022 behandeld.
</para>
<para>
De officier van justitie mr. M. Boekhoud, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman en de deskundige mevrouw [deskundige01] , werkzaam bij Reclassering Nederland, zijn gehoord.
</para>
</parablock>
</section>
<section>
<title>
<nr>
3.
</nr>
Adviezen
</title>
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline">
Advies psychiater
</emphasis>
</para>
<para>
Psychiater [psychiater01] adviseert in het rapport van 11 oktober 2022 de terbeschikkingstelling te beëindigen.
</para>
<para>
De kans op recidive van een geweldsdelict wordt ingeschat als laag bij voortzetting
</para>
<para>
van de door Fivoor geboden zorg. Het valt op dit moment moeilijk te voorspellen of en wanneer de ter beschikking gestelde bij beëindiging van het toezicht zijn medicatiegebruik zal staken. Wanneer hij stopt met medicatie zal hij op den duur weer psychotisch raken. Als hij zich in een psychotische toestand lang genoeg bedreigd voelt en geen hulp krijgt zal hij weer gewelddadig kunnen worden naar mensen die hem in zijn ogen kwaad doen. Voortzetting van de anti-psychotische medicatie is vooral van belang om dit te voorkomen. De ter beschikking gestelde heeft weliswaar nog weinig ziekte-inzicht maar heeft laten zien dat hij zich houdt aan afspraken en dat hij zijn medicatie blijft innemen. Het zelfstandig wonen gaat hem goed af en heeft geen woonbegeleiding meer nodig. Verder heeft hij genoeg dagbesteding en een netwerk om zich heen van familie en vrienden.
</para>
<para>
Advies reclasseringDe reclassering adviseert in het rapport, gedateerd 20 oktober 2022, de terbeschikkingstelling niet te verlengen. De ter beschikking gestelde heeft zich het afgelopen jaar goed gehouden aan de voorwaarden en heeft laten zien dat hij zich staande te houden in zijn eigen huurflat.
</para>
<para>
Als hij zijn medicatie trouw in blijft nemen wordt een laag recidiverisico gezien en geen noodzaak om de maatregel te verlengen. De inname van de medicatie is een belangrijk onderdeel van het risicomanagement. In overleg met Fivoor is besloten een zorgmachtiging aan te vragen om medicamenteuze ondersteuning te kunnen blijven inzetten. De ter beschikking gestelde staat hier achter. Toewijzing van deze machtiging zou het laatste stukje risico, namelijk dat de ter beschikking gestelde zijn medicatie niet meer inneemt, moeten wegnemen.
</para>
</parablock>
</section>
<section>
<title>
<nr>
4.
</nr>
Standpunt van partijen
</title>
<parablock>
<para>
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.
</para>
<para>
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben eveneens afwijzing van de vordering bepleit.
</para>
</parablock>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
5.
</nr>
Beoordeling
</title>
<parablock>
<para>
De rechtbank is met de reclassering en de psychiater van oordeel dat de ter beschikking gestelde het afgelopen jaar heeft toegewerkt naar een positieve afronding van de terbeschikkingstelling.
</para>
<para>
Gezien de bestendige aanwezigheid van beschermende factoren rond de ter beschikking gestelde is het recidiverisico zodanig teruggebracht, dat verlenging van de terbeschikkingstelling niet langer noodzakelijk is. Op grond van voornoemde adviezen is de rechtbank met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat niet langer is voldaan aan de vereisten voor verlenging van de terbeschikkingstelling zodat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Met de zorgmachtiging die gelijktijdig met deze beschikking bij afzonderlijke beschikking van deze rechtbank wordt afgegeven, is het door de reclassering en de psychiater beoogde vangnet gegeven om de stabiliteit die het afgelopen jaar is bereikt, te waarborgen.
</para>
</parablock>
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
6.
</nr>
Beslissing
</title>
<para>
De rechtbank:
</para>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
wijst af
</emphasis>
de vordering van de officier van justitie.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Deze beslissing is genomen door
</para>
<para>
mr. G.P. van de Beek, voorzitter,
</para>
<para>
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en M.M. Dolman, rechters,
</para>
<para>
in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier
</para>
<para>
en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
</para>
</parablock>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>