<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:11635</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-10T12:03:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9347740 \ MB VERZ  21-1587</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11635">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11635</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-10T12:02:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:11635 Rechtbank Rotterdam , 23-12-2022 / 9347740 \ MB VERZ  21-1587</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:11635:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WAHV. Verlaging sanctie op basis van het Besluit van 22 december 2021 tot wijziging van de bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de bijlagen bij het Besluit OM-afdoening in verband met onder meer de jaarlijkse indexering van de tarieven (Staatsblad 2022, 30). De kantonrechter vernietigt de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk en kent een volledige proceskostenvergoeding toe (gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9710).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:11635:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ROTTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9347740 \ MB VERZ  21-1587</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>cjib-nummer: [nummer 1]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>registratienummer: [nummer 2]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraak: 23 december 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betrokkene: [betrokkene]</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde]</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1. </nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para>Bij inleidende beschikking van 6 januari 2021 is aan betrokkene een sanctie opgelegd van € 37,00, vermeerderd met € 9,00 administratiekosten. De beschikking is opgelegd voor “Overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom met 6 km/h (verkeersbord A1)”, begaan op zondag 27 december 2020 om 01:20 uur te Rotterdam aan de A13 Rotterdam rechts (feitcode VM006).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking is betrokkene op 2 februari 2021 bij de officier van justitie in beroep gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 25 maart 2021 is (de gemachtigde van) betrokkene telefonisch gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 5 april 2021 aan betrokkene verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene op 12 mei 2021 beroep ingesteld bij de kantonrechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de openbare zitting van 9 december 2022, waar namens de officier van justitie een vertegenwoordiger van de CVOM en de gemachtigde van betrokkene zijn verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2. </nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De termijnen en formaliteiten voor de procedure bij de kantonrechter zijn in acht genomen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Betrokkene heeft de gedraging niet betwist. De gedraging staat dan ook vast. Betrokkene heeft aangevoerd dat het sanctiebedrag voor de onderhavige gedraging is gewijzigd en dat de sanctie voor de gedraging moet worden gewijzigd naar het lagere sanctiebedrag. Ten slotte verzoekt betrokkene om een vergoeding voor de gemaakte proceskosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Gelet op het feit dat het sanctiebedrag voor de onderhavige gedraging met ingang van 1 maart 2022 is verminderd tot € 310,00 (Besluit van 22 december 2021 tot wijziging van de bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de bijlagen bij het Besluit OM-afdoening in verband met onder meer de jaarlijkse indexering van de tarieven (Staatsblad 2022, 30) zal het sanctiebedrag ambtshalve worden gematigd tot € 310,00.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het beroep is dan ook gedeeltelijk gegrond.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het verzoek om een proceskostenvergoeding zal worden toegewezen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen in dit geval de kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking. De hoogte van de vergoeding zal worden berekend aan de hand van het aantal door de gemachtigde van betrokkene verrichte proceshandelingen. De gemachtigde van betrokkene heeft beroep ingesteld bij de officier van justitie, is tijdens de procedure bij de officier van justitie gehoord, heeft beroep ingesteld bij de kantonrechter en is bij de kantonrechter op de mondelinge behandeling verschenen. Er worden dus 1.5 punten van € 541,00 toegekend en 2 punten van € 759,00. Met toepassing van wegingsfactor 0,5 wordt de proceskostenvergoeding vastgesteld op € 1.164,75.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3. </nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de sanctie wordt gematigd tot € 310,00, vermeerderd met € 9,00 administratiekosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat wat aan zekerheid is gesteld, wordt terugbetaald;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de officier van justitie om aan betrokkene te betalen een bedrag van € 1.164,75</para>
      <para>aan proceskostenvergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. D.L. Spierings en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
      <para>50221</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Wanneer de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer bedraagt dan € 70,00 of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard op grond van het niet tijdig stellen van zekerheid, staat ingevolge artikel 14 Wahv tegen deze uitspraak hoger beroep open binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift dient ingezonden te worden bij de kantonrechter (Postbus 50955, 3007 BS Rotterdam). Het is niet mogelijk om hoger beroep in te stellen per e-mail. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum toezending:</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>