<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:11594</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:47:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">648806 / HA RK 22-1244</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verschoning">Verschoning</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2023/43</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2023/142</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11594">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11594</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-06T14:16:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:11594 Rechtbank Rotterdam , 07-12-2022 / 648806 / HA RK 22-1244</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:11594:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verschoningsverzoek toegewezen. De rechter heeft in een zeer aanverwante zaak tussen partijen al een tussenvonnis en een eindvonnis gewezen. In die zaak heeft zij al beslist over veel aspecten van het geschil, die in de tweede zaak aan de orde komen. In een brief van een van de partijen wordt verzocht een nieuwe rechter aan te wijzen voor de tweede zaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:11594:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>Meervoudige kamer voor verschoningszaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer : 648806 / HA RK 22-1244</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 7 december 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. M. Witkamp</emphasis>,</para>
      <para>rechter in de rechtbank Rotterdam, team handel en haven (hierna: de rechter),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naar het Iraanse recht opgerichte Limited Liability Company</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">PAYESH GOSTARAN PISHRO</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Teheran (Iran),</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. F. Havers te Deventer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. commanditaire vennootschap</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PIPESURVEY INTERNATIONAL C.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Zwijndrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">P &amp; L PIPE SURVEY B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Hellevoetsluis,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. W.M. van Agt te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij de rechter is in behandeling de zaak tussen eiseres en gedaagden, allen voornoemd, met kenmerk C/10/627422 HA ZA 21-927. Bij brieven van de griffier van 11 oktober 2022 zijn partijen opgeroepen voor de zitting van 10 januari 2023, waarbij is meegedeeld dat deze zitting zal plaatsvinden ten overstaan van de rechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij brief van 30 november 2022 heeft de advocaat van gedaagden de rechtbank verzocht de toewijzing van de zaak aan de rechter te heroverwegen en een andere rechter als behandelend rechter aan te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 2 december 2022 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Aan de verschoningskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Ter adstructie van het verzoek om verschoning heeft de rechter het volgende aangevoerd – verkort en zakelijk weergegeven – :</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1.1.</nr>
        <para>Deze zaak betreft een geschil tussen een Iraanse partij PGP en de Nederlandse partij Pipe Survey. In een zeer aanverwante zaak (hierna: de eerste zaak) tussen beide partijen heeft de rechter al een tussenvonnis en eindvonnis in conventie en reconventie gewezen. In die zaak is de vordering van de Iraanse partij in conventie niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet voldoen aan een zekerheidsstelling voor proceskosten. In de onderhavige (tweede) zaak heeft PGP haar vordering opnieuw aangebracht en is de zaak wederom aan de rechter toebedeeld ter behandeling op de zitting van 10 januari a.s.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.1.2.</nr>
        <para>De rechter stelt voorop dat zij de tweede zaak onpartijdig en op zijn eigen merites zal beoordelen. Echter, nu de rechter in twee vonnissen (en op twee zittingen) in de eerste zaak al beslist heeft over veel aspecten van het geschil die in de tweede zaak aan de orde komen, denkt de rechter dat het juist is om te veronderstellen dat partijen wel kunnen twijfelen aan haar onpartijdigheid in de tweede zaak. Dat dit inderdaad het geval is, wordt bevestigd door de brief van de advocaat van Pipe Survey waarin hij - kort gezegd - verzoekt om een nieuwe rechter aan te wijzen voor de tweede zaak.</para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst toe het verzoek van mr. M. Witkamp zich in de civielrechtelijke procedure met kenmerk C/10/627422 HA ZA 21-927 van PAYESH GOSTARAN PISHRO als eiseres tegen PIPESURVEY INTERNATIONAL C.V. en P &amp; L PIPE SURVEY B.V. als gedaagden te mogen verschonen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. R.R. Roukema, voorzitter, mr. W.J.M. Diekman en </para>
      <para>mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechters en door de voorzitter en J.A. Faaij, griffier ondertekend op 7 december 2022.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>