<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:11580</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-06T13:46:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10082242 VV EXPL 22-356</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11580">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11580</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-06T13:15:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:11580 Rechtbank Rotterdam , 12-10-2022 / 10082242 VV EXPL 22-356</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:11580:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontruiming afgewezen. Meer onderzoek is nodig voor het vaststellen van de huurachterstand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:11580:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 10082242 VV EXPL 22-356
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
datum uitspraak: 12 oktober 2022
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
vonnis in kort geding van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiser01] ,
</emphasis>
lasthebster van
<emphasis role="bold">
[naam01] ,
</emphasis>
</para>
      <para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. R. van Schendel,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Walls and Skin Rotterdam B.V.,
</emphasis>
</para>
      <para>
vestigingsplaats: Rotterdam,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
vertegenwoordigd door: [naam02] ,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. J. Drijftholt.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘W&amp;S’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
de dagvaarding van 20 september 2022, met producties;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de op 28 september 2022 van W&amp;S ontvangen producties (3);
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
de spreekaantekeningen van W&amp;S.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
Op 28 september 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. [eiser01] is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Namens W&amp;S is haar vertegenwoordiger verschenen, bijgestaan door de gemachtigde van W&amp;S.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De feiten
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
W&amp;S huurt sinds 1 januari 2016 de bedrijfsruimte aan de [adres01] in [plaats01] .
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
Op grond van deze huurovereenkomst is W&amp;S maandelijks € 2.319,35 aan huur verschuldigd.
</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
3.
</nr>
Het geschil
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
[eiser01] vordert na vermindering van eis bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, W&amp;S te veroordelen:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de bedrijfsruimte te ontruimen en te verlaten en door afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser01] te stellen;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
om aan [eiser01] te betalen een bedrag van € 6.069,05 aan hoofdsom, kosten en rente;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
om aan [eiser01] te betalen een bedrag van € 2.319,35 voor iedere maand te rekenen vanaf 1 oktober 2022, dat W&amp;S met de ontruiming van de bedrijfsruimte in gebreke blijft, een ingegane maand te rekenen voor een hele maand;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
in de proceskosten.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
[eiser01] voert daartoe aan dat na vermindering van eis tot en met september 2022 een huurachterstand is ontstaan van in totaal € 5.150,15. Wat haar betreft is de maat vol en schiet W&amp;S toerekenbaar tekort in de nakoming van haar verplichtingen als huurster. Op 12 maart 2021 (8170700 CV EXPL 19-49858) is W&amp;S eerder veroordeeld tot betaling van een huurachterstand en bij vonnis van 26 augustus 2022 (9222844 CV EXPL 21-17303) is W&amp;S wederom veroordeeld tot het betalen van een huurachterstand. Het niet betalen van de huur, waardoor op dit moment een achterstand is ontstaan van meer dan twee maanden (herhaalde huurachterstand), rechtvaardigt vooruitlopend op een bodemprocedure ontruiming van de bedrijfsruimte.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
[eiser01] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen, zij is afhankelijk van haar huurinkomsten en wil niet financieel gedupeerd worden door de houding en/of financiële situatie van W&amp;S. W&amp;S moet zo spoedig mogelijk plaats maken voor een huurder die wel betaalt en van [eiser01] kan niet worden verwacht dat zij de uitkomsten van een eventueel te voeren bodemprocedure afwacht.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
W&amp;S heeft tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd waarop in het kader van de beoordeling wordt ingegaan.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
4.
</nr>
De beoordeling
</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
4.1.
</nr>
      <para>
Voor toewijzing van een vordering tot ontruiming in kort geding – welke toewijzing bijna altijd een definitief karakter heeft – is alleen plaats indien met een zeer grote mate van waarschijnlijkheid de bodemrechter tot eenzelfde oordeel gaat komen en de uitkomst van de bodemprocedure, vanwege een spoedeisend belang aan de zijde van [eiser01] , niet kan worden afgewacht.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2.
</nr>
      <para>
Het is de kantonrechter voldoende gebleken dat [eiser01] , gelet op de financiële afhankelijkheid van haar huurinkomsten, een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde voorzieningen, zodat zij in zoverre ontvankelijk is in haar vorderingen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.3.
</nr>
      <para>
Tijdens de mondelinge behandeling heeft W&amp;S betwist dat er sprake is van een huurachterstand van meer dan één maand. Voor januari 2022 was W&amp;S volgens haar, gelet op de gegeven coronakorting, maar de helft van de huur verschuldigd; deze is op 31 januari 2022 betaald. Vanaf februari 2022 is de volledige huur weer betaald. Alleen september 2022 staat nog open. Er is weliswaar steeds te laat betaald, maar van de gestelde achterstand is geen sprake. Er zijn door W&amp;S bankafschriften in het geding gebracht voor de huurperiode december 2021 tot heden omdat dat de huurperiode is waar het in deze procedure over gaat. De huur is door W&amp;S als volgt betaald:
</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>
<emphasis role="bold">
Betaaldatum:
</emphasis>
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
<emphasis role="bold">
Bedrag:
</emphasis>
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
<emphasis role="bold">
Betreft:
</emphasis>
</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
9 december 2021
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€ 2.265,05
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
Huur december 2021
</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
31 januari 2022
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€ 1.739,54
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
Huur januari 2022
</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
28 februari 2022
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€ 2.319,35
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
Huur februari 2022
</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
1 april 2022
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€ 2.319,35
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
Huur maart 2022
</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
2 mei 2022
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€ 2.319,35
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
Huur april 2022
</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
1 juni 2022
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€ 2.319,35
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
Huur mei 2022
</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
1 juli 2022
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€ 2.319,35
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
Huur juni 2022
</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
31 augustus 2022
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€ 2.319,35
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
Huur juli 2022
</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
11 september 2022
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
€ 2.319,35
</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
Huur augustus 2022
</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.4.
</nr>
      <para>
[eiser01] heeft ter zitting bevestigd dat zij W&amp;S voor de maand januari 2022 een uit coulance een (corona)korting van 50% van de voor die maand verschuldigde huurpenningen heeft gegeven. [eiser01] heeft het door W&amp;S gevoerde en met rekeningafschriften onderbouwde verweer voor het overige ook niet gemotiveerd weersproken. Het enige door [eiser01] als onderbouwing bij haar uiterst summiere stellingen in de dagvaarding overgelegde Excel-overzicht van de openstaande huurtermijnen (productie 2 van [eiser01] ), geeft tegenover de bankafschriften van W&amp;S en de toelichting daarop volstrekt onvoldoende inzicht om het verweer van W&amp;S te ontkrachten. [eiser01] heeft haar vorderingen daarmee onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd, zodat deze reeds op die grond moeten worden afgewezen. Voor zover immers al aanleiding zou bestaan om [eiser01] ter zake haar stellingen toe te laten tot nadere bewijsvoering (wat gezien de povere dagvaarding maar zeer de vraag is) leent de kort gedingprocedure zich echter naar zijn aard niet voor dergelijke bewijslevering. De vordering van [eiser01] in dit kort geding worden afgewezen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.5.
</nr>
      <para>
Gelet op dit oordeel behoeven de overige standpunten van partijen geen nadere beoordeling.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.6.
</nr>
      <para>
Als de in het ongelijk gestelde partij wordt [eiser01] in de proceskosten van W&amp;S veroordeeld. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van W&amp;S tot vandaag vast op € 498,00 aan salaris voor de gemachtigde. Voor kosten die W&amp;S maakt na deze uitspraak moet [eiser01] ook een bedrag betalen van € 124,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.7.
</nr>
      <para>
Dit vonnis wordt voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
5.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
5.1.
</nr>
      <para>
wijst de vorderingen af;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt [eiser01] in de proceskosten, aan de kant van W&amp;S tot vandaag vastgesteld op € 498,00;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.3.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Smits en in het openbaar uitgesproken.
</para>
        <para>
44485
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>