<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:11527</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-12T14:29:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-237101-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11527">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11527</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-04T10:24:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:11527 Rechtbank Rotterdam , 18-08-2022 / 10-237101-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:11527:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak hennepkwekerij</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:11527:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team straf 1</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 10-237101-21</para>
      <para>Datum uitspraak: 18 augustus 2022</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte01] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats01] (Colombia) op [geboortedatum01] 1963,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres01] , [postcode01] [plaats01] ,</para>
      <para>raadsman mr. W.B.M. Bos, advocaat te Oud-Beijerland.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1.</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 juli 2022.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2.</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3.</nr>Eis officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie mr. S.S.S. Heinerman heeft gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde, te weten het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van de verdachte tot een geldboete ter hoogte van € 500,- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4.</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie stelt dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van 80 hennepplanten. Hiertoe is aangevoerd dat zij in de woning woonde waarin de hennepplanten zijn aangetroffen en dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding met de medeverdachte [medeverdachte01] . De verdachte was ook op de hoogte van de hennepkwekerij. Hoewel zij wist dat de medeverdachte [medeverdachte01] eerder was veroordeeld voor het kweken van hennep, heeft zij geaccepteerd dat de hennepplanten in de woning aanwezig waren. Gelet hierop was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte [medeverdachte01] .</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt vast dat de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte01] als hoofdbewoonster en mede-eigenaar de beschikking had over de woning gelegen aan de [adres01] in Hoogvliet Rotterdam. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat alleen de medeverdachte [medeverdachte01] betrokken was bij het telen van de hennepplanten die in een aparte ruimte in deze woning zijn aangetroffen. Zij wist van de aanwezigheid van de hennepkwekerij en heeft deze situatie in stand gelaten, <emphasis role="italic">“omdat het zijn werk is, dit alles voor hem is en dat respecteer ik”</emphasis>. Verder heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat zij niets met de hennepkwekerij van doen had, dat zij nooit in de desbetreffende ruimte kwam en de deur altijd afgesloten was. De rechtbank acht deze verklaring geloofwaardig.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het feit dat de verdachte mede-eigenaar van de woning was en wetenschap van de hennepkwekerij had, betekent niet dat de verdachte strafbaar heeft gehandeld. De verdachte heeft zich - gelet op het voorgaande - weliswaar niet van de aanwezigheid van de hennepplanten gedistantieerd, maar van betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij is niet gebleken. De voor medeplegen vereiste voldoende bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte is evenmin vast komen te staan. Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het aanwezig hebben van hennep in de woning aan de [adres01] in Hoogvliet Rotterdam.<footnote-ref linkend="_f0eb701c-f26b-4b1a-81da-50592333c8e9" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ook de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan het hiervoor genoemde delict is niet bewezen, omdat niet vast is komen te staan dat door gedragingen van de verdachte gelegenheid is verschaft tot het hennepbezit of de teelt daarvan door de medeverdachte in de woning. Van het ter beschikking stellen van de woning is geen sprake, nu de medeverdachte als mede-eigenaar en hoofdbewoner immers zelf reeds de beschikking had over de ruimte waarin de hennepplanten aanwezig waren.<footnote-ref linkend="_4b76fd08-dddc-4a91-ab64-b9a4a64b526c" /></para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Het primair en subsidiair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5.</nr>Bijlage</title>
    <para>De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6.</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. F.A. Hut, voorzitter,</para>
      <para>mr. K.A. Baggerman en mr. E. IJspeerd, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Sengezken, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 18 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage I </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tekst tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 22 oktober 2020 tot en met 1 december 2020 te</para>
      <para>Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,</para>
      <para>in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres01] )</para>
      <para>een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer</para>
      <para>80 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in</para>
      <para>elk</para>
      <para>geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,</para>
      <para>zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,</para>
      <para>dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou</para>
      <para>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks de periode van 22</para>
      <para>oktober 2020 tot en met 1 december 2020 met elkaar, althans één van hen,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,</para>
      <para>in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan</para>
      <para>de [adres01] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 80 hennepplanten,</para>
      <para>althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,</para>
      <para>in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een</para>
      <para>materiaal bevattende hennep,</para>
      <para>zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,</para>
      <para>tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks</para>
      <para>de periode van 22 oktober 2020 tot en met 1 december 2020, in elk geval in</para>
      <para>Nederland,</para>
      <para>meermalen, althans eenmaal</para>
      <para>(telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft</para>
      <para>en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven</para>
      <para>persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten</para>
      <para>ter beschikking te stellen;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f0eb701c-f26b-4b1a-81da-50592333c8e9" label="1">
    <para>Zie ook Hof Amsterdam 17 november 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3148.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4b76fd08-dddc-4a91-ab64-b9a4a64b526c" label="2">
    <para>Hoge Raad 19 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1812.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>