<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:11104</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-18T07:26:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8968776 CV EXPL 21-1566</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2023-0013</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11104">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11104</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-21T15:24:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:11104 Rechtbank Rotterdam , 16-12-2022 / 8968776 CV EXPL 21-1566</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:11104:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beoordeling bewijsopdracht. Eiseres is er niet in geslaagd te bewijzen dat haar schade is ontstaan bij een authentiek ongeval. Vordering op verzekeraar wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:11104:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
locatie Rotterdam
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer: 8968776 CV EXPL 21-1566
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
datum uitspraak: 16 december 2022
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak vang
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiseres01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
woonplaats: [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
eiseres,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. O. Arslan,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Nationale Nederlanden Schadeverzekering N.V.
</emphasis>
,
</para>
      <para>
t.h.o.d.n. [handelsnaam01] en [handelsnaam02] ,
</para>
      <para>
vestigingsplaats: Amstelveen,
</para>
      <para>
gedaagde,
</para>
      <para>
gemachtigde: mr. H. van Katwijk.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘Nationale Nederlanden’ genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <para>
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
het tussenvonnis van 13 augustus 2021 en de daarin genoemde stukken;
</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
de akte uitlating getuigenverhoor van [eiseres01] ;
</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 18 mei 2022;
</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
de rolbeslissing van 26 augustus 2022;
</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
de conclusie na enquête van [eiseres01] ;
</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
de conclusie na enquête van Nationale Nederlanden.
</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De verdere beoordeling
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
In deze procedure draait alles om een aanrijding die op 20 januari 2020 zou hebben plaatsgevonden tussen de auto van [eiseres01] (de Volkswagen) en een Ford, die op dat moment was verzekerd bij Nationale Nederlanden. [eiseres01] vordert een verklaring voor recht dat Nationale Nederlanden aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden door dit ongeval en een veroordeling van Nationale Nederlanden om € 10.676,23 aan haar te betalen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
In het tussenvonnis van 13 augustus 2021 is [eiseres01] toegelaten tot het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat op 20 januari 2020 tussen [eiseres01] en de Ford een authentiek verkeersongeval heeft plaatsgevonden, zoals aangegeven op het aanrijdingsformulier dat zij als productie 1 bij de dagvaarding heeft overgelegd.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.3.
</nr>
      <para>
Ter voldoening aan deze bewijsopdracht heeft [eiseres01] slechts zichzelf als getuige laten horen. Het getuigenverhoor heeft plaatsgevonden op 18 mei 2022.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
Beoordeling bewijs
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.4.
</nr>
      <para>
De kantonrechter acht [eiseres01]
<emphasis role="italic">
niet
</emphasis>
geslaagd in het aan haar opgedragen bewijs. Daarom worden haar vorderingen afgewezen. Hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen, wordt hieronder toegelicht.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.5.
</nr>
      <para>
Het uitgangspunt is dat op [eiseres01] de volledige bewijslast rust van haar stelling dat op 20 januari 2020 een authentiek ongeval heeft plaatsgevonden tussen haar en de Ford. Het door [eiseres01] overgelegde aanrijdingsformulier levert in beginsel dwingend bewijs op (artikel 157 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)), maar Nationale Nederlanden heeft dit bewijs met haar onderbouwde stellingen voldoende ontzenuwd.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.6.
</nr>
      <para>
Op grond van de bewijsopdracht had [eiseres01] in ieder geval het volgende bewijs moeten leveren:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
dat zij is aangereden door de Ford; en
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
dat dit is gebeurd ter hoogte van de oprit 8 – Vlaardingen West in de richting van Rotterdam van de A20; en
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
dat de Ford haar heeft aangereden op de manier zoals op het formulier getekend.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.7.
</nr>
      <para>
[eiseres01] verklaart niets (nieuws) over de aanrijding. Uit haar verklaring blijkt niet dat het de Ford is geweest die haar heeft aangereden. Zij weet alleen nog dat het om een donkere auto ging. Over de locatie van de aanrijding heeft zij niets verklaard. Uit haar verklaring blijkt daarom niet dat er sprake is geweest van een authentiek ongeval. Voor het overige heeft zij niets aangedragen om aan de bewijsopdracht te voldoen.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
proceskosten
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.8.
</nr>
      <para>
[eiseres01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Nationale Nederlanden tot vandaag vast op € 1.119,- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten × € 373,- tarief). Voor kosten die Nationale Nederlanden maakt na deze uitspraak moet [eiseres01] een bedrag betalen van € 124,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853). De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="italic">
uitvoerbaarheid bij voorraad
</emphasis>
</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.9.
</nr>
      <para>
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
3.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De kantonrechter:
</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
wijst de vorderingen van [eiseres01] af;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
veroordeelt [eiseres01] in de proceskosten, aan de kant van Nationale Nederlanden tot vandaag vastgesteld op € 1.119,-, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag van volledige betaling;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.4.
</nr>
      <para>
wijst al het andere af.
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
</para>
        <para>
51909
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>