<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:11042</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-19T10:04:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">645010 / HA RK 22-964</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11042">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:11042</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-19T10:03:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:11042 Rechtbank Rotterdam , 04-11-2022 / 645010 / HA RK 22-964</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:11042:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. In de dagvaardingsprocedure waarin verzoeker de rechter wraakt, is procesvertegenwoordiging verplicht. Het door verzoeker ingediende wrakingsverzoek is niet (mede) ondertekend door een advocaat. Verzoeker heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheden om dit verzuim te herstellen. Voor ontslag van de verplichting tot indiening van het wrakingsverzoek door een advocaat is geen grond te vinden in de wet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:11042:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank Rotterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer voor wrakingszaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer /  rekestnummer: 645010 / HA RK 22-964</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 4 november 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. drs. J. van den Bos</emphasis>, senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team handel en haven (hierna: de rechter).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop en de processtukken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De meervoudige kamer van deze rechtbank van welke kamer de rechter de voorzitter is, heeft ter zitting van 15 augustus 2022 de door Bakaris B.V. tegen verzoeker ingestelde  civielrechtelijke vordering behandeld. Die zaak draagt als kenmerk C/10/618618 / HA ZA 21-435.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij brief van 21 september 2022 heeft verzoeker wraking van de rechter verzocht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de brieven van de secretaris van de wrakingskamer aan verzoeker, gedateerd                 21 september 2022, 7 oktober 2022 en 21 oktober 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brieven van verzoeker aan de wrakingskamer, gedateerd 6 oktober 2020 (de wrakingskamer leest deze datum als: 6 oktober 2022), 18 oktober 2022 en             31 oktober 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam is vermeld dat in procedures waarin procesvertegenwoordiging door een advocaat vereist is, ondertekening van het schriftelijke wrakingsverzoek door een advocaat vereist is. Tevens is het vaste jurisprudentie dat een schriftelijk wrakingsverzoek (mede) door een advocaat moet worden ondertekend in procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is. Dit volgt uit arresten van de Hoge Raad van 28 juni 1985 (NJ 1985, 836) en van 18 december 1998 (NJ 1999, 271). Indien de verzoeker zonder bijstand van een verplichte procesvertegenwoordiger een verzoek indient, wordt hij hierop gewezen en krijgt hij de gelegenheid dit verzuim te herstellen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In de dagvaardingsprocedure waarin verzoeker de rechter wraakt, is proces-vertegenwoordiging verplicht. Dit volgt uit artikel 79 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Het wrakingsverzoek moet dus (mede) worden ondertekend door een advocaat. Herstel van dit verzuim, door het alsnog indienen van het wrakingsverzoek door een advocaat, is mogelijk op grond van artikel 123 lid 1 Rv. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Vaststaat dat het door verzoeker ingediende wrakingsverzoek niet (mede) is ondertekend door een advocaat. Vanaf 21 september 2022 is verzoeker op de hoogte van dit verzuim en is hij verscheidene keren in de gelegenheid gesteld om dit verzuim te herstellen, laatstelijk bij brief van de griffier van 21 oktober 2022. Verzoeker heeft van die gelegenheden geen gebruik gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Verzoeker heeft – samengevat – meegedeeld in de onmogelijkheid te verkeren een advocaat te vinden die het wrakingsverzoek namens hem wil indienen en heeft verzocht te worden ontslagen van de wettelijke verplichting tot indiening van zijn wrakingsverzoek door een advocaat. Nog los van de vraag of het voor verzoeker daadwerkelijk onmogelijk is een advocaat te vinden die het verzoek namens hem wil indienen, is een dergelijk ontslag niet mogelijk, omdat daarvoor geen grond is te vinden in de wet. Dat verzoek wordt dan ook afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Omdat het wrakingsverzoek niet (mede) door een advocaat is ingediend, zal de wrakingskamer verzoeker in het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van 	               mr. drs. J. van den Bos.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. A.P. Hameete en </para>
      <para>mr. K.A. Baggerman, rechters en door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>4 november 2022 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>