<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:10927</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-16T09:31:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/10/646545 / HA ZA 22-851</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10927">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10927</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-16T09:30:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:10927 Rechtbank Rotterdam , 07-12-2022 / C/10/646545 / HA ZA 22-851</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:10927:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident. Vrijwaring ex artikel 210 lid 1 Rv. Toewijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:10927:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="2c9e37bf-5c27-45bc-a624-4a581f485f00" format="image/png" scale="100" width="13" /></imageobject></inlinemediaobject>
<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" depth="2" fileref="2a53bb7f-2cc0-4428-ad05-c41dcee27324" format="image/png" scale="100" width="523" /></imageobject></inlinemediaobject>
vonnis
</para>
    <bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
Team handel en haven
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
zaaknummer / rolnummer: C/10/646545 / HA ZA 22-851
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in incident van 7 december 2022
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
in de zaak van
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
[eiser01]
</emphasis>
,
</para>
      <para>
wonende in [woonplaats01] ,
</para>
      <para>
eiser in de hoofdzaak,
</para>
      <para>
verweerder in het incident,
</para>
      <para>
advocaat mr. J.W. Janssens te Houten,
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
tegen
</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
</para>
      <para>
<emphasis role="bold">
WATERSPORT SCHEVENINGEN B.V.
</emphasis>
,
</para>
      <para>
statutair gevestigd in Rijswijk,
</para>
      <para>
gedaagde in de hoofdzaak,
</para>
      <para>
eiseres in het incident,
</para>
      <para>
advocaat mr. F. van Schaik te Berkel en Rodenrijs.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
Partijen worden hierna [eiser01] en Watersport Scheveningen genoemd.
</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
<nr>
1.
</nr>
De procedure
</title>
    <paragroup>
      <nr>
1.1.
</nr>
      <para>
Het verloop van de procedure blijkt uit:
</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
het vonnis in incident van 28 september 2022 van de Rechtbank Den Haag, waarbij de Rechtbank Den Haag zich onbevoegd heeft verklaard en de procedure naar deze rechtbank is verwezen, en de in dat vonnis genoemde stukken;
</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
het oproepingsexploot van 14 oktober 2022.
</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
1.2.
</nr>
      <para>
Ten slotte is vonnis bepaald in het vrijwaringsincident.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
2.
</nr>
De vordering in de hoofdzaak
</title>
    <paragroup>
      <nr>
2.1.
</nr>
      <para>
[eiser01] vordert in de hoofdzaak samengevat en zakelijk weergegeven om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Watersport Scheveningen te veroordelen om aan [eiser01] te voldoen een bedrag van (in totaal ongeveer) € 26.500,00, te vermeerderen met wettelijke rente, met veroordeling van Watersport Scheveningen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
2.2.
</nr>
      <para>
[eiser01] legt aan zijn vordering - kort gezegd - ten grondslag dat hij op 24 juni 2018 letsel heeft opgelopen als gevolg van een aanvaring tussen een schip van Watersport Scheveningen en een schip waarvan [eiser01] opvarende was. [eiser01] houdt Watersport Scheveningen als eigenaresse van het bij de aanvaring betrokken schip aansprakelijk voor de door hem geleden en nog te lijden schade die is toe te rekenen aan de aanvaring.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
<nr>
3.
</nr>
Het geschil in het vrijwaringsincident
</title>
    <paragroup>
      <nr>
3.1.
</nr>
      <para>
Watersport Scheveningen vordert dat haar wordt toegestaan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dolphin Maritime Netherlands B.V., de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kenbri Fire Fighting B.V., [naam01] en [naam02] in vrijwaring op te roepen, kosten rechtens.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.2.
</nr>
      <para>
Watersport Scheveningen stelt daartoe - samengevat weergegeven - het volgende.
</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>
3.2.1.
</nr>
        <para>
Op 24 juni 2018 heeft voor de haven van Scheveningen een aanvaring plaatsgevonden tussen het schip “ [naam schip01]”, eigendom van Watersport Scheveningen en bestuurd door de schipper [naam02] , en het schip “ [naam schip02] ”, eigendom van Kenbri Fire Fighting B.V. en bestuurd door de schipper [naam01] . Het schip “ [naam schip02] ” wordt geëxploiteerd door Dolphin Maritime Netherlands B.V.
</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>
3.2.2.
</nr>
        <para>
Indien en voor zover vast zou komen te staan dat de aanvaring (mede) is veroorzaakt door het schip “ [naam schip01]”, heeft Watersport Scheveningen er recht en belang bij om de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dolphin Maritime Netherlands B.V., de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kenbri Fire Fighting B.V., [naam01] en [naam02] in vrijwaring op te roepen. [verweerder01] stelt in de dagvaarding zelf dat de schippers van beide schepen die bij de aanvaring betrokken waren in strijd met de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee 1972 (hierna: BVA) hebben gehandeld. De schippers, de heren [naam02] en [naam01] , zijn daarom medeschuldig aan de aanvaring en aansprakelijk voor de schade die [verweerder01] stelt te hebben geleden. Aangezien de schippers van beide schepen in strijd met het BVA hebben gehandeld, zijn de eigenaren van beide schepen hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die [verweerder01] stelt te hebben geleden en daarom kan Watersport Scheveningen regres nemen op Kenbri Fire Fighting B.V. Nu [naam01] als hulppersoon van Dolphin Maritime Netherlands B.V. kan worden aangemerkt, is Dolphin Maritime Netherlands B.V. op grond van artikel 6:171 BW mede aansprakelijk voor de (mede) door [naam01] veroorzaakte schade, zodat Watersport Scheveningen ook op Dolphin Maritime Netherlands B.V. regres kan nemen.
</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
3.3.
</nr>
      <para>
[verweerder01] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
<nr>
4.
</nr>
De beoordeling in het vrijwaringsincident
</title>
    <paragroup>
      <nr>
4.1.
</nr>
      <para>
De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is tijdig en vóór alle weren genomen. Ingevolge artikel 210 lid 1 Rv kan de gedaagde iemand in vrijwaring oproepen indien hij meent hiertoe gronden te hebben. Voldoende is dat gedaagde in de hoofdzaak genoegzaam stelt, dat tussen hem en de derde een rechtsverhouding bestaat krachtens welke de derde verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van gedaagde in de hoofdzaak te dragen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.2.
</nr>
      <para>
Watersport Scheveningen heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat tussen Watersport Scheveningen enerzijds en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dolphin Maritime Netherlands B.V., de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kenbri Fire Fighting B.V., [naam01] en [naam02] anderzijds een rechtsverhouding bestaat die mogelijk tot vrijwaring door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dolphin Maritime Netherlands B.V., de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kenbri Fire Fighting B.V., [naam01] en [naam02] verplicht, zodat aan de vereisten voor oproeping in vrijwaring is voldaan. Nu [verweerder01] zich daarnaast heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, zal de incidentele vordering worden toegewezen.
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
4.3.
</nr>
      <para>
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
<nr>
5.
</nr>
De beslissing
</title>
    <para>
De rechtbank:
</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
<emphasis role="bold">
in het incident
</emphasis>
</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>
5.1.
</nr>
      <para>
staat toe dat de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dolphin Maritime Netherlands B.V., de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kenbri Fire Fighting B.V., [naam01] en [naam02] door Watersport Scheveningen worden gedagvaard tegen de rolzitting van
<emphasis role="bold">
18 januari 2023
</emphasis>
;
</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.2.
</nr>
      <para>
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
<emphasis role="bold">
in de hoofdzaak
</emphasis>
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>
5.3.
</nr>
      <para>
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
<emphasis role="bold">
18 januari 2023
</emphasis>
voor conclusie van antwoord.
</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos. Het is ondertekend door de rolrechter en door deze in het openbaar uitgesproken op 7 december 2022.
</para>
        <para>
3349 / 1407
</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>