<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBROT:2022:10810</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-15T13:28:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Rotterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Rotterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10109567</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Rotterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10810">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2022:10810</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-15T13:27:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBROT:2022:10810 Rechtbank Rotterdam , 09-11-2022 / 10109567</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBROT:2022:10810:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding ingetrokken door eiser op de avond voorafgaand aan de mondelinge behandeling; veroordeling eiser in proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBROT:2022:10810:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<bridgehead role="bold">
RECHTBANK ROTTERDAM
</bridgehead>
<para />
<parablock>
<para>
locatie Rotterdam
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
zaaknummer: 10109567 VV EXPL 22-387
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
datum uitspraak: 9 november 2022
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
in de zaak van
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[eiser01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
wonende te [woonplaats01] ,
</para>
<para>
eiser,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. M.A.K. Rahman, advocaat te Rotterdam,
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
tegen
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[gedaagde01] .
</emphasis>
,
</para>
<para>
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats01] ,
</para>
<para>
gedaagde,
</para>
<para>
gemachtigde: mr. T. Kocabas, advocaat te Zoetermeer.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
</para>
</parablock>
<para />
</uitspraak.info>
<section>
<title>
<nr>
1
</nr>
De procedure
</title>
<paragroup>
<nr>
1.1.
</nr>
<para>
De kantonrechter heeft kennis genomen van:
</para>
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de dagvaarding van 12 oktober 2022, met bijlagen;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de conclusie van antwoord, met bijlagen.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.2.
</nr>
<para>
Bij e-mail van 27 oktober 2022 om 19:19 uur heeft [eiser01] het kort geding alsnog ingetrokken, waardoor de geplande mondelinge behandeling op 28 oktober 2022 om 09.30 geen doorgang heeft gevonden. De heren [naam01] en [naam02] zijn namens [gedaagde01] wel nog in het gerechtsgebouw verschenen, bijgestaan door de gemachtigde
<?linebreak?>
mr. T. Kocabas, aangezien zij toen nog geen kennis hadden kunnen nemen van genoemd
<?linebreak?>
e-mailbericht van [eiser01] van de avond tevoren.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.3.
</nr>
<para>
Bij e-mail van 1 november 2022 heeft [gedaagde01] verzocht om een proceskostenveroordeling. Hierop heeft [eiser01] bij brief van 2 november 2022 gereageerd, waarna [gedaagde01] op deze brief heeft gereageerd bij e-mail van 3 november 2022. [eiser01] heeft van zijn kant bij e-mailbericht van 9 november 2022 om 12.36 uur daar weer op gereageerd
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
1.4.
</nr>
<para>
De kantonrechter heeft vervolgens de uitspraak ten aanzien van de proceskosten bepaald op heden.
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="overwegingen">
<title>
<nr>
2
</nr>
De beoordeling
</title>
<paragroup>
<nr>
2.1.
</nr>
<para>
Op grond van artikel 9.1 van het Procesreglement kort gedingen rechtbanken, kanton (hierna: ‘het Procesreglement’) kan de eisende partij de procedure intrekken tot het moment dat de zaak is uitgeroepen. Indien de gedaagde partij na intrekking van de procedure tijdig aan de eisende partij en de kantonrechter meedeelt dat hij een beslissing over de proceskosten wenst, komt de aanhangigheid van de procedure niet te vervallen en beslist de kantonrechter over de proceskosten. De gedaagde partij dient deze mededeling te doen binnen veertien dagen na de datum waartegen hij was opgeroepen.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.2.
</nr>
<para>
De mondelinge behandeling was gepland op 28 oktober 2022. [eiser01] heeft de procedure bij e-mail van 27 oktober 2022 dus tijdig ingetrokken. De vordering van [eiser01] behoeft dan ook geen verdere bespreking.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.3.
</nr>
<para>
[gedaagde01] heeft bij e-mail van 1 november 2022 verzocht om een proceskostenveroordeling. Gelet op het bepaalde in artikel 9.1 van het Procesreglement heeft zij dit verzoek tijdig gedaan.
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
2.4.
</nr>
<para>
De kantonrechter stelt vast dat [eiser01] de procedure op het laatste moment heeft ingetrokken (de avond voorafgaand aan de mondelinge behandeling), dat [gedaagde01] voor antwoord heeft geconcludeerd en dat haar beide directeuren bovendien samen met de gemachtigde in het gerechtsgebouw zijn verschenen op 28 oktober 2022, omdat het bericht van intrekking hen niet dan wel te laat heeft bereikt. Onder die omstandigheden geldt [eiser01] als de in het ongelijk gestelde partij. Hetgeen [eiser01] nog heeft aangevoerd in zijn e-mailbericht van 9 november 2022 kan in dit verband niet tot een andere conclusie leiden. [eiser01] dient als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld te worden in de proceskosten van [gedaagde01] , die tot aan deze uitspraak worden begroot op € 498,00 aan salaris voor de gemachtigde van [gedaagde01] .
</para>
<para />
</paragroup>
</section>
<section role="beslissing">
<title>
<nr>
3
</nr>
De beslissing
</title>
<para>
De kantonrechter:
</para>
<para />
<paragroup>
<nr>
3.1.
</nr>
<para>
verstaat dat [eiser01] zijn vordering heeft ingetrokken, zodat deze geen verdere bespreking meer behoeft;
</para>
<para />
</paragroup>
<paragroup>
<nr>
3.2.
</nr>
<para>
veroordeelt [eiser01] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde01] begroot op € 498,00 aan salaris voor de gemachtigde.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
</para>
<para>
48637
</para>
</parablock>
</paragroup>
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>